pardon voor de titel


Hoe gaat dat? Je bent net de deur uit voor een looptochtje en daar hangt een journalist van de Morgen aan de Fairphone. Of ik niet een stukje kan schrijven over de weggegooide kampeerspullen op Pukkelpop en andere festivals, 550 woorden, graag binnen de drie uur door te mailen. Ik zeg toe, want zo’n vraag krijg je niet elke dag. De journalist vertelde er nog bij dat het goed zou zijn eens de jongeren te vertellen waar het op aan komt, “want naar jou luisteren ze wel”.

Aan dat laatste twijfel ik sterk, maar tijdens het lopen denk ik na over de kwestie. Het is inderdaad makkelijk een scheldtirade neer te pennen over die verwende vervuilende festivalgangers. Maar nu ik er over nadenk is het toch meer dan een ‘individueel probleem’. Het gaat over een mentaliteit van een hele samenleving. Ik bedenk dat ook het onderwijs en de opvoeding te kort schieten, dat er een hele industrie is van goedkope wegwerpspullen, dat organisatoren toch ook wat fermer mogen optreden en er lokale en nationale politici zijn die evengoed het probleem laten betijen.

demorgententenAcht kilometer later zet ik me aan de computer om de gedachten te ordenen. Waarbij al snel blijkt dat 550 woorden niet genoeg zijn en ik enkele stukjes en nuances moet laten vallen. Een titel bedenken gaat snel, want ondertussen weet ik wel waarop mensen graag klikken. Vandaar wellicht dat mijn stukje de hele dag het meest gedeelde en gelezen artikel is op de site van De Morgen. Bij deze mijn excuses voor mijn grof taalgebruik dus.

Er staat nog een artikel in van een sociolooog Walter Weyns, volgens hem is het een goede zaak dat festivalgangers alle rommel achterlaten, want “Men bouwt iets op om het daarna in elkaar te laten stuiken. Dat werkt bevrijdend, weg van de dagelijkse sleur. Afval maken hoort erbij. De tendens dat er nu meer aan recyclage wordt gedacht, doet afbreuk aan de feestervaring.”  Ja, u leest het goed, nadenken over recyclage zou niet goed zijn voor de feestervaring.

Als ik dat lees heb ik toch een beetje spijt dat mijn oorspronkelijke slotzin is gesneuveld:  Als we zo doorgaan met ons klimaat en onze planeet zijn er binnen pakweg twintig jaar geen festivals meer, en zullen we blij zijn met een schamel tentje om te schuilen. Ja, ik heb ook een donker kantje -).

 

stop met klagen, start met doen


(het interview van vorige donderdag in De Morgen)
Bijna 150 miljoen euro investeert Gent om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. Dat is hoopvol. Kunnen we ondertussen zelf nog iets doen om het klimaat te redden? ‘Hoe we naar onszelf en de wereld kijken is veel bepalender voor het klimaat dan de was doen op 30 graden’, zegt Low Impact Man Steven Vromman in zijn nieuwste boek.

“Misschien is Starbucks toch niet de beste plaats om af te spreken”, sms’t hij twee minuten nadat we aan de telefoon een interview geregeld hadden in het station van Gent-Sint-Pieters. “Ik ben er ooit één keer binnen geweest, en dat was per ongeluk”, vertelt hij een dag later. We zitten in een biologisch eethuis tegenover het station. Hier geen fancy frappuccino’s, maar granenkoffie. En kaastaart die van soja is gemaakt.

Terwijl ik me ietwat ongemakkelijk voel met een Mac en iPhone op tafel, stelt Steven Vromman me gedeeltelijk gerust (“Een laptop en telefoon heb je nu eenmaal nodig, maar er bestaan wel eerlijkere telefoons dan die van Apple”), schudt hij handen en slaat hij praatjes. Hij is hier kind aan huis, zoveel is duidelijk. Dat hij niet in Starbucks wilde afspreken, sluit perfect aan bij het nieuwste boek dat de Low Impact Man geschreven heeft. “Vaak houden we zonder het te beseffen kwalijke systemen in stand. Starbucks betaalt nauwelijks belastingen, produceert veel afval, is uitsluitend gericht op winstmaximalisatie en is karig met informatie over de herkomst van hun producten. Daar koffie drinken – en er ook nog eens een pak meer voor betalen dan ergens anders – betekent dat je zo’n systeem ondersteunt. Daar moeten we ons bewust van zijn.”

Stop met klagen heet uw nieuwe boek. Waarom?

“Er is een vreemde discrepantie aan de gang. De meesten onder ons hebben het beter dan enige generatie het ooit gehad heeft, en toch klagen we allemaal steen en been over zowat alles waarover er te klagen valt.

“Dat geldt ook voor het milieu en het klimaat. We weten ondertussen wel wat de problemen, oorzaken en gevolgen zijn van de ecologische crisis. Het wordt tijd dat we ons beginnen te focussen op de oplossingen. Moeten we onze tijd nog verspillen aan de vraag wiens schuld het is? Die vraag krijgt namelijk altijd hetzelfde antwoord: het is de schuld van de bedrijven, van de terreinwagens, van de Chinezen en van de politiek.

“Wat niet wil zeggen dat die analyses niet kloppen, of dat ik ineens een voorstander ben geworden van een joepiecultuur. Als je alles op een rij zet, is er namelijk maar één mogelijke conclusie: we staan er niet goed voor. Maar de vraag moet nu zijn: wat gaan we daar aan doen?”

U doet nogal een bekentenis in uw boek. ‘Wek ik niet meer apathie en ongenoegen op door mensen proberen te bekeren tot ecologisch leven en door wantoestanden aan te klagen?’, vraagt u zich af.

“We kunnen blijven schimpen op mensen die met een terreinwagen rijden en drie keer per jaar het vliegtuig nemen om op reis te gaan, maar als we verandering willen, bereiken we daar niets mee. We moeten met hen praten, hen uitnodigen om op zijn minst eens na te denken over wat ze doen. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat het essentieel is om met mededogen en liefde naar de andere te kijken.”

Dat klinkt wel heel soft.

(lacht) “Dat begrijp ik. Maar het gaat verder dan dat. Ik pleit er ook voor om mensen aan te spreken op hun gedrag. Een vlammend opiniestuk in de krant schrijven of je hart luchten bij gelijkgezinden is natuurlijk veel gemakkelijker dan iemand aanspreken die een papiertje op de grond gooit in het park, want dan hoef je niet uit je comfortzone te treden. Nochtans maken zulke dingen echt wel een verschil. Het zal de wereldproblematiek niet onmiddellijk oplossen, maar het kan wel belangrijke gedragsveranderingen in gang zetten.v

“Ik geef een voorbeeld. In Nederland was er enkele jaren geleden een man die op een dag een hoopje aangespoeld afval verzamelde op een strand in Zeeland. Hij plaatste er een bordje bij met daarop de boodschap: ‘Doe mee, verlos de zee.’ Een paar weken later was het hoopje gegroeid tot een berg. Na een tijd plaatste de gemeente houten bakken op het strand met daarbij de bordjes van de man. Ondertussen staan die bakken op meer dan dertig plaatsen langs de Nederlandse kust, en wordt er steeds meer afval uit de zee verzameld.”

Maar moeten we voor grootschalige veranderingen niet rekenen op de overheid? Die zou ons bijvoorbeeld kunnen verplichten om met elektrische wagens te rijden.

“Ten eerste zijn elektrische wagens niet het ultieme antwoord op de ecologische crisis, en ten tweede gaat de overheid dat niet doen. Net zoals de overheid ook geen extra belastingen zal heffen op vliegreizen. Er wordt integendeel zelfs nog geïnvesteerd in bijkomende vliegcapaciteit. Van de huidige nationale en internationale politieke leiders moeten we dus helaas niet al te veel verwachten.”

En dus moeten we het zelf doen?

“Tja, wat blijft er over? God of Allah zullen het ook niet voor ons oplossen, vrees ik (glimlacht).”

Die lijken inderdaad in slaap gevallen te zijn tegenwoordig. Maar je individuele verantwoordelijkheid nemen voor zo’n groot en collectief probleem is zwaar. En als ook de politiek niets doet, lijkt er weinig reden tot hoop te zijn.

“Gelukkig gebeurt er op lokaal niveau wel een en ander. Kijk naar Gent, waar 145 miljoen geïnvesteerd wordt in een klimaatneutrale stad tegen 2050. Dat gaat over maatregelen voor de CO2-vermindering, maar ook over het ondersteunen van korteketenvoeding, of het aanleggen van fietspaden. Het is het perfecte voorbeeld van hoe burgers, overheden en bedrijven wél kunnen samenwerken.

“Een element dat nog een belangrijke rol zal spelen, is de kracht van de context. Op een bepaald moment zullen we gedwongen worden om actie te ondernemen, door een nieuwe financiële crash, voedsel- of energieproblemen of klimatologische veranderingen. De mensen die dan al zelf hun groenten kweken, hun huis verwarmen met hernieuwbare energie, of verankerd zijn in hun lokale gemeenschap, zullen een pak meer veerkracht hebben tijdens zo’n crisis.

“Als u vraagt of ik pessimistisch ben: ik denk niet dat de aarde over enkele honderden jaren vergaan zal zijn. Maar ik denk wel dat er ons een hoop miserie te wachten staat. Miserie die te maken heeft met massale migratiestromen als gevolg van klimaatverandering. Als mensen geen voedsel meer hebben, of als het water hen letterlijk aan de lippen staat, zoeken ze betere oorden op, en dat lijkt me logisch.

“Ik denk dus dat we belangrijke grenzen overschreden hebben op onze planeet. Daarom deze kreet en oproep: laat ons de zaken aanpakken. Alles wat we nu nog doen, kan de schok kleiner maken en ons beter voorbereiden op de problemen die ons sowieso te wachten staan.”

Hoe we naar onszelf en naar de wereld kijken, zal veel bepalender zijn voor die aanpak dan de was doen op 30 graden, schrijft u.

“Milieubewegingen of politici wekken soms de indruk dat alles wel in orde komt als we allemaal spaarlampen gebruiken of eenpansgerechten klaarmaken, zoals minister Turtelboom (Open Vld) onlangs nog suggereerde. Sorry, maar dat is mensen een rad voor de ogen draaien. Dat is niet onder ogen zien hoe urgent de situatie is. En vooral stelt het niet de kern van onze manier van leven in vraag.

“We moeten opnieuw de essentiële vraag durven te stellen over wat belangrijk is in dit leven. En dan kom je niet uit bij nog meer dure spullen of nog meer verre reizen, maar wel bij tijd, rust, gezondheid, vriendschap en familie.

“Onze huidige manier van leven wordt heel erg ondersteund door de politiek – het ultieme doel van het beleid is tenslotte het bnp doen groeien – en door de marketingwereld. En zo komt het dat onze identiteit is gaan afhangen van spullen en van status. Daar moeten we uit. Anders gaat er niets veranderen, ook al zetten we vanaf morgen massaal de thermostaat een graad lager.”

demorgendubbelU zit daarmee op dezelfde lijn als psychoanalyticus Paul Verhaeghe. Hij zegt dat uit de neoliberale ideologie stappen tot minder burn-outs en depressies zal leiden, u zegt dat het ons klimaat zal redden.

“Dat hangt samen, inderdaad. Milieubewegingen focussen meestal op de vermindering van de CO2-uitstoot, maar dat is slechts een onderdeel van het verhaal. Het is zelfs best mogelijk dat er ooit een oplossing komt voor die CO2, maar dat op zich zal niets veranderen aan de manier waarop we omgaan met onze planeet. ‘Extractivisme’, noemt (de Canadese schrijfster en andersglobaliste) Naomi Klein dat: we halen eruit wat we nodig hebben, en gooien weg wat we niet kunnen gebruiken.

“Ik ben zelf ook begonnen met mijn ecologische voetafdruk drastisch te willen verkleinen. Zes jaar geleden zou ik in dit eethuis misschien zelfs geen granenkoffie gedronken hebben als ik niet wist waar de granen precies vandaan kwamen. Ik zou thee gevraagd hebben met munt uit de tuin. Maar zulke dingen worden op den duur vervelend voor je omgeving. Mijn kinderen en vrienden vonden het niet altijd even leuk dat ik zo’n diehard was, merkte ik. En stilaan besefte ik zelf ook dat het niet de essentie is van de problemen waar we voor staan.

“Ik kan het me dus wel voorstellen dat mensen het vervelend vinden als ze voor de zoveelste keer tips horen om hun voetafdruk te verkleinen (glimlacht). Daarom heb ik die tips deze keer naar de laatste bladzijden van het boek verbannen. En daarom wil ik mensen vooral laten zien dat er wel degelijk een andere samenleving mogelijk is die veel meer levenskwaliteit biedt. Meer delen met je buren en je vrienden, genereus zijn, minder afhankelijk zijn van spullen, gezonder leven en meer buiten zijn: dat komt je eigen leven alleen maar ten goede.

“Overigens gebeurt er al wel wat. Denk aan het klimaatpact in Gent nu, maar denk ook aan de stadstuinen, de vele deel- en geefinitiatieven, aan de mensen die zelf hun kleren maken of een bedrijf starten als fietskoerier. Je kunt dat afdoen als een hobby van linkse middenklassers, maar zulke initiatieven zijn wel flink aan het groeien. Daar stel ik mijn hoop op. Want als die groep van mensen groter wordt, dan volgen de bedrijven en de politiek ook. Systemen veranderen van onderuit, zo is voldoende gebleken in de loop van de geschiedenis.”

Toch nog even checken: staat er nog altijd een emmer regenwater bij u in het toilet?

(lacht) “Jawel. Dat je een toilet met leidingwater doorspoelt, is onbegrijpelijk, vind ik. En mijn toilet is nog niet automatisch aangesloten op regenwater. Maar binnenkort verhuis ik naar een woning in een cohousingproject, en daar zal dat wel het geval zijn. Dan kan ik die emmer dus eindelijk wegdoen.”

De ecologische tips mag u dan wel verbannen hebben naar de laatste pagina’s in uw boek, u blijft wel een beetje de groene goeroe van Vlaanderen. Bent u die status nooit beu?

“Ach, onlangs las ik een stuk van (de Nederlandse historicus) Rutger Bregman in De Correspondent, waarin hij schreef dat het geen kwaad kan dat er weer mensen zijn die preken en ons vertellen hoe de zaken staan. Aan de andere kant begrijp ik dat het niet aangenaam is om naar opgestoken vingertjes te luisteren. Daarom probeer ik in dit boek vooral hoop en inspiratie te geven. (lacht) Of klinkt dat weer te soft?”

Stop met klagen is verschenen bij Borgerhoff & Lamberigts. Steven Vromman toert ook met een gelijknamige voorstelling. Alle info op http://www.stopmetklagen.be

nog meer klimaatellende dankzij De Morgen


Ik heb hier voor mij de klimaatspecial van De Morgen op tafel liggen. Een uitgebreide bijlage bij de krant van 9 november naar aanleiding van de (mislukte) klimaattop in Polen. Interessante analyses en interviews, pakken informatie over de dreigende klimaatchaos. In haar opiniestuk van deze bijlage houdt Barbara Debusschere terecht een hartstochtelijk pleidooi voor een radicale ommekeer om de stijgende CO2 uitstoot aan te pakken voor het te laat is.

wegmetdemorgenVandaag is De Morgen bezig met een grote promotiecampagne om nieuwe abonnee’s te werven. Hoe? Door een gratis retour vliegtuigticket voor twee personen kado te doen aan wie zich voor 2 jaar abonneert. Ongeveer 1 ton CO2 per nieuwe abonnee.

Dat de kwaliteitskranten het meer en meer moeten hebben van bijzondere acties en extraatjes om lezers te werven is één ding. Dat er gekozen wordt voor incentives die een regelrechte aanslag zijn op het milieu is nog iets anders.

Het argument is meestal dat redactie én promotie gescheiden afdelingen zijn, en dat inhoud en verkoop elkaar niet mogen beïnvloeden. Om in deze lastige tijden mensen over het klimaatprobleem te kunnen informeren zijn er dus dergelijke promoacties nodig – zelfs al maken die het probleem nog een stuk erger. Of simpel gesteld, wat geld opbrengt krijgt voorrang.

Tja, als we dan binnen een jaar of twintig vaststellen dat precies deze houding onze toekomst om zeep heeft geholpen zal Barabara ongetwijfeld een vurig opiniestuk schrijven. Ik kijk er al naar uit.