wat we zelf doen, doen we beter?


Ik heb hier onlangs nog gehad over de vele mooie woorden en voornemens van onze Vlaamse minister president als het gaat over duurzaamheid en transitie. Vandaag was ik op de uitreiking van de MOS groene vlaggen in Brussel in het hoofdkwartier van de Vlaamse Gemeenschap, en daar ik heb ik nog maar eens gemerkt dat er nog een flinke weg te gaan is.

tonijnbroodjeBij de broodjesmaaltijd voor leerkrachten en jongeren die bezig zijn met duurzaamheid was het al behoorlijk zoeken naar wat vegetarische broodjes tussen de kip, zalm, hesp en vleessalades. Tot mijn verbazing was er ook een groot aanbod van broodjes tonijn. En dit terwijl duidelijk is dat het beste wat we kunnen doen om tonijn een overlevingskans te geven er gewoon geen meer eten. Steeds meer steden (zoals Gent), bedrijven en organisaties kiezen er expliciet voor om tonijn te bannen van het menu.

Ik dacht even dat Vlaanderen dit niet doet omwille van de belangen van onze Vlaamse vissers, maar zover ik weet hoort tonijn niet bij vissen die onze vissers bovenhalen. Dus alweer een kans voor de Vlaamse regering om de daad bij het woord te voegen. Of spreken we af dat wie het woord duurzaamheid in de mond neemt er dan geen broodje tonijn kan insteken (of omgekeerd).

30 dagen zonder, 30 dagen meer…


Delen is het nieuwe hebben, een slogan die steeds meer omgezet wordt in de realiteit. Zo is er alweer een nieuw deel-initiatief gestart: fietsdelen. Een internationaal fietsdeelsysteem dat werkt zoals het Coach-surfen.  Wie een fiets heeft en die wel eens wil uitlenen kan zich makkelijk registeren. Wie op bezoek gaat naar een andere plek kan daar op die manier beroep doen op een fiets van iemand anders. Ik heb onderwegfietsme in elk geval geregistreerd, misschien wil wel eens iemand een ritje maken met mijn vélomobiel. (jaja de stickers van Groen zijn er afgehaald).

Fietsdelen is mogelijk ook een optie voor de deelnemers aan 30 dagen zonder auto. Een campagne die start in april. Maar er nog meer dagen op  komst. Ruim 51 000 mensen doen al mee met dagen zonder vlees,  op 1 april start ook ook 30 dagen meer Groen. Hier is het de bedoeling zoveel mogelijk mensen te stimuleren om te zorgen voor meer groen. Geveltuinen aanleggen, groendaken, saaie grasvelden omvormen in moestuinen, stukjes braakliggende grond met bloemzaad bewerken. Waarom niet zou ik zeggen (ik ben deze week trouwens begonnen met het klaarmaken van mijn parkeermoestuin.

Wel moet ik even kwijt dat deze campagnes, 30 dagen autovrij, 30 dagen meer groen en 30 dagen stilte zoeken (jaja, die is er ook nog) een initiatief zijn van onze Vlaamse overheid, dat zie je onder andere aan het logo ‘Vlaanderen is milieubewust’. En dan moet ik toch even slikken. Want hetzelfde Vlaanderen dat zijn burgers oproept ecologisch te leven keurt ondanks alle negatieve adviezen Uplace goed. Datzelfde Vlaanderen kiest voor een dure en ongezonde oplossing als de Oosterweelverbinding. Dat Vlaanderen koopt schone lucht in het buitenland, subsidieert de logovlaanderenvleesindustrie en slaagt er niet in de eigen doelstellingen voor meer groen en bos te halen. Dezelfde overheid gaat het openbaar vervoer verder afbouwen en investeert via groene stroom certificaten in bedenkelijke bio-massa centrales.  De luchthaven in Deurne wordt volop gesubsidieerd (voor de stilte wellicht) en zo zijn er nog tientallen voorbeelden. Dus zeggen dat Vlaanderen (of het beleid) milieubewust is, is wat mij betreft een lachertje.

Kunnen we anders eens voorstellen om 30 dagen zonder hypocrisie te organiseren?

10% donkergroenen?


Volgens een bericht van enkele dagen geleden zou de Vlaming milieubewuster zijn dan 10 jaar geleden. Zo zijn de burgers uitstekend op de hoogte van welke acties goed zijn voor het milieu. Persoonlijk maak ik wel de bedenking dat weten wat je moet doen niet meteen wil zeggen dat het ook gedaan wordt.

Want ondanks dit hoera bericht (van Joke Schauvliege) rijden diezelfde Vlamingen elke jaar meer kilometer, nemen ze vaker het vliegtuig en is hun energieverbruik alleen gestegen.  De enquête die afgenomen is bij 1000 Vlamingen deelt de populatie in zes groepen in;

  • Grenzeloze groene (10%). Doet er alles aan om zo milieubewust mogelijk te leven en te consumeren.
  • Bezorgde burger (20%). Zijn goed op de hoogte, doen veel voor het milieu en zijn bereid er soms meer voor te betalen.
  • Realisten (29%). Doen hun best binnen de grenzen van hun eigen levensstijl, maar hebben er geen grote inspanningen voor over.
  • Onwetenden (15%). Zijn niet zo op de hoogte van milieubewust handelen.
  • Ongeïnteresseerde consumenten (16%). Hebben wel een behoorlijke kennis, maar vinden dat ze als individu niets kunnen veranderen. Het milieu is voor hen vooral de verantwoordelijkheid van de overheid.
  • Bewust passieven (10%). Weten dat ze meer kunnen doen voor het milieu, maar hebben daar geen zin in.

Interessant is wel dat hier gesproken wordt over 10% donkergroene burgers, terwijl dit in vroegere onderzoeken eerder of 2 tot 4% ging. Misschien is dit dan wel een tendens in de goede richting, die trouwens ook tot uitdrukking komt in de ferme groei van autodelen, letsgroepen, voedselteams, volkstuinen en andere zaken waar de grenzeloze groenen mee bezig zijn. hulkEr is ook een test die je zelf kan doen om te zien bij welke categorie je hoort. Over vliegtuigen en vlees wordt al niet gesproken, waarmee twee van de grote impacten verzwegen worden. Toen ik de test invulde bleek ik echter een bezorgde burger te zijn en geen grenzeloze groene.

Toch wat vreemd, maar toen ik de test opnieuw heb gedaan bleek dat dit te maken heeft met het antwoord op de vraag over de rol van de overheid.Als je vindt dat de overheid de belangrijkste rol te spelen heeft bij het aanpakken van ecologische uitdagingen, dan verlies je meteen je groene stempel. Pas als je de verantwoordelijkheid bij de burger legt mag je bij de club van grenzeloze groenen.

Ik vind natuurlijk dat de burger een verantwoordelijkheid heeft, maar zo lijkt het wel of de overheid zijn eigen verantwoordelijkheid niet wil opnemen. Dit zien we trouwens ook in het Vlaams beleid ter zake. Het lang aangekondigde klimaatplan is totaal ontoereikend. De minister geeft liever een milieuvergunning aan waanzinnige projecten als Uplace dan de afspraken rond bossen uit te voeren.

Wellicht hoopt ze dat de burger zo veel mogelijk de castagnes uit het vuur haalt, zodat zij toch vooral geen moedige en drastische beslissingen moet nemen. Volgens mij hoort ze in de categorie ‘ongeïnteresseerde politici‘.

Vlaanderen in achterstand


In 2006 is met de nodige heisa ‘Vlaanderen in Actie’ in het leven geroepen. De ambitie van het plan is om Vlaanderen in 2020 binnen de top 5 van Europese regio’s te laten horen. Daarbij zijn een aantal criteria opgenomen die te maken hebben met innovatie, het BNP, de werkgelegenheid en investeringen in onderzoek en ontwikkeling. De ondertoon van het hele project is dat we creatiever, concurrentiëler en innovatiever moeten worden dan de andere regio’s. In de meting van de vooruitgang zijn ook een aantal criteria opgenomen die te maken hebben met milieu, klimaat, energie.

Het hele project wordt enthousiast uitgedragen door de minister president (hier en daar ook meneerke Peeters genoemd). Vier jaar na de lancering is er een tussentijdse meting uitgevoerd.  Daaruit blijkt dat we nog heel ver weg zijn van de  top-5.

De werkzaamheidsgraad in Vlaanderen is gedaald naar 65,8 procent. Het levenslang leren gaat omlaag in Vlaanderen en klokt af op 7,4 procent van de bevolking, nog heel ver van de ambitie van 15 procent. En waar het de bedoeling was om het aantal kinderen dat opgroeit in een kansarm gezin te halveren, wijzen de nieuwste cijfers op een stijging.

Wat ik altijd heel vreemd heb gevonden aan dit soort spelletjes van ‘we willen de beste zijn’ is dat men er van uitgaat dat andere regio’s dit niet zouden doen. Maar natuurlijk zijn ze in Catalonië of Beieren ook bezig om te werken aan hun productiviteit en innovatie. En natuurlijk heeft ook Wales en Nederland een actieplan met ongeveer dezelfde doelstellingen. En zo doet iedereen maar zijn best om nog meer te produceren, meer mensen langer en harder te laten werken, nog meer te exporteren. In het beste geval kan een regio af en toe eens een plaatsje opschuiven, maar uiteindelijk is het resultaat dat we in een ‘race to the bottom’ zitten.

Als we nu eens zouden ophouden met die typisch mannelijke drang om ‘de beste te zijn’. Met die noodzaak om ons te willen vergelijken, en dan liefst zo snel mogelijk een nog grotere auto te hebben dan de buurman. Als we nu eens een plan zou maken dat niet gericht is op wat anderen doen, maar vertrekt vanuit de vraag ‘wat hebben we nodig om goed te leven?’, of  ‘hoe kunnen we zorgen dat iedereen zich kan ontplooien en ongelijkheden verminderen?’. Zou dit niet vruchtbaarder kunnen zijn? Want als we uiteindelijk afstevenen op een Vlaanderen dat enkel economische criteria gebruikt, dan hoeft het voor mij echt niet.