“we spelen met vuur”


Ik herneem even de titel die gebruikt wordt in Tertio, het u allen bekende Christelijk opninieweekblad. Naar aanleiding van de verkiezingen brengen ze dossiers over een aantal belangrijke thema’s, waaronder economie. Uiteraard vind ik het wel fijn dat ze naast Geert Noels, Marcel Cloet en Peter Tom Jones ook mijn mening hebben gevraagd over het boek ‘econoshock’ van Geert.

Onder de titel ‘we hebben innerlijke verandering nodig’, is volgend interview verschenen.

Voor Low Impact Man Steven Vromman legt Econoshock 2.0 te veel de nadruk op technologische oplossingen en komt de noodzakelijke innerlijke verandering te oppervlakkig aan bod. « Geert Noels heeft wel de verdienste dat hij – als econoom – een paar heilige concepten uit de klassieke economie in vraag stelt. »

Is er volgens u een hiërarchie in de schokken ?

Het energieprobleem zal zich het eerst voelbaar manifesteren. Gas en olie zijn zo intensief en geconcentreerd met ons leven verweven dat ze niet zomaar te vervangen zijn. De verwoede pogingen om schaliegas te winnen en zo voor een nieuwe energiebron te zorgen, lopen op niets uit : de opbrengst is niet zo groot als verwacht en de gevolgen voor de stabiliteit van de ondergrond zijn ook problematisch.

Momenteel ben ik Uit de olie van Jeremy Leggett aan het lezen. Zijn verwachting is dat we tegen volgend jaar op een crash afstevenen. Op korte termijn zullen de energieprijzen enorm stijgen. Wellicht is de energieschok de grootste schok omdat de bronnen uiteindelijk op zeer korte termijn een natuurlijke grens bereiken.

Is het klimaatprobleem dan minder groot dan wordt aangenomen ?

De klimaatschok zullen we pas over 50 à 70 jaar echt voelen. Het is dus essentieel dat we nu de waarheid onder ogen zien. Als we eerlijk zijn, weten we dat de ingeslagen weg niet vol te houden is. De voorbije 40 jaar waren uitzonderlijk op materieel gebied. Tegelijk ben ik ook hoopvol over de toekomst. Het materiële hoogtepunt heeft ook voor stress, depressies en armoede gezorgd. We krijgen nu de kans om daar een antwoord op te geven.

Momenteel gaat onze maatschappij door een louterend rouwproces : rondom ons zien we mensen het probleem ontkennen, boos worden, marchanderen (we zullen wat minder met de auto rijden en de lampen vervangen door spaarlampen), boos worden en de moed verliezen. Uiteindelijk zullen we met zijn allen de situatie moeten aanvaarden.

Sommige mensen zien nu al in dat het zo niet verder kan. Zij willen het met minder doen. Trager werken. Die groep is niet groot, maar wel groeiend. Zeker in de grote steden vind je autodelen, LETS-groepen of repaircafés.  De context zal ons wel dwingen om het anders aan te pakken. Dan kan wat van onderuit komt, versneld worden. In Griekenland zie je na het uitbreken van de crisis ruilgroepen ontstaan en ateliers voor handenarbeid.

Kan technologie ons dan niet helpen om de problemen op te lossen ?

Ik ben zeker niet tegen technologie, maar we kopen er ons alleen uitstel mee. Zelfs technologieën die op het eerste zicht de oplossing aanreiken, blijken achteraf geen lang leven beschoren. Kijk maar naar biobrandstof. Dat werd als dé oplossing voorgesteld, maar uiteindelijk stelt het ons voor een nieuw probleem : is het wel verantwoord om voedsel te gebruiken voor onze mobiliteit, terwijl zoveel mensen nog honger lijden?

We hebben te veel vertrouwen in de technologie, maar stellen onze manier van leven niet fundamenteel in vraag. Op energievlak is er zo veel tijd, onderzoek én geld verloren gegaan. Men wilde absoluut de niet-hernieuwbare energieën efficiënter maken. Waren we 30 jaar geleden begonnen met de noodzakelijke investeringen in onderzoek en infrastructuur, dan waren we er nu wellicht al uit.

Moeten de oplossingen van onderuit komen? Of moeten de beleidsdragers de oplossingen opleggen?

Radicale beslissingen zullen we in eerste instantie niet van politici moeten verwachten. Het systeem zal zichzelf niet veranderen. Het zal zichzelf integendeel proberen in stand te houden. Doorheen de geschiedenis zien we dat grote veranderingen altijd van onderuit komen. Naarmate die beweging groeit, wordt het politiek wel interessant om het veranderingsproces te ondersteunen.

De fundamentele omslag zal echter in de hoofden van de mensen moeten gebeuren. Toen ik in 2008 als Low Impact Man begon, was ik in de eerste plaats bezig met tips rond gedragsverandering. Vrij snel besefte ik dat gedragsverandering de schokken enkel kan uitstellen en de impact wat kan verkleinen.

In het hele veranderingsproces is zingeving en spiritualiteit minstens even belangrijk. Veel mensen staan er wel open voor, maar hebben er tegelijk wat schrik voor. In de bedrijfswereld begint men stilaan de noodzaak te zien: als economen het belang van verbondenheid en mededogen beginnen in te zien, wordt het interessant.

 

Beste Geert Noels,


Beste Geert,

Op de kusttram vond ik gisteren een exemplaar van de Zondag, met daarin je interview met als titel ‘Politici erkennen het probleem niet’.  Ik heb het met veel interesse gelezen, net zoals ik jaren geleden je boek Econoshock heb doorgenomen. We hebben enkele keren met elkaar kunnen praten, en ik herinner me je oprechte bezorgdheid over de ecologische problemen en je eigen sobere levensstijl.

geertnoelsWat je analyse in het interview betreft kan ik je grotendeels volgen. Je stelt terecht dat er geen lessen zijn getrokken uit de financiële crisis, dat de problemen niet zijn aangepakt en er onvermijdelijk nieuwe schokken zullen komen. Ook je analyse dat de komende generaties het slachtoffer worden van onze hoge schuldenberg klopt, en wellicht onderschat je hier de gigantische ecologische rekening die dezelfde generaties ook zullen voorgeschoteld krijgen.  Je oproep voor solidariteit over de generaties kan ik alleen maar onderschrijven. Ik zou er wel graag solidariteit met huidige generaties in andere delen van de wereld aan toevoegen.

Alleen bij de mogelijke oplossingen die je formuleert heb ik een aantal vragen.  Je wil de manier waarop we onze solidariteit organiseren in vraag stellen, maar ik kan er niet uit opmaken of je voor meer of minder solidariteit wil gaan.  Je klaagt dat je als ‘technocraat’ niet ernstig wordt genomen, en dat de debatten zo politiek zijn geladen, dat feiten gekleurd worden weergegeven. “Wij, de technocraten, staan daar voor de show. Niemand luistert” al vind ik persoonlijk dat de media flink wat aandacht geven aan de mening van economen.

Maar, stel je op het einde, voor mij draait het alleen om de echte feiten. Dan vraag ik me natuurlijk af wat de echte feiten zijn. Want economie is geen exacte wetenschap en helemaal niet waardenvrij. Zijn de beurscijfers en de ratingbureau’s  ‘de waarheid’ waar we ons moeten naar schikken? Is het BNP de beste meetlat om te zien hoe we met onze samenleving evolueren? Worden groeicijfers nu al te niet veel als zaligmakend beschouwd? Of bedoel je met de waarheid de toenemende werkeloosheidscijfers (ondanks stijging van de beurs), de toename van het aantal mensen op of onder de armoede grens?  Of is de waarheid dat we de grens van de 2 graden opwarming niet meer kunnen vermijden?

Je stuk klaagt terecht een aantal zaken aan, maar is vaag over mogelijke oplossingen. Je wekt de indruk dat het beter zou zijn het te laten oplossen door technocraten. Daar heb ik wel wat moeite mee, want de vraag hoe we onze samenleving willen inrichten, hoe we de solidariteit organiseren is toch bij uitstek een maatschappelijke, een politieke vraag. Misschien is zelfs een omgekeerde beweging nodig, en moeten we een breed debat over economie opzetten in plaats van slaafs de IMF recepten te blijven volgen.

Je leest het Geert, ik ben een beetje in de war door je stuk. Wie weet kunnen we het daar ooit nog samen even over hebben. Mocht je ondertussen tijd vinden, dan zou ik in elk geval dit schitterende boek van Tomáš Sedláček aanraden.