binnenkort in alle bont-winkels


Ik lees hier met plezier interessante reacties over de rol van marketing in kader van duurzaamheid. Gisteren avond aan het station van Gent Dampoort was er in elk geval een opvallende reclamestunt te zien van Gaia. Op een werkelijk bijzonder groot zeil zie je een aankondiging van wat een nieuwe film lijkt te zijn, met niemand minder dan Jean Claude Van Damme. Maar al redelijk snel is duidelijk dat dit over iets anders gaat, vooral omdat je ogen onvermijdelijk naar het bloederige karkas gaan in de handen van Van Damme. Ik ben onvoldoende dierenkenner om te weten over welk dier het gaat, maar de boodschap is in elk geval duidelijk. In alle winkels die bont verkopen kan je de slachtoffers ontmoeten.

Een harde en opvallende campagne, waarvan ik denk dat ze wel een effect heeft. Dit is natuurlijk  het aanklagen van een mistoestand, en nog iets anders dan het promoten van duurzame alternatieven. Wat mij betreft zijn beide vormen nodig. Het zal theoretisch wel kloppen dat je in principe de consument kan verleiden tot duurzaam gedrag als het goedkoper, makkelijker en hipper is dan het onduurzame gedrag.  Maar in de realiteit zijn de alternatieven bijna steeds lastiger en duurder en vooral; de meerderheid van de mensen beseft nog niet half wat de impact is van hun gedrag. Waarom zouden ze dan op zoek gaan naar een alternatief?

Daarom zou van mij op een auto of een vliegtuigticket gerust dezelfde boodschap mogen staan als op een pakje sigaretten. ‘Rijden met de auto is schadelijk voor je gezondheid en die van de komende generaties‘ of  ‘ deze vliegreis draagt in belangrijke mate bij tot de opwarming van de aarde’. Deze boodschap kan alvast het argument van ‘oeps ik wist niet dat dit zo schadelijk was’ ondergraven én in combinatie met fikse prijsstijgingen van vliegtuigtickets en benzine zou het wel eens effect kunnen hebben.

Of het ooit zo ver zal komen weet ik niet, en in afwachting zou ik organisaties die werken rond duurzaamheid oproepen om zowel de wantoestanden aan te klagen als de alternatieven te promoten. Gaia en Eva zijn daarbij goede voorbeelden van een moderne media-aanpak. En persoonlijk had ik nooit gedacht ooit nog enige sympathie te voelen voor iemand als Jean Claude Van Damme…

13 reacties op ‘binnenkort in alle bont-winkels

  1. zie het marketing antwoord onder de vorige bijdrage…
    Reclame heeft immers geen ‘moraal’ , het is een doos vol instrumenten. Dat kan je goed of slecht gebruiken voor goede of slechte inhoud. Dus het is de ‘vakman’ en de ‘klant’ die de moraal bepalen, niet de reclame (in extensio de marketing) .
    Als morgen een haalbaar model komt voor de hervorming van de marketing/communicatie/reclame sector, dan zou het landschap zich grondig wijzigen. Maar verandering is moeilijk. Veel praktijken bestaan, omdat dat organisaties én communicatiebureau’s nu éénmaal zo werken, en nieuwe wegen maar moeilijk worden ingeslaan, zeker bij zogenaamde alternatieve klanten. Het is juist een gebrek aan kennis en inzichten die maken dat campagnes weinig effectief zijn. Ik heb bijvoorbeeld met EVA vzw een hele weg afgelegd: van ‘vleeseters zijn moordenaars’ tot ‘donderdag veggie dag’. Dankzij Tobias Leenaert heeft de organisatie een hele evolutie doorgemaakt én een doorbraak op de ‘markt van voeding’ gecreërd. Het is niet voor niets dat zij een grote sponsor hebben, hé. Inbreken op een bestaand (cultuur) patroon is niet makkelijk…

    Like

  2. Pels is een prachtig, authentiek en natuurlijk kledingmateriaal dat voldoet aan de natuurlijke behoefte om zich warm en comfortabel te kleden. Pels is een uitstekende keuze nu we ons allemaal bewust worden hoe onze levensstijl invloed heeft op het milieu. Het kledingmateriaal pels dat op een verantwoorde en duurzame manier bekomen wordt is effectief een “duurzaam” product.
    Natuurlijke pels is immers een duurzaam product dat decennia goed blijft. Een jas vervaardigd uit natuurlijke pels blijft gemiddeld 30 jaar tot langer bruikbaar. Pelsjassen vervaardigd uit natuurlijke pels worden vaak terug ontmanteld en herwerkt naar een nieuw kledingstuk waardoor de vraag naar nieuwe pels (en de bijhorende productie) lager is, wat een belangrijk milieuvoordeel is. Alle productie van nieuw kledingsmateriaal heeft immers een invloed op het milieu. Natuurlijke pels wordt bovendien geproduceerd op basis van afval (restafval dat afkomstig is van vis- en vleesverwerkende bedrijven) die anders gewoon als afval in het milieu zou belanden. De pelsdierenhouderij sluit dus perfect aan bij de dierenhouderij voor onze voedselproductie. In Europa alleen wordt jaarlijks circa 1.000.000 ton restafval dat afkomstig is van pluimveehouderijen, visverwerkende bedrijven en slachthuizen gerecycleerd als diervoeder in de pelsdierenhouderij.

    Like

      1. Volgens dhr. Parmentier is er geen fundamenteel ernstig leiden in ‘normale’ pelskwekerijen en is het leiden groter in de bio-industrie.

        Like

      2. Onafhankelijk diergeneeskundig onderzoek heeft aangetoond dat pelsdieren in Europa, Canada en Amerika beter verzorgd worden dan de kippen, varkens en runderen die we dagelijks verorberen.
        In 1999 heeft de Raad van Europa aanbeveling over het houden van pelsdieren aangenomen. De aanbeveling is de basis voor nationale wetgeving met betrekking tot het houden van pelsdieren en omvat: huisvestingsvoorzieningen (nestboxen voor nertsen, uitkijkposten voor vossen) , dierenhouderij (selecteren op gedrag), inspectie, management, research, voeding (samenstelling, hygiëne en hoeveelheid) en methodes om dieren te doden. Pelsdieren worden op de pelsdierenhouderij gedood. Er is dus geen transport naar slachthuizen, wat vanuit het oogpunt voor dierenwelzijn een pluspunt is. Laden, vervoeren en lossen van dieren is immers zeer belastend voor het welzijn van dieren.
        Elke pelsdierenhouderij moet een bedrijfsdierenarts hebben die mee garant kan staan voor de gezondheid van de dieren.
        http://www.efba.eu/video.html

        Like

  3. Voor alle lezers,

    Chris Parmentier is bekend (toch zeker in het wereldje van pelshandelaars, pelskwekers, anti-bont-verenigingen en dierenrechtenverenigingen) als een hardnekkig verdediger van bont.

    Hoewel hij af en toe wel de vinger op de wonde legt van sommige argumenten van anti-bond-organisaties is zijn pro-bont betoog nooit gespeend van een heel grote eenzijdigheid.

    Niet dat ik veel tijd en energie ga steken in een discussie met dhr. Parmentier (dat is toch hopeloos), zijn argument dat het restafval anders ‘in het milieu zou belanden’ is onzin. Bovendien stimuleert elke afname van ‘afvalproducten’ van de bio-industrie de instandhouding van die industrie. Als je dan ook nog weet dat één van Parmentiers argumenten om de huidige toestand in de bontkweek te verdedigen is dat het in de bio-industrie allemaal nog veel erger is, is het natuurlijk vreemd om tegelijkertijd de afname van producten van die bio-industrie goed te praten.

    Like

    1. Beste Renaat. Ik had evengoed kunnen reageren, verschuilt achter een nietszeggende voornaam, dan is men meer verplicht om op de inhoud in te gaan. Ter zake: Op jaarbasis eten pelsdieren in Europa circa 1.000.000 ton restafval dat afkomstig is van pluimveehouderijen, visverwerkende bedrijven en slachthuizen. Dit afval is niet geschikt voor menselijke consumptie. In de pelsdierenvoeding wordt dit afval vers verwerkt daar waar bij petfood dit afval nog talrijke behandelingen (verwarmen, koken, drogen…) moet ondergaan. Bovendien is de afzetmarkt voor pedfood verzadigd. Zo wordt afval omgezet in het fel beheerde duurzme natuurproduct bont dat op Europees niveau goed is voor meer dan 150.000 arbeidsplaatsen. In tegenstelling tot andere landbouwhuisdieren hoeven voor pelsdieren geen gewassen verbouwd te worden, hetgeen een niet te miskennen ecologisch pluspunt is.
      Er is in feite maar één realistische oplossing. Dit is een zo breed mogelijke kijk op de voedselproductie in het algemeen en andere noden zoals warme kleding, energie en verwarming. Deze maximaal met elkaar in evenwicht brengen zal netto het minste pollutie opleveren. Daaraan gekoppeld een realistische wetgeving rond dierenwelzijn. En voor de rest is het de vrije keuze van iedereen van die producten te gebruiken die hij wil, en ook die vrije keuze te laten aan anderen.

      Like

  4. Geachte heer Parmentier

    Dat er in Europa gigantisch veel ‘rest’afval is afkomstig van de pluimveehouderijen, visverwerkende industrie en slachthuizen, ga ik niet ontkennen. Er zit echter een grote nuance in uw redenering: met uw antwoord lijkt het alsof de pelsdierenfabrikanten dé duurzame oplossing zijn om van dat probleem af te geraken: die beestjes werken één miljoen ton van dat afval weg en we krijgen er een mooie pelsmantel voor in de plaats.

    Ik denk dat de redenering van in het begin kan bediscussieerd worden – al leidt dit misschien te ver. Minder vlees- en visconsumptie leidt tot minder vlees- en visverwerking en dus minder afval. That’s it.

    Enfin, het afval dat overblijft van die verwerking en slachthuizen valt zoals u wel weet onder de Europese Bezemverordening (EU- Verordening 1774/2002) en is onderverdeeld in categorieën. Categorie 1 materiaal moet verwijderd worden door destructie, categorie 2 en 3 materiaal kan herwerkt worden. Zoals u zelf aangeeft is de petfoodindustrie één van de afnemers.

    Een andere optie is echter – en dit gebeurt tegenwoordig meer en meer in de praktijk – dat dit type afval via vergistingsinstallaties verwerkt wordt. Hierbij wordt landbouwafval, mest en o.a. dierlijk afval via vergisting omgezet in warmte, ‘groene’ elektriciteit en een bodemverbeteraar.
    Me dunkt een duurzamer manier om verschillende afvalstromen te verwerken, dan dit aan gekooide dieren te geven die een leven van gemiddeld acht maanden beschoren zijn.

    Tim.

    Like

  5. het verbod om in een café te roken lijkt meer impact te hebben dan de vermelding op de verpakking : verzin dus een gelijkaardige maatregel voor de vliegenier en privé gemotoriseerde weggebruikers.

    maar even terug naar de discussie : waarom moeten er andere soorten sneuvelen als we evengoed écht madammenleer kunnen gebruiken om ons te beschermen tegen weer ende wind ? Dat wordt toch ook maar gewoon weggegooid aan het einde van de produktieketen ? en dankzij de eigen lobbyisten mogen die ook niet teveel stress hebben op het werk en moeten ze voldoende ruimte hebben in de tehuizen : perfect duurzaam dus.

    Like

Geef een reactie op Tim Reactie annuleren