schuld of verantwoordelijkheid?


Vandaag staat in de Standaard een dubbel opiniestuk over de vraag ‘ben ik bereid in te leveren voor het klimaat’. Daarin probeer ik uit te leggen waarom ik het wel belangrijk vind mijn levensstijl aan te passen aan de draagkracht van de planeet. Bart Van Craeynest, hoofdecononoom bij Voka ziet het anders. Individuele actie heeft geen zin, enkel economische principes kunnen het klimaat redden. Het jammere bij zo’n stukken is dat je niet op voorhand de opinie van de tegenpartij kan lezen. Dus ga ik hier toch even in op zijn argumenten (voor wie geen abonnement heeft, ik plaats de twee stukken integraal hieronder).

Laat ik beginnen met waar ik me wel in kan vinden: de analyse dat het klimaatprobleem een gevolg is van marktfalen, en dus een correcte prijszetting nodig is, én dit internationaal moet gebeuren. Waar ik meer moeite mee heb is dat hij hiermee alle verantwoordelijkheid uit de weg gaat. Ik vermoed dat Bart weet dat een goedkoop T-shirt zowel ecologische als sociale negatieve gevolgen heeft, en een goedkope vliegtuigreis slecht is voor het klimaat. Maar, volgens zijn redenering is dat de schuld van de foute prijszetting, dus is hij daar niet verantwoordelijk voor. En dus zegt hij bijna met trots dat hij zicht niet bezighoudt met zijn ecologische voetafdruk. Pleiten voor internalisering van de kosten is natuurlijk makkelijk als je weet dat de politiek het niet zal doen en bedrijven dit zoveel mogelijk willen vermijden. Voka zal de eerste zijn om te protesteren als we de milieukosten volledig meerekenen bij bijvoorbeeld vrachtverkeer. Voka is ook tegen statiegeld, al is dit ook een vorm van correcte prijszetting. Erbij vermelden dat zo’n correcte prijszetting internationaal moet gebeuren is nog een bijkomende garantie dat het zo goed als nooit zal gebeuren. Conclusie, pleiten voor een oplossing die is op zich wel zinnig is maar waarvan je weet dat ze er niet snel zal komen, is vooral een goede manier om je eigen verantwoordelijkheid te ontkennen. Iedereen die pleit voor een redelijke voetafdruk meteen wegzetten als ‘aanpraters van een schuldgevoel‘ is nog zo’n makkelijke dooddoener.

Een tweede probleem is het mensbeeld dat hij hanteert. Het typische maar totaal achterhaalde beeld van de homo economicus, de mens die alleen reageert op prijsprikkels. Als Bart enkel zulke mensen kent, dan wil ik liever niet in zijn schoenen staan. Het is een verzonnen beeld dat perfect past bij een op groei gericht consumentisme, maar al uitgebreid is weerlegt door antropologen, biologen en sociologen. De mens is van nature een sociaal wezen, en vele mensen doen dagelijks vele dingen om andere redenen dan om winstbejag. Als we in geschiedenis kijken zien we ook dat grote maatschappelijke omwenteling er niet zijn gekomen door ‘prijsprikkels’. Stemrecht voor vrouwen, de val de Berlijnse muur of de strijd tegen apartheid zijn er gekomen omdat moedige mannen en vrouwen hun verantwoordelijkheid opnamen, en tegen de stroom en de gevestigde belangen in onrecht aan de kaak stelden. Voor de aanpak van de klimaatkwestie heb ik dus meer vertrouwen in klimaatbetogers en mensen die kiezen voor een kleinere voetafdruk dan in ‘economische principes’. In afwachting van het internaliseren van de externe kosten neem ik dus wel mijn verantwoordelijkheid.

Bent u bereid in te leveren om het klimaat te redden?

Steven Vromman is zowat het prototype van de burger die zijn levensstijl aanpast voor het klimaat, maar voor hem voelt dat niet als ‘inleveren’. Bart Van Craeynest denkt dat de meeste mensen hun gedrag niet spontaan zullen aanpassen, daarvoor zijn prijsprikkels nodig.

Sjoerd van Leeuwen

Ik zal mijn kinderen later recht in de ogen kunnen kijken

STEVEN VROMMAN

Levensstijlactivist; ‘low impact man’ en auteur van onder meer ‘Het begin van een andere wereld? Een try-out.’

Ik heb geen auto, ik ben vegetariër, ik vlieg niet. Ik woon in een compacte goed geïsoleerde woning en gebruik weinig elektriciteit (opgewekt door wind en zon). Ik koop tweedehands, mijn spaargeld staat op een Triodos-rekening, zodat het niet gebruikt wordt voor investeringen in fossiele energie. Wellicht ben ik een soort prototype van de burger die bereid is in te leveren voor het klimaat. Zo’n manier van leven veroorzaakt een uitstoot die twee derde minder is dan die van de gemiddelde Belg.

Belangrijke bedenking: voor mij voelt dit niet als ‘inleveren’. Ik heb een kwalitatief leven, ik behoor tot de 5 procent rijkste mensen ter wereld. Ik kies er simpelweg voor om niet mee te doen met het consumentisme en de verspillende levensstijl die daarmee samenhangt. Ik voel me bevrijd van de drang om me te conformeren aan de steeds wisselende eisen van de samenleving, de mode en de sociale media. Mijn levenskwaliteit is niet afhankelijk van alsmaar nieuwe spullen, kicks en likes. En om een hardnekkig misverstand uit de weg te ruimen, ik leef niet in een hut in de bossen gehuld in een jutezak. Ik reis, heb een fairphone, eet chocolade (bio en fair trade), heb een kredietkaart (New-B) en gebruik soms een elektrische deelauto (Partago). Al mijn behoeftes zijn vervuld op een manier die behoorlijk spoort met de draagkracht van de planeet. Bijkomend voordeel is dat ik over twintig jaar mijn kinderen recht in de ogen zal kunnen kijken als ze me vragen wat ik gedaan heb tegen de klimaatchaos.

Te weinig moed

Is zo’n individuele levensstijl voldoende om ‘het klimaat te redden’? Neen, er zijn grondige systeemveranderingen nodig. Je zou denken dat de politiek daarin het voortouw neemt, maar dat gebeurt niet. De trieste discussie over rekeningrijden toont nog maar eens hoe onze ‘leiders’ geen greintje moed hebben en zich laten leiden door een groepje luide roepers. Het falen van de politiek is een bijkomende reden om alvast in mijn leven mijn verantwoordelijkheid op te nemen. Er is een groeiende groep burgers die keuzes maakt in die richting. Steeds meer mensen kiezen voor vleesmatiging, echte groene stroom, minder autorijden en minder vliegen. Aangezien onze politici volgers zijn geworden, zal die groep op een dag misschien wel groot genoeg zijn om andere beleidskeuzes te maken. Alleen, we hebben de tijd niet voor zo’n traag veranderingsproces.

Nee, ik leef niet in een hut in de bossen gehuld in een jutezak. Ik reis, heb een fair­phone en een kredietkaart en gebruik soms een elektrische deelauto

Zullen bedrijven en technologie de opwarming van de planeet stoppen? Ik denk het niet. Centraal in het DNA van ons economische model staat ‘maximaliseren van de winst en minimaliseren van de kosten’. Natuurlijk zijn er bedrijven die inspanningen doen om hun voetafdruk te verkleinen, maar ik ken geen bedrijf dat aankondigt dat de komende jaren geen dividend wordt uitgekeerd, omdat het klimaatprobleem alle middelen opeist. Bedrijven zouden misschien meer doen als er door de politiek een dwingend kader wordt uitgezet, zoals een bindende CO2-taks. Maar daar heeft de huidige politieke kaste de moed niet voor.

Technologie dan? Een voorbeeld: de CO2-uitstoot van de gemiddelde auto is met de helft afgenomen sinds de jaren 70. Fantastisch! In diezelfde periode is wereldwijd het aantal auto’s met 600 procent toegenomen. De efficiëntiewinst wordt volledig tenietgedaan door de gigantische groei. Idem voor koelkasten, vliegtuigen en huizen. Het succesverhaal van hernieuwbare energie dan. De prijs van zonne-energie is in 20 jaar met 99 procent gedaald, het totaal aan geproduceerde hernieuwbare stroom is in 10 jaar verdubbeld. Reden tot euforie? Het wereldwijd energieverbruik is zo sterk gestegen dat de boomende hernieuwbare energie niet eens volstaat voor die groeiende vraag. Het gebruik van fossiele brandstoffen blijft gewoon stijgen.

Onbewoonbare aarde

Als we willen dat over dertig jaar 9 miljard mensen een goed leven hebben, moeten we behalve voor efficiëntie ook voor sufficiëntie kiezen. De planeet is te klein om zoveel mensen met onze levenstandaard te dragen. We moeten niet ‘inleveren’ voor het klimaat, maar nadenken over wat we nodig hebben om een vervuld leven te hebben. Leven met meer geluk en een kleinere voetafdruk zal niet goed zijn voor de commercie en de groeicijfers. Krampachtig vasthouden aan onze niet-duurzame levensstijl zal de komende generaties een onbewoonbare aarde opleveren, om even te verwijzen naar de must-read van David Wallace-Wells (DS 5 april).

En zeg niet dat het de schuld is van de Chinezen. De rijkste 10 procent van de wereld is verantwoordelijk voor 50 procent van alle broeikasgassen. Ik ben er zeker van dat jij als lezer bij die 10 procent hoort. Als je twijfelt, surf dan eens naar http://www.global­richlist.com. Als wij al niet bereid zijn een stukje van onze vaak onzinnige luxe in te leveren, is er geen hoop meer.

Schuldgevoelens helpen klimaat niet

BART VAN CRAEYNEST

Hoofdeconoom bij Voka

Voor de duidelijkheid: ik heb me nog nooit beziggehouden met mijn ecologische voetafdruk. Ik heb geen zonnepanelen, ken het epc van ons huis niet, sta bij de keuze van wat ik eet geen moment stil bij de mogelijke impact daarvan op het klimaat, heb me nog nooit schuldig gevoeld wanneer ik het vliegtuig opstap en heb zelfs geen fiets. Mijn beslissingen om in de stad te wonen en om met de trein naar het werk te pendelen, zijn niet ingegeven door overwegingen rond milieu of klimaat, maar louter door persoonlijke voorkeuren.

Los daarvan heb ik alle sympathie voor de klimaatbetogers van de voorbije weken. Die zijn er toch maar in geslaagd om het thema eindelijk op de politieke agenda te krijgen. Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat de aanpak van de klimaat­uitdaging niet mag afhangen van de goodwill van een nog altijd beperkt aantal mensen, en al helemaal niet van de schuldgevoelens die we elkaar aanpraten voor bepaalde keuzes (zoals op vakantie gaan met het vliegtuig). Op die manier kunnen we de uitdaging nooit echt aanpakken.

Marktfalen

In die zin vertrekt de vraag of u ‘bereid bent in te leveren voor het klimaat’ van het verkeerde uitgangspunt. De redding van het klimaat kan niet afhangen van die bereidheid. Het echte antwoord moet vertrekken van economische principes. Schade aan het milieu of de klimaatuitdaging zijn uiteindelijk klassieke voorbeelden van het falen van markten, maar die kunnen bijgestuurd worden. Doordat de kosten van milieuvervuilende of klimaatimpacterende activiteiten doorgaans niet meegenomen worden in de prijs, ondernemen we meer van dat soort activiteiten dan optimaal is. De meest effectieve (en allicht ook de enige werkbare) manier om dat aan te pakken, is via een correctere prijszetting waarbij ook de milieu- en klimaateffecten via een belasting in de prijs verwerkt worden. Dat impliceert bijvoorbeeld dat vliegtuigreizen of autorijden duurder moeten worden.

Veel initiatieven hebben alleen zin als ze op internationaal niveau geregeld worden

Met een correctere prijszetting kan iedereen zelf kiezen of hij bereid is meer te betalen om de schadelijke activiteit uit te oefenen of om zijn gedrag aan te passen. Veel meer dan goodwill of schuldgevoelens is het prijsmechanisme het beste instrument om grote groepen mensen zover te krijgen om hun gedrag te veranderen. Op die manier gaan mensen onvermijdelijk nadenken over hun gedrag, iets waar klimaatbetogingen of moraliserende vingertjes uiteindelijk toch te weinig in slagen. Er zijn talrijke praktijkvoorbeelden dat zo’n aanpak werkt. Mensen konden er altijd al voor kiezen om hun afval te sorteren, maar we zijn dat pas massaal gaan doen toen de prijzen van de vuilniszakken gedifferentieerd werden. Net zo goed stond het iedereen altijd al vrij om herbruikbare boodschappentassen te gebruiken, maar leidde een minimale prijs voor plastic zakjes in de supermarkt tot de grote doorbraak.

Een prijszetting die ook rekening houdt met de milieu- en klimaateffecten zal bovendien ook individuen en ondernemingen er meer toe aanzetten om te zoeken naar innoverende oplossingen voor milieu en klimaat. Er werden al fantastische resultaten geboekt met onder meer milieuvriendelijkere productieprocessen, energie-efficiëntere woningen en voertuigen en duurzame energiebronnen, maar er is uiteraard nog meer nodig. Opnieuw werken financiële prikkels in die context allicht beter dan goodwill. Uiteindelijk zal de redding van het klimaat toch vooral van dat soort vindingrijkheid en innovaties moeten komen.

Correcte prijs

De praktische uitwerking van zo’n gecorrigeerd prijsmechanisme zal ongetwijfeld niet altijd even makkelijk zijn, en er zal ook niet voor elke concrete maatregel een even groot draagvlak zijn. Maar beleidsmakers moeten zich ook durven te richten op resultaten op langere termijn. Veel van de klimaatgerelateerde initiatieven hebben sowieso alleen zin als ze op internationaal niveau geregeld worden. Met de middelen die via dit soort heffingen opgehaald worden, kan de overheid sociale of economische compensaties financieren. Het hoofddoel van dit soort maatregelen moet evenwel de sturing van de impact op milieu en klimaat zijn, en zeker niet de belastingopbrengsten.

Alleen de economische principes kunnen het klimaat redden. De bijsturing van het prijsmechanisme is ook de beste manier om ecologie en economie met elkaar te verzoenen. En hoe dan ook is het allicht de enige werkbare manier om voldoende mensen ertoe te bewegen om hun gedrag aan te passen. Wie ervoor kiest om zich niet aan te passen, zal dan een correcte prijs betalen die ook rekening houdt met de impact van zijn keuzes op milieu en klimaat. Zonder die prijsprikkels zijn er allicht te veel mensen als ikzelf die uit eigen beweging te weinig initiatief zullen nemen.

Nieuw boek komt er aan!


Naar aanleiding van de voorstelling ‘Het einde van de wereld? Een try-out’ heb ik een boekje geschreven. Het is een aanvulling op de voorstelling en gaat dieper in op thema’s zoals veerkracht, bewustzijn en activisme. De cijfers en feiten uit de voorstellingen worden toegelicht, de liedjesteksten zijn erin opgenomen evenals een exclusief interview met Timo over de wereld in 2075. Ook de engagementen van de toeschouwers tijdens de eerste reeks voorstellingen zijn erin opgenomen.

In deze tijden van verandering, dreiging én hoop schetst dit boek een genuanceerd beeld van de toekomst. Het maakt duidelijk dat de keuzes die we vandaag maken bepalen in welke wereld we terecht zullen komen. Inspirerende voorbeelden en inzichten kunnen je helpen je steentje bij te dragen.

Boekvoorstelling in Gent op 5 april

Maak kennis met het boek, enkele fragmenten uit de voorstelling  (het grote overlevingslied!) en jonge inspirerende doeners. Stel je vragen over de toekomst en kom alles te weten over katrolwoningen, droomkwekerijen, lintbebossing, carbonmarkt coöperatisme,  3-6-9 relaties en zelfslachtboerderijen.

PS: wil je ook kennismaking met de heerlijke keuken van Madonna? Schrijf je in voor de ‘meet, eat and read’. Vanaf 18u30, een lekkere ’menu 2075’ inclusief een exemplaar van het boek voor 25 euro.

INSCHRIJVEN VIA DEZE LINK

Ik geef het boekje uit in eigen beheer, het is koop bij lezingen en voorstellingen. Binnenkort ook te bestellen bij de toffe webshop van Kudzu en via steven@lowimpactman.be .

Staken voor het klimaat


Vrijdag is het zover, op meer dan 1200 plaatsen in ruim 90 landen zal actie gevoerd worden voor een stevig klimaatbeleid. Dat wijst er toch op dat het bewustzijn bij de bevolking in snel tempo aan het groeien is. Of dit ook het geval is bij de politici is me wat minder duidelijk. Mochten partijen op zoek zijn naar concrete en haalbare voorstellen dan is dit lijstje van de Bond Beter Leefmilieu alvast een goede start.

Ik hoop dus dat op 15 maart heel veel mensen op een of andere manier hun stem laten horen en de jongeren ondersteunen. Want het lijkt me niet fair dat ze op hun eentje moeten opdraaien voor de rotzooi van de voorbije generaties. Zelf ga ik in de voormiddag alvast bij twee klassen langs in Zaventem, rond half-vijf ben ik te gast bij Toon Smet van NRJ-radio en ’s avonds doe ik nog een voorstelling in Leuven. Echt staken is dit niet, maar ik hoop hiermee toch weer wat mensen te stimuleren.

Ben je nog op zoek naar ideeën om op één of andere manieren ook iets te doen, hier alvast 5 interessante tips van 350.org. We hebben nog een goede tien jaar om de boel op orde te zetten, dus dit jaar kan maar best het jaar van de omslag worden.

nieuwe tijden, nieuwe helden


Terwijl jongeren overal in het land (én in onze buurlanden) opnieuw op straat komen om onze politici te porren voor een stevig klimaatbeleid worden op vele plaatsen concrete stappen ondernomen om de samenleving duurzamer te maken. Vaak door jongeren, maar niet altijd.

Neem nu Louis De Jaeger, die ik een paar weken terug mocht ontmoeten in Brugge. Een jonge kerel die met een simpel plan een groot bewustzijn aan het creëren is rond hoe we met onze tuinen omgaan. Louis is gestart met een kruistocht tegen het gazon. Want duizenden hectares gazon die we in Vlaanderen hebben zijn woestenijen wat betreft biodiversiteit en vragen tonnen pesticiden en water. Weg met die handel dus.

Een andere pionier is Jeroen Vereecke. Hij wil samen met enkele companen iets doen aan de absurde situatie situatie waarbij dagelijks miljoen liter water over onze wegen vervoerd worden, terwijl het gewoon bij iedereen thuis uit de kraan komt. Met zijn cvba ‘De Leiding’ lanceerde hij daarvoor Robinetto. Een project om festivals, café’s en restaurants aan te zetten om kraanwater te serveren. Over dit project kan je een heel boeiend interview bekijken met Patrick Doyen. Vele jaren werkzaam bij coca-cola en nu een groot voorvechter van kraantjeswater.

En dan is er nog groot nieuws van New-B, de beweging die al jaren werkt op een coöperatieve burgerbank op te richten. Na veel zwoegen en zweten is het aanvraagdossier bij de Nationale Bank van België neergelegd. Nu hebben we (wij burgers ja) 12 maanden de tijd om mee te helpen aan deze droom. Doe mee en wordt coöperant (voor 20 euro). Kansen genoeg dus voor wie echt iets wil doen.

de kracht van de jongeren


Gisteren was ik er natuurlijk ook bij in Brussel. De avond ervoor ben ik nog even in de pen gekropen en plots was mijn stukje op vrtnws behoorlijk populair. Je kan het hier nog eens lezen.

Wat ik vooral hoop te bereiken is dat het debat wat breder gevoerd wordt. Het gaat niet enkel over technologie of over subsidies of beperkingen. De kernvraag is wat is voor ons ‘het goede leven’, hoe vullen we dat in (voor binnenkort 8 miljard mensen) rekening houdend met de grenzen van de planeet. En dit kunnen we enkel bespreken als we ook ons economisch groeimodel durven onder de loep te nemen.

Op woensdag 13 februari ga ik uitgebreid in op deze kwestie tijdens een evenement georganiseerd door Proteco. Een mini-onderneming van Sint-Paulus in Gent. Het gaat om Arnaud, Senne, Matthias, Michiel en Bjarn die er zelf voor gekozen hebben een mini-onderneming op te zetten rond duurzaamheid. Dit is de missie: Minionderneming Proteco heeft als missie meehelpen aan de bescherming van de natuur. Proteco wil consumenten niet enkel bewust maken van het bestaan van schadelijke producten maar ze ook tonen wat natuurvriendelijke alternatieven kunnen zijn. Bovendien wil Proteco enkele van deze producten dichter bij de consument brengen, door ze op verkoopmomenten zelf aan te bieden.  Ik ben heel blij dat ik deze jongeren kan coachen en het sterkt me in de overtuiging dat de maatschappelijke omslag die er zit aan te komen sterk vanuit deze nieuwe generatie komt.

Wie interesse heeft is welkom op woensdag 13 februari in de campus Patijntjestraat 45, Gent vanaf 19 uur. HIER INSCHRIJVEN

Ps: de voorstellingen van het Einde van de Wereld? Een try-out! op 1 en 2 februari zijn uitverkocht. Maar hier kan je zien waar en wanneer er nog opties zijn.

Kerstverhaal uit 2025


Het is al tijdje geleden dat ik hier over lokale politiek heb geschreven, maar de manier waarop Christophe Peeters door zijn eigen partij is behandeld maakt me zo triest dat een troostend verhaaltje wel passend lijkt.

Gent januari 2025.

Iedereen herinnert zich nog de bewogen maanden na de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Mathias De Clercq die zich tot burgemeester uitroept voor de stemmen geteld zijn – en daarvoor later een zware prijs betaalt. De onverwachte coalitie van Open-VLD met CD&V, de machtsverschuivingen binnen het kartel Groen-Sp.a, het armworstelen over de burgemeesterssjerp, het gekibbel over bevoegdheden en mandaten. Met als onverwachte afsluiter de dramatische coup tegen misschien wel de meest bekwame schepen, Christophe Peeters.  De start van het nieuwe bestuur was dus niet rimpelloos. Zoals velen vreesden bleek de nieuwe burgemeester – door sommigen de Zonnekoning genoemd – vooral gedreven door zijn ego. Hij verloor steeds meer steun binnen de eigen rangen. In de loop van de legislatuur gingen verschillende liberale raadsleden zich aansluiten bij Christophe Peeters die als onafhankelijke zetelde. Mathias De Clercq werd zes jaar op rij verkozen als Strafste Gentenaar, in de categorie ‘grootste ego’. En zelfs daar was hij trots op. De nieuwe liberale fractie doopte zich om tot de OGL (de Oprechte Gentse Liberalen) en diende een lijst in bij de verkiezingen van 2024. Kopman Christophe Peeters.

De uitslag van 13 oktober 2024 was duidelijk. OGL overvleugelde probleemloos Open-VLD en werd meteen de tweede partij net na het progressief kartel. Hafsa El-Bazioui had zoveel indruk gemaakt als schepen dat ze de kopvrouw werd van het nieuwe kartel Groen-Sp.a-PVDA. Het kartel en OGL haalden elk 19 zetels, en wat voorkeurstemmen betreft haalden Hafsa en Christophe op wonderlijke manier elk evenveel stemmen: 18 504 om precies te zijn. Op die bewuste verkiezingsavond liepen beiden elkaar bijna letterlijk tegen het lijf op de trappen van het stadhuis. Voor het oog van verschillende camera’s en reporters. ‘Wie wordt burgemeester?’ klonk het meteen uit de kelen van diverse journalisten. Hafsa hield even haar hand in de hoogte waardoor het tumult verstomde. ‘Voor mij is dit niet het belangrijkste, belangrijk is dat we deze stad samen goed besturen.’ Ze keek rustig de persmeute aan terwijl steeds meer omstaanders stilhielden om mee te luisteren. Toen zei ze nadrukkelijk; ‘Ik denk dat omwille van zijn ervaring en intelligentie Christophe best geplaatst is om burgemeester de worden.’ Christophe haalde diep adem. ‘Hafsa, dank je wel voor je aanbod, maar gezien jouw fantastisch resultaat en de nood aan vernieuwing wil ik dat jij de sjerp aanneemt.’ Ze gingen nog even door met elkaar te complimenteren en tot burgervader uit te roepen, tot iemand uit het publiek riep ‘samen, samen!’ een kreet die enthousiast overgenomen werd door de groeiende groep omstaanders. Op de trappen van het stadhuis beslisten Hafsa en Christophe om van het burgemeesterschap een duobaan te maken. Luid gejuich weerklonk bij de honderden toehoorders.

Het was de start van een hele reeks vernieuwingen. De duo-burgemeesters deelden hun wedde, hun kantoor en hun Riskja – met chauffeur. Ze stelden een klein college samen met negen leden, de meerderheid vrouwen. Zo werd Stephanie D’Hose onder andere bevoegd voor cultuur, wat voor een uitbarsting van vreugde zorgde in de Gentse kunstensector. Astrid De Bruycker kreeg de zware portefeuille ‘veerkracht en geluk’. Sarah Mathieu verving Filip Watteeuw op mobiliteit (Watteeuw was ondertussen een gerenommeerd consultant geworden rond stedelijke mobiliteit).Sarah Van Lieferinge kreeg als schepen van burgerparticipatie de opdracht een grondige politieke vernieuwing uit te tekenen. Tom De Meester mocht de woon problematiek én het openbaar vervoer aanpakken. Tine De Moor kreeg ‘Gent Deelstad’ als bevoegdheid en de kranige Mieke Van Hecke mocht tot ieders tevredenheid de volgende zes jaar opnieuw alle Gentse koppels huwen.

De eerste week van januari vertrok de nieuwe ploeg naar een vakantiehuis in de Vlaamse Ardennen. Ze namen er de tijd om elkaar te leren kennen, om vertrouwen op de bouwen en aan teambuilding te doen. Ze kregen trainingen in empathie en het geven van feedback. Gezien de ervaringen met de vorige burgemeester kregen Christophe en Hafsa een aparte sessie rond dankbaarheid en nederigheid. Er werden ook plannen gemaakt voor de volgende legislatuur, zo werd beslist grote stukken van het bestuursakkoord blanco te laten en in te vullen via nieuwe vormen van burgerparticipatie. De nieuwe ploeg kookte samen, er werd gedanst en diepzinnige gesprekken werden gevoerd. Tijdens het bosspel kon Tom De Meester nog net verhinderen dat een geblinddoekte Christophe Peeters in een sloot zou sukkelen. Bij de slotsessie – mindfulness – gingen ze allen op de grond liggen, het hoofd telkens op de buik van iemand anders. Toen Mieke Van Hecke per abuus een boertje liet gaf dit aanleiding tot een collectieve slappe lach die minuten duurde. Op de trein van Brakel naar Gent namen ze samen nog één beslissing; om hun accounts bij Twitter en Facebook meteen af te sluiten zodat ze zich konden concentreren op het luisteren naar de Gentenaars en samen de stad besturen.

En Mathias De Clercq? Hij besloot zijn zitje in de gemeenteraad niet op te nemen en opende een klein café, ‘Zot van Glorie’ genaamd. Op het raam staat in hoofdletters: ‘Hier het beste bier, in het tofste café van de mooiste stad van de wereld’ Met drie uitroeptekens. Af en toe bestelt er een grapjas wel eens een portie ‘Gentse clichés’. Als je langs gaat zal je merken dat Mathias altijd zijn tricolore lint draagt achter de bar. Niemand vond het nodig om hem dat af te nemen.

Steven Vromman

Burger van Gent, zeker niet de mooiste stad van de wereld, maar wel een fijne plek om te leven.

#terapkapot


Terwijl de reclamesector alles uit de kast haalt om ons alsmaar meer nutteloze spullen te verkopen voor eindejaar is duidelijk dat dit alles behalve duurzaam is. Want uiteindelijk blijkt dat veel van die hebbedingen zo gemaakt zijn dat ze vlak na de garantieperiode kapot gaan. Op het meldpunt van Test-aankoop zijn ondertussen meer dan 8000 meldingen gekomen van dit soort gevallen van ‘geplande veroudering’. We kunnen alvast starten met het niet langer kopen van dat soort producten. Je kan ze vaak zelfs evengoed lenen of ruilen. Heb je toch een toestel dat onverwacht snel kapot is gegaan, meld het op #terapkapot en ga op zoek naar een repair-café. 

Steun de campagne van Test-aankoop, doe mee een oproep aan de Belgische regering om de garantieperiode te verlengen waardoor de consument beter wordt beschermd en het probleem van de geplande veroudering wordt ingeperkt.