II.VII. de oudejaarsshow


(Lees hier de start van het verhaal. Klik hier voor het personenregister)

Ik weet het, met het hierna beschreven tafereel heb ik helemaal niks te maken. Ik heb het samengesteld na uitgebreide babbels met Bart, Britt en Apple. Het maakt wel duidelijk hoe de wereld er dan uitziet. Ik heb net leren stappen en voel me de koning te rijk. Gelukkig weet ik niks.

Donderdag 31 december 2026 – 426,37 ppm

Bart, Odette en Britt zitten naast elkaar in de zetel. Apple is na het eten – een eenvoudige kaasfondue – even de stad in gegaan. ‘Ik komt terug met verrassing’, zo zegt hij met een klein glimlachje, voor hij de deur dichtdoet. Het huis is helemaal donker, behalve het schijnsel van de televisie. Bart en Odette hebben een muts op het hoofd. Britt weigert alsnog een hoofddeksel, maar haar benen zitten wel mee onder het dekentje. Ze hebben ondertussen geleerd om alle toestellen en lichten die niet in gebruik zijn uit te schakelen. Aangezien de meeste stadsbewoners zich goed aan de richtlijnen houden is het aantal stroompannes aan het verminderen. Er zijn nog steeds mensen die hun eigen generator illegaal gebruiken. Vaak in de garage of de kelder, met als gevolg dat er al meerdere mensen zijn omgekomen door koolmonoxidevergiftiging. De buurtwachten zijn regelmatig op de baan en betrappen af en toe nog generatorgebruikers. Al maakt de schaarste van diesel het steeds moeilijker deze toestellen in te schakelen.

‘Zijn er chips’ vraagt Britt tegen beter weten in ‘een jaaroverzicht zonder chips is toch niet echt denkbaar’. Bart antwoord ‘Britt, er zijn nogal wat dingen gebeurd die niet denkbaar zijn de voorbije maanden. De laatste keer dat ik chips kon kopen was ergens in maart vorig jaar.’ Odette staat op en schuifelt naar het kamertje dat ze sinds de zomer bewoont. Tussen de boekenkasten van Bart staat een eenvoudig bed. Een paar legplanken zijn leeggemaakt en bevatten de weinige kleren en spullen van de bejaarde vrouw. Ze komt terug en gooit met een zwaai die je niet van een tachtigjarige zou verwachten een pak chips in de schoot van Britt. ‘Waaw, oma, fantastisch, een family pack met bolognaisesmaak, dit is het mooiste oudjaar van mijn leven’ gilt ze. ‘Ze zijn nog maar een jaar over tijd’ zegt Oma. Bart kijkt met verbazing naar het tafereel, Odette en Britt die om de beurt in het pak grijpen, genietend, maar met mate. Hoe doet ze het toch elke keer weer, denkt Bart. Sinds zijn bejaarde moeder bij hem woont komt ze regelmatig op de proppen met ongewone oplossingen. Toen ze Bart leerde hoe hij groenten en fruit zonder koelkast kon bewaren in een berg zand bijvoorbeeld. Of hoe je stekende tandpijn kan bestrijden met Sint-Janskruid. En dat je de uiteinden van prei, waar de wortels nog aanzitten opnieuw kan planten. Dat soort dingen, van heel lang geleden lijkt het wel.

***

Na een fikse bons op de deur komt Apple binnen. Zijn glimlach is nog wat breder dan daarnet. Achter hem, een beetje verlegen, komt een meisje binnen. Het is Mona. ‘Dag Mona’ roept Britt ‘wat een fijne verrassing!’. ‘Dag Mona’ zegt Bart niet zonder verbazing.

‘Meneer van Donker?’ Mona verwacht duidelijk niet haar geschiedenisleraar hier te zien.

‘Jullie kennen elkaar?’ zegt Britt. ‘Zit Mona bij jou in de klas?’ Bart knikt. ‘Wel Mona, dit is dus mijn vader, meneer van Doncker’

‘Goedenavond meneer.’ Mona geeft Bart een slap handje.

‘Zeg maar Bart hoor, vanavond geen geschiedenislesjes’

‘Okee’ zegt Mona ‘Goedenavond Bart, ik stoor toch niet’

‘Hoe meer zielen hoe meer vreugd’ roept Odette enthousiast en ze steekt haar hand uit naar Mona. ‘Ik ben de mama van je meester geschiedenis. Ga zitten meisje, er zijn nog chips.’

Chips, denkt Mona, dat is al een redelijke compensatie voor de aanwezigheid van mijn leerkracht. Ze neemt plaats naast Odette. Apple komt er ook bij zitten.

‘Is goed als Mona hier is? Ze heeft thuis een beetje saai.’

Mona vult aan. ‘Apple wil zeggen dat ik thuis alleen ben bij mijn ouders. En hier zijn er tenminste leeftijdsgenoten.’

‘En dan willen we straks nog even uit, er zijn een paar kleine feestjes her en der in de stad’. Zegt Britt ‘Maar eerst kijken naar het jaaroverzicht. Dat wil toch niemand missen’.

Met vijf op de driepersoonsbank is het nogal krap. Het dekentje is niet meer nodig. Mona voelt de warmte van het been van Apple die naast haar zit. Ze vermoedt dat hij aan het blozen is, maar is niet zeker. Kan iemand met een zwarte huid wel blozen eigenlijk?

Al dagenlang kondigt de nationale zender aan dat er deze keer extra veel goed nieuws in het overzicht zal zitten. Een beetje een vreemde evolutie trouwens, op het moment dat zowat alles dat fout kan lopen fout loopt beginnen media meer en meer aandacht te hebben voor het positieve. De tol van de pandemie is vreselijk, er zijn ondertussen duizenden soldaten gesneuveld aan het drielandenpunt van China, India en Bhutan, de tol aan mensenlevens door het nucleair conflict is groot. Maar, zegt de presentator met een glimlach, beide partijen hebben beloofd geen nucleaire wapens meer in te zetten. De verslaggeving over de voorbije kernoorlog is sober. De regisseur toont een bijna poëtische compilatie van de twaalf paddenstoelen die de achtste augustus 2025 te zien waren. De ene nog groter en stralender dan de andere. Dan een scherm met enkele cijfers. Anderhalf miljoen doden, zeven verwoeste steden, dertig miljoen daklozen. Wellicht nog vier tot vijf miljoen kankerdoden te verwachten het volgende decennium.   Bij het hoofdstuk over het virus is er alweer een positieve noot. De gecoördineerde inspanningen van wetenschappers lijken vruchten af te werken. De eerste testen met het vaccin zijn veelbelovend en de verspreiding van het virus is dankzij het vliegverbod stilgevallen. Dat er wereldwijd 35 miljoen mensen zijn gestorven is een kleine statistiek. We moeten blijkbaar vooral onthouden dat wij grotendeels gespaard zijn van deze ramp.  Er is nog meer positief nieuws. Er is het voorbije jaar een enorme daling van de obesitas cijfers vastgesteld. De presentatrice heeft het, met een knipoog, over een ‘dikke meevaller’. Bart zucht. ‘Wat een eenzijdige journalistiek is dit nu weer. De rampen die op andere plaatsen voorkomen worden als goed nieuws voorgesteld. En wat hier fout loopt wordt nauwelijks vermeld. Zo typisch, dat in crisisperiodes mensen gekleurde informatie krijgen. Bij de Russische revolutie bijvoorbeeld…’

‘Ho Paps’ onderbreekt Britt hem. ‘Geen geschiedenislesjes vanavond had je gezegd’. Na nog wat beelden van hongersnoden, modderstromen, falende staten en giframpen – consequent met een positieve insteek gebracht – is het tijd voor het sportoverzicht. Er zijn nog zekerheden.

***

Britt, Mona en Apple maken aanstalten om naar de feestjes te vertrekken als er op de deur geklopt wordt. Odette schrikt op, ‘niet opendoen Bart, je weet nooit wie het is, er zijn nog bendes op zoek naar eten’. Maar Bart gaat naar de voordeur, waarop opnieuw geklopt wordt. ‘Wacht paps’, roept Britt, ‘dan kan ik de chips nog verstoppen’. Maar het is te laat, Bart opent de deur en staat oog in oog met Roger. Trillend van de kou maar met een grote glimlach en een fles in de hand. De beide mannen vallen elkaar in de armen alsof ze elkaar al maanden niet meer gezien hebben. Wat klopt. Roger was de voorbije zomer plots verdwenen, even plots als de sociale media en het virtuele geld een jaar eerder. ‘Roger, Roger, Roger, wat ben ik blij je te zien, levend en wel’ ‘Laat je me nog binnen man, of hoe zit het’. De rest van het gezelschap staat recht om Roger te begroeten. Roger wacht niet op een uitnodiging en grabbelt meteen in de chips zak. ‘Doe maar’ zegt Britt, ‘ik had net genoeg eigenlijk. Kom, ik zal de tv uitzetten. Dit is Apple, de beste voetballer van Nigeria die nu bij ons woont. En dit, dit is Mona, een vriendin van Apple, en van mij’ zegt ze aarzelend. Roger geeft de jongelui een flinke hand en neemt dan Odette in zijn armen. ‘Odettetje, de supermama die me altijd pannenkoeken bakte toen ik als kind langskwam’. Hij zwaait met de fles wijn, alsof hij net de flos heeft bemachtigd in de draaimolen. Roger gaat zitten en wil de rode wijn netjes verdelen over zes glazen. Mona past, vijf glazen dus.  ‘Dit zal beter zijn dan het jaaroverzicht. Het reisverslag van Roger.’ Odette nipt even van de wijn en gaat comfortabel zitten. Ze zal niet naar bed willen voor ze alles heeft gehoord. ‘Het feestje kan nog even wachten, het is nog geen middernacht’. Zegt Britt die even naar Apple en Mona kijkt. Mona lijkt niet helemaal overtuigd, maar herhaalt dan ‘ja hoor, het feestje kan nog wachten’.

Roger zet de televisie met een zwaai op de grond en neemt zelf plaats op het televisiekastje. Bart heeft wat zonnelampjes aangezet en schuift een stoel bij. De rest zit terug in de zetel, Mona op de schoot van Apple. Gewoon om praktische redenen zal Apple later beweren. Roger neemt diep adem en kijkt zijn toehoorders aan. ‘Ik ben vertrokken uit Gent toen de droogte op zijn hoogtepunt was. Een kernoorlog zorgt wel voor afkoeling, maar niet voor extra regen, althans hier niet. Het was in de week dat de stad besliste dat alle privé zwembaden moesten opengesteld worden, en iedereen er water kon halen om de groenten te besproeien. Enkele dagen na de bezetting van de E17. Ik wou weten wat er op andere plaatsen aan de gang was, want het nieuws dat we hier kregen vertrouwde ik niet. Ik heb een paar fietstassen gevuld met wat kleren en ben vertrokken, zuidwaarts.

Apple luistert ingespannen. ‘Maar als je het land verlaat, toch basisinkomen kwijt!’

‘Dat klopt jongeman’ antwoord Roger ‘Je moet je basisinkomen zelf afhalen in de plaatst waar je gedomicilieerd bent. Maar ik ging ervan uit dat ik wel zou overleven’.

‘Roger is van alle markten thuis’ vult Bart aan ‘Die zal wel zijn plan hebben getrokken’.

‘Wel’ gaat Roger verder. Hij wordt niet graag onderbroken eenmaal hij op dreef is. ‘In Noord-Frankrijk was de sfeer grimmig, vooral in de steden zag ik veel geweld. Of tenminste de gevolgen van geweld. Smeulende auto’s, barricades en geplunderde winkels. Dus bleef ik weg van de grote centra en fietste via kleinere dorpjes verder. Daar kon ik af en toe wat werken. Nogal wat landbouwmachines stonden werkloos aan de kant omdat er geen diesel meer beschikbaar was. Correctie, het transport van diesel was stilgevallen. Handenarbeid was dus welkom. Bij sommige boerderijen hing een bordje ‘werk in ruil voor eten’. Ik was niet de enige die aan het rondzwerven was in die regio. We waren wellicht met duizenden, op zoek naar werk en onderdak. Na een lange dag werken zorgde de boerin dan voor een stevige maaltijd. Zo spendeerde ik vele avonden met groepjes onbekenden, zowel Fransen als andere vluchtelingen zoals ik. Mannen en vrouwen, oud en jong. We wisselden verhalen uit en spraken veel over hoe het vroeger was. We durfden nauwelijks over de toekomst spreken. We waren al tevreden met een paar maaltijden en een hooischuur om in te slapen. Ik trok verder Zuidwaarts, een dag fietsen, een paar dagen werken, dan weer fietsen.’ Het was de enige manier om de vele sombere gedachten van me af te schudden. 

‘In de buurt van Lyon, het was al half augustus toen, fietste ik langs de stilgelegde kerncentrales van Bugey, Creys-Malville en Saint-Alban. De aanhoudende droogte had ervoor gezorgd dat de kanalen met koelwater leeg stonden. De bewoners daar vertelden me dat vele technici van de centrales ook vertrokken waren en betwijfelden of de kerncentrales ooit opnieuw opgestart geraken.  Erg gerust waren ze niet nu onduidelijk was wat er met de stilgelegde centrales zou gebeuren. Aangezien Frankrijk in het verleden niet zo veel had geïnvesteerd in hernieuwbare bronnen zag het er daar niet rooskleurig uit. Aan de voet van de Pyreneeën was van de droogte niks te merken. Daar waren het de net overstromingen en modderstromen die voor een grote ravage hadden gezorgd. Via Andorra trok ik verder naar Spanje. Andorra was het ergste wat ik gezien heb. Het kleine land dat afhankelijk was van toeristen en negentig procent van zijn voedsel importeerde is in enkele maanden geïmplodeerd. Eerst was er een korte stormloop van beleggers die vlak na de VMM vruchteloos op zoek gingen naar hun geld bij de Andorrese banken. Toen viel de voedselbevoorrading weg, duizenden mensen trokken weg, de publieke diensten vielen stil. Andora la Vella is nu een spookstad, met nog minder dan duizend inwoners.’

Odette zet haar glas wijn op tafel. ‘Weet je nog Bart, daar zijn we ooit op reis geweest. Je was wellicht een jaar of tien, we hebben daar fijne dagen gehad. Ik denk dat het hotel ‘Belle-Vue’ was’.

‘Het was Hotel Panorama’ zegt Bart ‘maar nu moeten we geen vakantieherinneringen oprakelen, Roger is nog lang niet klaar’. ‘Panorama en Bell-Vue, dat is toch hetzelfde zeggen’ mompelt Odette nog. Ze neemt nog een slokje. Roger neemt er twee. ‘Je zou er nu niet meer naar vakantie willen gaan denk ik. Er lopen wilde honden door de straten, autowrakken liggen her en der verspreid. Er zijn wel geen daklozen meer. Die hebben de vele leegstaande huizen en hotels ingenomen. Nu hebben ze honger in een vijfsterrenkamer.’ Roger kijkt zijn toehoorders nog eens aan. Hij beheerst de kunst van het vertellen tot in de puntjes. Jarenlang was hij een van de meest gevraagde sprekers in het land. ‘Ik ben zo snel mogelijk doorgegaan richting Spanje. Ik kon een stukje meerijden met een gezin dat met hun hele hebben en houden naar familie in de buurt van Pamplona trok. Mijn fiets en ikzelf konden nog wel mee in de truck vanachter. In Baskenland was de situatie een stuk rustiger. Vergeet niet dat Spanje al een paar decennia van zware besparingen achter de rug had. Er bestonden heel wat lokale voedselcoöperaties en winkels, kleinschalige energievoorziening was daar al ingeburgerd. Toen de Spanjaarden, net als de Grieken en Italianen in de steek werden gelaten door Europa hadden ze geleerd hun plan te trekken. Zeker in het Noorden van het Iberisch schiereiland, waar de weersomstandigheden het beste waren. Ik ging op bezoek in Lakabe, een kleine autonome gemeenschap zo’n 40 kilometer ten oosten van Pamplona. Een klein dorpje waar ruim vierhonderd mensen leven. De gemeenschap bestond al van de jaren zeventig van vorige eeuw, en bloeit nu als nooit tevoren. Ik heb er mee brood gebakken, hout gesprokkeld, huizen gebouwd, het irrigatiesysteem onderhouden, gekookt met zonneovens. Op die plek was niks te merken van de chaos in de beschaafde wereld.’

‘Klinkt mij toch een beetje te hippie’ kwam Britt tussen. ‘Wellicht spinnen de vrouwen er zelf hun wijde rokken terwijl de mannen een pijpje roken en de kinderen tot hun vijfde aan de borst hangen? Dat soort op zichzelf staande gemeenschappen klinkt wel romantisch, maar je zo afsluiten van de rest van de wereld is me wat te makkelijk’.

‘Dat dacht ik ook toen ik er aankwam. Maar na drie weken meeleven merkte ik het omgekeerde. Deze mensen weten heel goed wat er in de wereld aan de gang is. Ze volgen nauwgezet diverse nieuwskanalen, ze houden contact met veel andere gemeenschappen. Ze wisselen kennis uit, opvallend veel met mensen in Afrika trouwens. Ze gebruiken de nieuwste technologieën. Als er veel zon is gebruiken ze die energie om hun manufactuur te laten draaien. Een atelier waar ze met lasercutters en 3D-printers en open source handleidingen zowat alles kunnen maken wat ze nodig hebben. Dat is toch al wat minder hippie. De kleren worden by the way gemaakt van Fungi-leer, een ingewikkeld procedé om van schimmels kunststoffen te maken.’ ‘De volgende halte was Portugal’ gaat Roger verder ‘Dat was heel andere koek. De verwarring in het voorjaar kwam vlak voor de nationale verkiezingen.  Via een agressieve campagne had een extreemrechtse nationalistische partij de macht kunnen grijpen. Ze installeerden een vorm van dictatuur vergelijkbaar met die van Salazar een eeuw geleden. Ik voelde vooral angst bij de bevolking. De repressie was erg gewelddadig, zodat iedereen de armoede zonder protest droeg.’ Odette zette haar lege glas neer met een zucht. ‘Sorry Roger, dit is wat te veel voor mij aan het worden’. Het is ondertussen drie uur in de nacht. ‘Ik moet echt wat slapen, maar ik hoop dat je morgen hier nog bent, ik wil de rest ook horen’. Roger kijkt hoopvol rond ‘ik heb nog geen slaapplaats’. ‘Er is nog een beetje plaats in mijn bed, ik word toch alsmaar dunner’ zegt Odette. ‘Ik zou je graag hier houden, maar het is hier al zo vol’ zucht Bart. ‘Wacht even’ zegt Mona ‘Ik woon nogal groot, een vrijstaande woning met tuin zoals mijn ouders altijd trots zeggen. Daar staat nog een kamer leeg.’ Ze aarzelt even. ‘Als Apple bij ons intrekt, dan is er hier plaats voor iemand extra’. Apple wil niet te gretig overkomen en knikt voorzichtig van ja. ‘Ok zegt’ Bart ‘dat lijkt me een goede oplossing.’  Britt werpt een vette knipoog naar Apple. ‘Prima, wij gaan eerst even naar een feestje, die duren nog wel tot morgenvroeg. Nog een vraagje, hoe ben je uiteindelijk hier terecht gekomen, en waarom ben je teruggekomen?’ ‘Dat zijn twee vragen’ corrigeert Roger ‘Het was al snel duidelijk dat ik niet in Portugal kon blijven, iedereen die ‘illegaal’ was kon worden opgepakt en in de gevangenis terecht komen.’ ‘Ook Europeanen?’ vroeg Bart. ‘Vooral Europeanen’ vult Roger aan ‘volgens de Festa Popular was Europa de schuld van alles. Hun propagandamachine was erin geslaagd Europa tot eerste zondebok te maken.’ ‘Uiteindelijk ben ik een groepje oudere toeristen uit Roeselare op het spoor gekomen. Ze zaten op een klein zeiljacht voor de kust van Porto, maar durfden niet aan land komen. Ik kon ze uiteindelijk overtuigen om samen het zeil te hijsen. Met wat geluk zijn we naar Bilbao kunnen varen. Daar vond ik genoeg vrienden die ons konden helpen om de nodige voorraden te verzamelen. We zijn dan op drie weken van Bilbao naar hier gekomen. Het bootje is gisteren aangekomen in de nieuwe haven van Oostkamp. En nu ben ik hier’.

2 reacties op ‘II.VII. de oudejaarsshow

Laat een reactie achter op pipeauxdechamois Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s