de grijze neushoorns


De voorbije weken heb ik twee boeken gelezen die me – alweer – wat ongerust maken over de toekomst. Het gaat over risico’s die we best kunnen omschrijven als ‘Grijze Neusnoorns’. Deze term, bedacht door Michele Wucker, slaat op dreigingen die dan wel zichtbaar zijn, maar waarvan we de impact en de timing onderschatten.* Het gaat over plastiek én bestrijdingsmiddelen. ‘Lek, hoe plastiek ons ziek maakt.’ van Isabelle Vanhoutte (Epo, 2026) en ‘Het pesticidenparadijs.’ van Dirk De Bekker (Arbeiderspers, 2026).

Vooreerst mijn dank en bewondering voor deze twee journalisten die besloten hebben vele jaren van hun leven te spenderen aan diepgaand onderzoek naar behoorlijk complexe en controversiële onderwerpen. De thema’s kijgen af en toe een streepje aandacht in de media, maar deze boeken maken maar al te duidelijk op welke chemische tijdbom we ons bevinden.

Dit stukje uit de achterflap van ‘Lek’ maakt al veel duidelijk: ‘In 2024 onderzochten wetenschappers de hersenen van overleden mensen. Bij één dode op de vier bestond gemiddeld 0,5% van het hersengewicht uit… plastic. Maar je vindt het ook in testikels, in beenmerg, in navelstrengen en in placenta’s. Stapel een miljoen Eiffeltorens op elkaar en je weet hoeveel plastic de wereld sinds 1950 produceerde: tien miljard ton. Plastic zit tjokvol additieven die luisteren naar namen als DeHP, bisfenolen en 6PPD. Die lekken uit PVC-slangen in het bloed van patiënten, uit petflessen in frisdrank, uit sushibakjes, uit kleurige flipflops met Minions, vinylvloeren, kindermatrassen, knuffels, enzovoort. Ze zijn kankerverwekkend en kunnen je zwangerschap en vruchtbaarheid ontregelen.’

Wat bestrijdingsmiddelen betreft, een zelfde verhaal. Ze zitten in ons lichaam, in ons drinkwater, in de bodem, in de lucht, in de vacht van onze huisdieren, in ons voedsel, in onze kleren en huizen. Stoffen met namen als fluralaner, glyfosaat, basagran, bentazon die worden gebruikt in de veeteelt en akkerbouw, bloementeelt, maar ook veelvuldig voor de behandeling van huisdieren. Zelfs stoffen die al langer verboden zijn duiken regelmatig op. Een opvallende parralel in beide de verhalen is de houding van de officiële instanties die moeten toelating geven om de producten op de markt te brengen. Die moeten nagaan of producten schadelijk zijn. De producenten doen daarvoor onderzoek – bvb op proefdieren – en op basis hiervan gebruiken de goedkeuringsinstanties vooral theoretische modellen om in te schatten of er gevaar kan zijn voor het leefmilieu of de mens. Daarbij wordt de werkzame stof onder de loep genomen. Maar wat niet gebeurt, zowel bij plastiek en bestrijdingsmiddelen, is bekijken wat de lange termijn effecten zijn van een coctail van de middelen. Want zowel bij plastiek als de bestrijdingsmiddelen gaat het over veel verschillende stoffen, die zelfs in zeer lage dosis en in combinatie met elkaar wel degelijk imact kunnen hebben.

Meer nog, uit het onderzoek blijkt de producenten met een combinatie van lobbywerk, inschakelen van welwillende wetenschappers, drogargumenten en politieke druk er steevast voor zorgen dat hun middelen op de markt blijven. Zo gaf Europa in 2023 opnieuw een tienjarige vergunning aan glyfosaat terwijl steeds meer onderzoek een duidelijke link legt met o.a. kanker en verstoring van hormoonhuishouding. Dirk de Bekker toont met een aantal verbijsterende voorbeelden hoe de economische belangen steevast voorrang krijgen op de gezondheid en het leefmilieu. Zo zijn er steeds meer aanwijzingen dat er een link is tussen Parkinson en blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. Parkinson is een van de snelst groeiende neurodegeneratieve aandoeningen en komt vaker voor bij landbouwers en in regio’s met intensief gebruik van bestrijdingsmiddelen. Maar tot op heden worden producten niet getest op de mogelijke impact, ondanks het groeiende wetenschappelijke bewijslast.

Dus is het maar de vraag wat dit op langere termijn voor gevolgen zal hebben? We worden allemaal continu blootgesteld aan een hele mix van moleculen, meestal in zeer lage lage dosissen. Dat dit impact heeft en nog meer zal hebben is echter onvermijdelijk. Op vruchtbaarheid, neurologische systemen, kankers, immuunsysteem, microbioom en zo meer. Het is moeilijk te begrijpoen dat regeringen die alsmaar zeggen ‘de rekening niet te willen doorschuiven naar de volgende generaties’ nog steeds de industriële belangen vooropstellen. Ik hoop dat ik ongelijk krijg, maar het zou wel eens kunnen dat deze toxische tijdbom ook op het toekomstmenu staat…**

*wie zich grondig wil verdiepen in alle aspecten van toekomstdenken raad ik graag het boek ‘Stilstaan bij de toekomst’ van Thomas D’Hooge aan.

** in ‘Zwarte zwanen’ komt dit scenario niet aan bod, er zijn al genoeg andere topics…

Plaats een reactie