IV.VII. leve het belfort


(Lees hier de start van het verhaal. Klik hier voor het personenregister)

De wereld herstelt voorzichtig. Zullen de doemdenkers toch ongelijk krijgen?  John en Arwe worden buren. Mijn mama wil wel eens kijken hoe het eraan toe gaat in andere regio’s. In Svalbard krijgt het woord eeuwig een nieuwe invulling. Apple neemt zijn gezin mee op koopjesjacht.

Zondag 5 april 2048 – 370,21 ppm

Het eerste jaar met de klimaatdukaten levert een record reductie van broeikasgassen op. Meer dan acht procent in twaalf maanden, dat is nog nooit eerder vertoond. De absolute ontbossingstop die bij wereldreferendum vorig jaar is goedgekeurd blijkt ook effectief. Er is opnieuw een netto aangroei van beboste oppervlakte. Voor het eerst deze eeuw spreken een paar wetenschappers zich voorzichtig positief uit. Als er niet plots een tipping-point kantelt en we de huidige inspanningen nog dertig jaar volhouden, dan kunnen we de opwarming tegen het einde van de eeuw tot drie graden beperken. Dat zou dan meteen de piek zijn. Dan wordt het een kwestie dit nog een paar eeuwen stabiel te houden. Tegen die tijd zal verhuizen naar Mars misschien wel kunnen maar overbodig worden. Veel verder in de toekomst kijken heeft niet veel zin. We weten wel dat binnen zo’n 200 miljoen jaar de continenten weer bij elkaar zijn gedreven. Dat zijn zorgen voor later.

***

De stellingwoning op de KWZ in de Aziëstraat is bijna klaar. John en Arwe hebben een er een paar weken samen aan gewerkt. Zwijgend fysieke arbeid uitvoeren bracht vader en zoon dichterbij. John leunt tegen de blauwe steunpilaar. Tussen twee oranje liggers hebben ze net het laatste raam geplaatst. ‘Nog hier en daar wat afdichten met natuurrubber en de ruwbouw is klaar. Ik kijk er naar uit hier te komen wonen’. Arwe wist het zweet van zijn voorhoofd. Midden in het vertrek van vier op vijf meter loopt een metalen ketting vanop het dak dwars door de woning. De ketting verdwijnt in een ronde bak met aarde. ‘Ik ben erg benieuwd hoe dit systeem met interne regenafvoer zal werken’ zegt Arwe. ‘Met wat geluk groeit er hier binnen enkele jaren een regenwoud’. Dan de vraag die hij zich al een paar weken stelt. ‘En Yoko, komt ze hier ook wonen?’ ‘Niet de hele tijd’ zegt John aarzelend, alsof hij zich toch nog schaamt voor zijn jongere vriendin. Ze heeft een plekje gevonden in een clusterwoning op de E17. Maar je zal ze hier wel regelmatig zien’.

John krijgt een bericht op zijn smartphone. ‘Kom zoon, we nemen even pauze.’ Het valt Arwe op dat John hem de voorbije weken al vaker zoon heeft genoemd dan tijdens zijn hele kindertijd. ‘Voilà, we hebben nog iets te vieren.’ Hij haalt twee flesjes EM-bier uit zijn koeltas. ‘Asjeblieft, op mijn nieuwe huis en mijn nieuwe job!’ Arwe kijkt vragend. ‘Mag je beginnen?’ ‘Ja,’ knikt John,’ vanaf volgende week ga ik aan de slag bij Micropia. Ik ga de diagnose stellen bij de binnenkomende patiënten.’ Ze klinken en drinken de flesjes in een keer leeg.

***

Met een delegatie van de stadsraad rijden ze met de trein richting Antwerpse haven. Britt en Parvanah gaan het DAC-project op de voormalige BASF-site bezoeken. In een indrukwekkend decor van grote buizen, stellingen en ketels verwelkomt ingenieur Vander Mosten het groepje. Jarenlange pogingen om CO2 rechtstreeks uit de lucht te halen en op te slaan zijn steeds stukgelopen op de onbetaalbaarheid. Precies omdat de atmosfeer maar voor 0,04 procent uit CO2 bestaat. Zelfs al stijgt dit percentage gestaag, het vraagt te veel energie om CO2 stofzuigers rendabel te maken. Het proefproject in de Antwerpse haven is een DAC-installatie. Koolstofdioxide wordt uit de lucht gehaald en meteen ingezet voor productie, zodat de opslagfase overgeslagen kan worden. De Direct Air Capture installatie wordt aangedreven door zonne-energie. Het afzonderen van het koolstofdioxide gebeurt door organometaalverbindingen en aluminiumsilicaat. Het hoog geconcentreerde CO2 gaat vandaag rechtstreeks naar een frisdrankfabrikant. ‘De toepassingen zijn echter eindeloos’ en Vander Mosten somt een hele rij opties op. ‘Je kan er plastics mee maken, koolstofvezels voor in de bouw of synthetische brandstoffen.’ Parvanah is wat overdonderd door de technische uitleg. Zou het zo simpel zijn om het klimaatprobleem op te lossen? Britt wil een vraag stellen. ‘Beste meneer Vander Mosten, kan u vertellen hoeveel procent van de totale CO2 die in de haven wordt geproduceerd deze installatie opvangt?’ De aarzeling maakt duidelijk dat dit niet het soort vragen is waar de man zit op te wachten. ‘Ja, het is natuurlijk een eerste experiment, maar we komen toch aan 0,1 procent.’ Het antwoord van Britt komt snel. ‘Ok, als ik me niet vergis bereiken we die besparing ook, als een derde van de Antwerpenaren stopt met strijken.’ Het groepje barst in lachen uit. Vander Mosten kan zich geen houding aanmeten in zijn onberispelijk gestreken streepjeshemd.

Na de rondleiding gaat het gezelschap nog even langs bij One World dat vlakbij ligt. Parvanah drinkt van haar kruidencola. ‘Zou dit nu met prik zijn van de installatie die we net gezien hebben?’ Britt imiteert de lijzige stem van Vander Mosten. ‘Als elke aardbewoner dagelijks honderd liter van die cola drinkt kunnen we de CO2 concentraties snel laten dalen.’ ‘Op voorwaarde dat niemand dan nog een boer laat’ schatert Parvanah.

***

Alweer een tegenslag. De befaamde wereldzadenbank in Spitsbergen is opnieuw ondergelopen, en deze keer is een groot deel van de verzameling aangetast. De Doomsday Vault was al eerder in 2017 gedeeltelijk ondergelopen door smeltend poolijs. Bijkomende afdichtingen en pompen hebben niet kunnen verhinderen dat nu het hele complex is volgelopen.  Het gebouw dat volgens de ontwerpers in staat zou zijn honderden jaren de verzameling van miljoenen zaden te bewaren, heeft de smeltende permafrost niet overleeft. Met temperaturen die af en toe zelfs boven de dertig graden pieken hadden de ingenieurs dertig jaar geleden geen rekening gehouden.

Gelukkig zijn op heel veel plaatsen vooruitziende mensen die jaren geleden begonnen zijn met het aanleggen van lokale zadenbanken. Die van BeterGent bevindt zich op de drie hoogste verdiepingen van het Belfort. De plek waar in de vijftiende eeuw de stadsprivileges veilig werden bewaard. Daarin stond in sierlijke letters geschreven dat Gent een onafhankelijke stad was, erkend door omringende graafschappen en keizers. Nu is de plek op een andere manier belangrijk. De zadenverzameling van zowat 120 000 verschillende soorten moet de voedselsoevereiniteit van de regio vrijwaren. Lu en haar team van GenCoop hebben toestemming gekregen om in de zadenbank stalen te nemen, in de zoektocht naar werkzame genen.

***

De eerste koopzondag is een gigantisch succes. Apple heeft voor die dag een Airpod genomen en wil er met zijn gezin een daguitstap van maken. Ze gaan een kijkje nemen in Deinze, Zottegem, Dendermonde en indien mogelijk ook nog Zelzate. Hope is helemaal opgewonden van het uitstapje met het gezin, zeker omdat het met de auto is.

Ze komen vroeg aan op het marktplein van Deinze. Er staan al heel wat tafeltjes, terwijl anderen nog aan het werk zijn om een kraam op te zetten. Centraal op het plein staat een wagen op een sokkel. Niet de eerste prijs voor een tombola van de lokale middenstand, wel een prachtige kleurrijke bloembak. In de kofferbak groeien weelderige partijen druifhyacinten en meiklokjes. Op het dak staat een bak vol tulpen in diverse kleuren. De motorkap is verwijderd om plaats te maken voor kleine maagdenpalm, kerstrozen en vergeet-me-nietjes.

Deinze is al heel lang een fietsstad, en dat is goed te zien in het aanbod van producten. Het recycleren van de vele nutteloos geworden wagens is hier tot kunst verheven. Een oud motorblok waarvan de cilinders dienstdoen als wijnrek, in vier stukken gezaagde siervelgen die mooie boekensteuntjes vormen. Er zijn paraplubakken gemaakt van een autoband waar gaten in zijn gesneden. Kunstige luchters van koplampen en hangmatten op basis van veiligheidsgordels. Apple heeft moeite om Hope bij de houden die van het ene kraampje naar het andere holt. Mona slentert achter hen aan, met Joop in een fel gestreepte draagdoek uit de Andes. Ze is er niet op uit om te kopen, haar oxytocine gaat omhoog door te kijken naar andere mensen die gelukkig zijn. Het oude paar dat hand in hand op een bankje zit te kijken naar de bloemenauto. De jonge vrouw die geniet van een rabarbersapje uit een sappentrapper. Terwijl het steeds drukker wordt besluit Apple verder te rijden naar Zottegem. Het is daar heel druk op het marktplein. Hier bestaat het aanbod uit spullen op basis van natuurlijk materialen. Beschilderde stenen, allerhande kleurrijke vogelhuisjes gemaakt van resthout. Vernuftige bamboe constructies en mosschilderijen. Creatief met alles, behalve kurk dan wel. Want dat materiaal is te waardevol als isolatiegrondstof. Mona stelt voor hier iets te eten in een grasveldje op de rand. Hope en Apple kiezen een assortiment koekelaringen, de lokale specialiteit.

In Dendermonde zijn er prachtige textielproducten. Hope krijgt een T-shirt van hennepvezels. Het is wat te druk voor Mona en de kleine Joop dus besluiten ze door te rijden naar de koopjeszondag in Zelzate. Daar ligt de klemtoon op technologische toepassingen. Er zijn zonneovens gemaakt van oude schotelantennes, isolatiefornuizen en gaatjescamera’s. Mona is gefascineerd door de breimachine op windenergie, vastgemaakt aan een lange mast komt er aan een behoorlijk tempo een worstvormige sjaal tevoorschijn. Apple is onder de indruk van de demonstratie van gerestaureerde watermolens die in 1850 zijn ontwikkeld en energie opwekken. Ze werden aangesloten op de waterleiding en konden bijvoorbeeld een naaimachine aandrijven. Een aantal ambachtslui demonstreren op de markt hun kunnen. Een houtbewerker drijft zijn draaibank aan met zijn voet. Op een blinde muur leeft een kunstenaar zich uit met drone-graffiti.

Het is al tegen de avond als het afgepeigerde gezin richting huis vertrekt. Hope valt in slaap op de achterbank. Mona kijkt naar haar man die hun persluchtauto aan vijftig per uur bestuurt. ‘Dat was een mooie dag Apple, ik denk dat je vandaag veel mensen gelukkig hebt gemaakt.’

Terug in Gent zet Apple zijn familie thuis af. Hij springt op de fiets en wil perse nog een kijkje nemen onder de stadshal. De meeste marktkramers zijn hun boeltje aan het opruimen. Hij maakt links en rechts een praatje, de verkoop was goed. In een hoekje herkent hij enkele mensen van de Consumentisten. Het valt op dat hun draagtassen niet zo goed gevuld zijn. Apple vreest dat ze niet tevreden zijn. ‘Hoi’ roept Apple ‘mooie oogst?’ en hij wijst naar de juten zakken. Een man van middelbare leeftijd verwelkomt hem enthousiast. ‘Ja hoor, we hebben de hele dag genoten.’ ‘Van het kopen?’ vraagt Apple. ‘Eigenlijk meer van de sfeer, het kijken naar de dingen die we konden kopen, en de vele babbels die we gedaan hebben.’ ‘Zo’n hele dag is wel vermoeiend’ zegt de vrouw die naast hem staat ‘Een keer per maand is wel voldoende’. Apple glimlacht. Het ziet er naar uit dat de Consumentisten hier geen belangrijke dreiging meer vormen.

3 reacties op ‘IV.VII. leve het belfort

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s