banken en letsen


Er broeit iets onder de zomerzon. Ondanks het goede weer waren gisteren meer dan 1700 mensen aanwezig in Brussel om op de eerste algemene vergadering van New-B groen licht te geven voor een nieuwe bank. Ondertussen hebben ruim 43 000 mensen zich aangemeld als aandeelhouder – mocht je het zelf nog niet gedaan hebben, het kan vandaag nog.

Uit de verslagen over dit evenement blijkt duidelijk dat hier iets uniek aan het gebeuren is. Steeds meer mensen scharen zich achter een schier onmogelijke opgave, zelf een bank oprichten. Wie ooit gezien heeft hoe de jongens van Basta pogingen hebben ondernomen om zelf hun bank op te richten weet dat het niet makkelijk is. Maar 43 000 vastberaden mensen met een goed team dat aan de kar trekt zijn niet te stoppen. De volgende stappen zijn het vinden van voldoende kapitaal, het uitwerken van een haalbaar plan en het krijgen van een banklicentie. Het kan gerust nog anderhalf jaar duren, maar we zijn allemaal mee verantwoordelijk om dit verhaal tot een succes te maken.

 

Nog een kleine succesje; in Gent is de Letsgroep de voorbije jaren gegroeid tot bijna 500 mensen. Soms (of meestal) zijn er geen politieke partijen nodig om tot verandering te komen.

mind the economy


De voorbije dagen was er Mind the book in Antwerpen, waar meerdere interessante auteurs aan het woord kwamen. Zelf ging ik luisteren naar Joris Luyendijk en Tomas Sedlacek over de ‘financiële crisis’, blog lezer Johan G was erbij toen Tim Jackson en Sedlacek het hadden over ‘welvaart zonder groei‘, je kan hier zijn verslagje lezen.

Sedlacek had het zondag onder ander over de middel-doel omkering die we overal zien. Het kopen op krediet was bedoeld om onze levensstandaard te verbeteren, maar nu zijn we slaaf geworden van het krediet. Het uitgangspunt was dat markt en democratie zouden zorgen voor groei, maar nu geloven we het omgekeerde. Dat er groei moet zijn om democratie en markt te laten functioneren. Of anders gesteld, het stoppen van de groei doet meteen stemmen opgaan om de democratie uit te hollen.Het feit dat er in Japan geen groei is zou ons blij moeten maken, iedereen heeft er namelijk al twee Ipods en twee auto’s, dus je zou kunnen zeggen dat men daar nu kan genieten van wat er is. Maar neen, het ontbreken van groei wordt meteen gezien als een groot probleem, en er wordt gesproken van een verloren decennium. We hebben van ons economisch paradigma een geloof gemaakt waarbij de analisten de nieuwe hogepriesters zijn.

sedlaceckuyendijkLuyendijk volgt al enkele jaren de financiële sector in London, en kent de hogepriesters door en door. Hij had toch wat verontrustende zaken te melden. Volgens hem is de Scientology sekte klein bier in vergelijking met de codes die er gelden in de financiële wereld. Zo is het bijvoorbeeld not done om in die kringen ethische vragen te stellen. Nog een weetje: jaarlijks wordt de hele voedselproductie 65 keer verhandeld op de financiële markten. Of hoe speculatie dus nu ook het hele voedselsysteem in haar greep heeft. Zijn suggestie was dat we moeten ophouden ons zelfvertrouwen en onze identiteit te laten afhangen van onze materiële welvaart. Er zijn zoveel andere zaken in het leven die veel belangrijker zijn.

Boeiende inzichten, al is zo’n gesprek van een uur wat kort om een samenhangend verhaal te vertellen. Wat ik bij zo’n sprekers wel zou wensen is dat ze in gesprek zouden gaan met een Ivan Van de Cloot of Paul De Grauwe. Economen die ons steeds weer doen geloven dat groei en concurrentie noodzakelijk zijn. Welke gesprek krijg je dan? Dat zou ik nog wel eens willen meemaken.

Er was flink wat volk, maar voor zover ik het kon zien waren er geen politici aanwezig (ook van de Groen top heb ik niemand gezien). Jammer, want het zijn dat soort denkbeelden die ons kunnen helpen de fundamentele vragen te stellen en uit het vastgeroeste denken te stappen.

Arcelor Mittal: take the money and run


Het is toch een beetje zielig. Al die grote verklaringen van ministers en ministers-presidenten die hun verontwaardiging uitspreken over het banenverlies in Luik. Ze zullen grote woorden gebruiken, ze zullen het niet laten gebeuren, ze zullen de baas van Arcelor-arcelormittalMittal op het matje roepen enzovoort enzoverder. Net zoals bij de recente sluiting van Ford weet iedereen dat het gejammer van onze politici geen indruk maakt op de eigenaars en aandeelhouders van de grote multinationals.

Het jammere is dat het dezelfde politici  zijn die door het stof kruipen om deze grote bedrijven naar hier te lokken met allerlei subsidies en fiscale voordelen. In ruil voor deze gulle geschenken beloven de CEO’s dan extra investeringen en jobbehoud. Maar het is nu toch wel duidelijk dat deze beloftes van geen tel zijn. ‘Take the money and run‘, dat is het devies. Het is tenslotte het model waar wereldwijd voor is gekozen. Het kapitaal moet vrij kunnen circuleren naar de plek waar de hoogste winst te behalen is. Dat is het kapitalisme, de vrije markt die door alle traditionele partijen wordt omarmd. Het is dan ook een beetje doorzichtig om de dramaqueen uit te hangen als je zelf de wetten van de vrije markt moet ondergaan.

In plaats van de steeds weerkerende mantra’s van: we moeten concurrentiëler worden, harder werken en de bedrijven nog meer voordelen bieden zou zo’n drama misschien aangegrepen kunnen worden om enkele andere vragen te stellen. Zou het vele geld dat via de notionele interest naar de grote bedrijven gaat niet beter kunnen geïnvesteerd worden in lokale kleinschaliger projecten? Is het niet verstandiger KMO’s en jonge ondernemers te ondersteunen, zij zorgen tenslotte voor het grootste deel van de tewerkstelling. Moeten we niet meer kiezen voor coöperatieve ondernemingsmodellen? Moeten we zelfs de grondvesten van ons economisch model eens niet in vraag stellen?

De weinige stemmen die dat soort vragen stellen krijgen weinig aandacht. Tomas Sedlacek is zo iemand; ‘De hedendaagse economie zou afscheid moeten nemen van de voortdurende ontevredenheid en kunstmatig gecreëerde sociaal-economische tekortkomingen, en zou weer oog moeten gaan krijgen voor de rol van voldoening, rust en dankbaarheid voor datgene wat wij hebben.’ Hij is lid van de Tsjechische Nationale Economische Raad en schreef het steengoede boek ‘Economie van goed en kwaad’. Op 3 maart kan je hem aan het woord horen in Antwerpen. Ik zal erbij zijn.

een boek met oplossingen


geldenduurzaamheidAlweer een aanrader voor onder de kerstboom: ‘Geld en duurzaamheid, van een falend geldsysteem naar een monetair ecosysteem’. Een boek van Bernard Lietaer, een van de grootste denkers die ik ooit mocht ontmoeten. Het boek legt op een wetenschappelijke manier uit waarom ons huidig monetair systeem onvermijdelijk voor steeds meer crisissen zal zorgen.

Er zijn vijf schadelijke effecten van ons huidige systeem van geldcreatie, die inherent horen bij het dominant model. Het is een beetje ingewikkeld om dit hier in het kort toe te lichten, maar het gaat onder andere om de verplichte groei, de ingebakken aanmoediging van korte termijn denken, de concentratie van rijkdom en de devaluatie van sociaal kapitaal. In het boek wordt duidelijk gemaakt hoe ons geldsysteem werkt, en waarom het niet te combineren is met duurzaamheid.

Op een andere manier komt Lietaer tot dezelfde conclusie als in die andere aanrader: ‘de mythe van de groene economie‘. Daarbij krijgen we in ‘Geld en duurzaamheid’ een reeks voorbeelden van oplossingen. Het gaat om nieuwe en andere monetaire systemen ook wel bekend als complementaire of lokale munten. Daarbij toont hij duidelijk aan dat het mogelijk is geldsystemen te creëren die goed functioneren en een tegenovergesteld effect hebben dan het huidige model.  Sommige van die voorstellen lijken ondenkbaar, maar dat is vooral omdat we vast zitten in ons huidig paradigma. Want ook dit wordt in dit boek erg duidelijk, het hele beeld dat we hebben van geld ‘als een neutraal ruilmiddel’ is een grove verdraaiing van de werkelijkheid.

bernardLietaerJe kan het boek gratis lezen (in het Engels) via de site money-sustainability.net waar ook een hele reeks bijlagen te vinden zijn die de stellingen van het boek verder uitdiepen. Bij het lezen van een dergelijk werk vind ik dat dit boek zou moeten gelezen worden door onze politici, onze economen en journalisten. Niet enkel omwille van de glasheldere analyse maar vooral omdat de oplossingen klaar liggen om ze toe te passen. Aangezien er ook voorstellen op een niveau van de stad in het boek staan, wil ik alvast proberen deze ideeën in Gent ingang te laten vinden. Ik geef er in elk geval eentje als geschenk voor onze nieuwe schepen van financiën, Christof Peeters.

Nog enkele belangwekkende citaten uit het boek:

een onderzoek van Arnold Toynbee laat zien dat de ineenstorting van 21 verschillende beschavingen te wijten is aan slechts twee oorzaken: te veel concentratie van rijkdom en een elite die niet bereid bleek iets te veranderen in het licht van veranderende omstandigheden.

we zouden leugens moeten kappen in plaats van bomen (Jerry Martien)

de aarde is niet aan het sterven – ze wordt vermoord. En de mensen die haar aan het doden zijn, hebben namen en adressen. (Utah Phillips)

de toekomst is aan mensen die mogelijkheden zien voor ze vanzelfsprekend worden (anoniem)

de mythe van de groene economie


Op de persvoorstelling gisteren in de Vooruit kon ik er niet bij zijn, maar de voorbije dagen heb ik het boek van Anneleen Kenis en Matthias Lievens uitgelezen. Tijd voor enkele beschouwingen.

indexVooreerst is het een stevig onderbouwd en goed gedocumenteerd werk. Met zeer veel feiten en achtergrond leggen de auteurs haarfijn uit waarom een groene economie binnen het bestaande economische model geen kans maakt. De toelichting van de emissiehandel maakt heel duidelijk hoe grote bedrijven nu flinke winsten maken door het verhandelen van emissierechten waarbij er nauwelijks impact is op de effectieve uitstoot. Zo zijn er nog talloze voorbeelden van hoe een ‘groene’ oplossing vaak voor nog meer ongelijkheid en milieuschade zorgt.

Al leven Anneleen en Matthias ook  behoorlijk ‘Low Impact’ ze zijn tegelijk zeer kritisch voor de strategie van de gedragsverandering die onder andere door veel milieuorganisaties wordt gepropageerd. De oplossing reduceren tot individueel gedrag gaat inderdaad voorbij aan het belang van structurele beslissingen. Hun conclusie dat we het klimaatverhaal (net zoals de andere grote maatschappelijke thema’s) terug moeten politiseren volg ik helemaal.  Het is niet enkel een kwestie van nadenken hoe we de CO2 uitstoot verminderen, het gaat vooral om keuzes maken hoe we zorgen dat 7 miljard mensen goed kunnen leven zonder de planeet kapot te maken. Dat dit binnen de spelregels van het vrije-markt kapitalisme met zijn groeidwang niet mogelijk is, is ondertussen zonneklaar. Daarom alleen zou ik dit boek echt wel willen aanraden, het is een eye-opener die je met veel ongemakkelijke waarheden confronteert.

Het laatste hoofdstuk focust op mogelijke alternatieven zonder een blauwdruk te willen leveren.  Ik merk bij mezelf dat ik hoop eindelijk de antwoorden te lezen na de stevige maar vaak deprimerende analyse. Dat ik daar wat op mijn honger blijft zitten zegt dus zeker ook iets over mijn verlangen naar oplossingen. De voorbeelden die in dit onderdeel gegeven worden kunnen me onvoldoende overtuigen. Uiteraard zijn er succesvolle acties waarbij vrouwen erin slagen een wet tegen te houden of arbeiders een fabriekssluiting kunnen verhinderen. De omslag die we nodig hebben is echter zo groot dat we nog andere en totaal nieuwe strategieën nodig hebben. Ik deel de stelling van de auteurs dat we structurele veranderingen nodig hebben, maar moet met hen vaststellen dat er geen succesvolle strategie is om die veranderingen te forceren.

Dus denk ik dat de acties van onderuit, door burgers, consumenten, buurten, verenigingen meer dan ooit nodig zijn en blijven. Misschien mogen ze wat scherper worden, mogen we al eens een regeltje overtreden – waar Anneleen en Matthias ook voor pleiten. Maar vooral moeten we durven onze acties  politiek te kaderen én dus stelling te nemen ten opzichte van het paradigma van de vrije-markt economie.

 

 

wiskunde en het begrijpen van de wereld


In mijn stukje van gisteren schreef ik over de verwachte stijging van de olieprijs en wat een groei van 16 procent in 23 jaar eigenlijk wil zeggen. Wat aanleiding gaf tot een paar interessante reacties van Ward en  Renaat, met als conclusie dat  het om een groei van 0,65 % gaat per jaar gaat. In het interview van Anneleen Kenis waar ik maandag over schreef heeft ze het ook over de gevolgen van een economische groei van 3% per jaar, wat wil zeggen dat de economie verdubbelt om de 25 jaar. En dat is 4000 keer in drie eeuwen! Het lijkt me wel de moeite om even stil te staan bij het concept van de exponentiële groei.

Volgens Albert Bartlett (zie verder) is dat het grootste probleem van de mens, dat hij de exponentiële functie niet begrijpt. Het eenvoudigste lijkt me even het filmpje hierna te bekijken.

In zijn laatste reactie stelt Renaat trouwens het volgende: Ik hoop wel dat Steven meeneemt dat je bij exponentiële groei (dus een zich herhalende percentuele groei) nooit zomaar het eindpercentage mag delen door het aantal termijnen. Voor slecht rekenende politici hebben we immers als geschikte ministers ter beschikking   ;-).

Naar aanleiding daarvan heb ik het bestuursakkoord nog even bekeken en daar staat inderdaad een onnauwkeurigheid in. In punt 2.25 staat dat het voor gebruik van fossiele brandstoffen voor de stadsgebouwen wordt gemikt op een verminderen van 3% per jaar, dus 15% over de hele legislatuur. Als ik vertrek van 100, en er elke jaar 3 procent afdoe kom ik op 83,3 (dus – 16,7%).  Dat maakt de uitdaging nog wat groter dus.

it’s the economy stupid


Zo, de speeches zitten er op. Ik had mezelf voorgenomen er een klassieke speech van de maken, helemaal uitgeschreven en gebracht van achter het spreekgestoelte. Het zal nog wel even duren voor het filmpje klaar is, maar uiteraard zal je dit hier als eerste kunnen ontdekken. Er is in elk geval niemand in slaap gevallen tijdens mijn speech van 15 minuten.

Caroline Van Peteghem koppelde haar verhaal aan een eigen kijk op het stuk ‘Candide’ , een klassieker van Voltaire waarin de jonge Candide ontdekt dat de wereld helemaal niet zo ideaal is als men hem voorspiegelt.  Na zijn tegenvallende zoektocht keert hij terug naar huis en besluit zich te ontfermen over zijn tuin. ‘Il faut cultiver son jardin’. Van daaruit brak Caroline een lans voor  stadslandbouw, volkstuinen, voedselbossen en daktuinen. Niet enkel omwille van het voedsel dat dit kan opleveren, maar ook omdat dit mensen samenbrengt en bezig zijn met de natuur van ons betere mensen maakt.

Filip Watteeuw hield een opmerkelijk pleidooi om ons als Groenen meer met de economie bezig te houden. Want als we echt bekommerd zijn om wat mensen bezighoudt en als we echt dingen willen veranderen zullen we ook daar het verschil moeten maken. Hij toonde aan dat het neo-liberalisme nog steeds de bepalende factor is en we met een stevig alternatief zullen moeten uitpakken. Dit kan op basis van de modellen van ‘Stady state‘ economie en ‘grenzen aan de groei’ zoals uitgewerkt door Tim Jackson. Je kon ook zien dat Filip een geoefend spreker is en er in slaagde het publiek helemaal mee te nemen.

Jan Fiers ging dan nog even in op de rol van het provincie. Hoewel voor Groen er betere structuren denkbaar zijn (bijvoorbeeld stadsgewesten) kunnen we zolang de provincie bestaat beter zorgen dat we daar een vinger in de pap hebben. Zowel rond de aanleg van bossen en het stimuleren van fietsnetwerken zou de provincie veel meer kunnen doen. Vandaar zijn terecht oproep om daar volop de kaart van Groen te trekken (zelfs al wil de provincie liever afgeschaft zien).

Na de speeches hebben we nog wat verder gepraat over een aantal thema’s uit de verkiezingen. Daarbij ging het vaak over de absurditeit van regeltjes die bijvoorbeeld isoleren of zelf voedsel telen erg moeilijk maken. De overheid zou beter vertrekken van een aantal leidende principes en op basis daarvan beslissingen nemen in plaats van overal regeltjes voor te verzinnen. Dit bracht ons op het idee dat de stad misschien een ‘regel-moderator’ nodig heeft, iemand die kan tussenkomen als mensen met interessante projecten vastlopen op absurde regeltjes. In elk geval een boeiende avond waarbij iedereen zin kreeg om samen aan de toekomst van de stad te werken.

Om even in te gaan op de speecht van Filip, een klein filmpje dat een mooie brug maakt tussen het goede leven en ons absurd economisch model.