Ik heb gisteren alle papieren in orde gebracht voor mijn ‘levenseinde’. Dit klinkt misschien wat onrustwekkend, maar eenmaal de zeventig gepasseerd kan het geen kwaad daar eens over na te denken. Ik heb een wilsverklaring voor gezondheidszorg ingevuld, ondertekend en een exemplaar gegeven aan mijn kinderen en mijn huisarts. Daarin heb ik aangegeven dat mocht ik slachtoffer zijn van bijvoorbeeld een beroerte en niet meer over mijn beslissingsvermogen beschikken welke medische behandeling ik nog wil. Zo wil ik niet kunstmatig in leven gehouden worden en geen buitensporige behandelingen. Er staan bepalingen in rond wat er te doen staat mocht ik dement worden en nog een en ander dat ik jullie nu wil besparen.
Het is tegenwoordig helemaal niet ongebruikelijk dat oudere mensen dit soort verklaringen opstellen. Er zijn nog steeds verhalen in omloop van mensen die ongeneeselijk ziek waren maar nog lang in leven werden gehouden om er ‘wetenschappelijke’ experimenten op toe te passen. Naast het menselijk leed bracht dit ook grote kosten mee voor de gezondheidszorg, iets wat we ons nu niet meer kunnen permiteren.
Waar twintig jaar geleden het doel van de medische wereld vooral was het leven koste wat kost te verlengen ligt de klemtoon nu op een kwaliteitsvol en meer natuurlijk levenseinde. Zo sterven mensen veel vaker thuis in een vertrouwde omgeving – net zoals baby’s ook bijna steedsthuisgeboren worden. Wie last heeft van ondraagelijke pijnen of om één of andere reden er genoeg van heeft kan nu kiezen voor begeleide vormen van euthanasie. Dat heb ik ook opgenomen in mijn wilsverklaring, bijvoorbeeld mocht ik in een onontkombare coma terecht komen.
Ik verwacht dat de papieren nog een tijdje in de schuif kunnen blijven liggen, en ik mijn gezondheid is nog prima, wat ouderdomskwaaltjes niet te na gesproken. Met de kinderen heb ik wel eens gesproken over mijn einde. Welke muziek er dan passend zou zijn, onder welke boom in de natuurlijke begraafplaats ik dan liefst zou liggen. Dat soort dingen. Waarbij Adam het niet laat om nog eens te verwijzen naar het hoofdstukje over ‘ecologisch’ sterven in mijn boek van 2008.
De erfeniswetgeving is ook flink veranderd de voorbije jaren. Precies om generatiearmoede en generatierijkdom tegen te gaan is het oude systeem afgeschaft. Behalve een aantal persoonlijke bezittingen gaat de erfenis naar de gemeenschap, die dan kan beslissen hoe dit best kan besteed worden. Zowel huizen als kapitaal gaan dus niet meer automatisch naar de eigen kinderen. Het grote voordeel is dat mensen zich niet meer zo uitsloven om rijkdom te vergaren en dat alle kinderen die geboren worden toch min of meer op gelijke voet kunnen starten.
Met mijn kinderen heb ik al eens gehad over het lijstje spullen die ik wil doorgeven. De vleugelpiano is voor Marieke, die toch een behoorlijk goede pianiste is geworden. De ledlamp die ik gekocht heb in 2009 en het nog steeds prima doet is voor Adam, net als de contrabas die ik nu al 40 jaar bewaar voor mijn Italiaanse vriend Alessio. Maar eerst wil ik nog wat genieten van een mooie oude dag.