
Het moest er eens van komen, een kop als deze. In een tijd waarbij onze regering denkt de toekomstige generaties te beschermen met miljarden investeringen in wapens én met miljarden besparingen op sociale zekerheid. Onlangs was onze premier trouwens heel duidelijk: ‘de grootste prioriteit van onze regering is het herstellen van het vertrouwen van de internationale markten in ons land.’
Lees de laatste zin nog eens opnieuw. Niet het (mentaal) welzijn van de burgers, niet de toestand van ons leefmilieu, niet een leefbaar klimaat voor de komende decennia, wat echt van belang is is het vertrouwen van de internationale markten. Op zo’n moment denk je toch echt dat de toestand hopeloos is. Zeker nadat we de vorige week overal in Europa recordtemperaturen zagen en er ook nog deze waarschuwing bovenop kwam.

Het zou dus zomaar eens kunnen dat we in de buurt van de tweegraden grens komen tegen 2030! Ik herinner me nog dat Greta Thunberg werd uitgespuwd toen ze een vijftal jaar geleden dit beeld schetste. Zelf ging ik er ook van uit dat we die twee graden ergens rond 2050 zouden bereiken, het zou dus twintig jaar vroeger kunnen zijn.
Ik weet dat nogal wat lezers van deze blog dit doen om wat hoopvol nieuws te krijgen. Met deze inleiding heb ik mezelf dus al in nesten gewerkt. Hoe kan je hoopvol blijven met leiders die exact het tegenovergestelde doen van wat moet? Met een snelheid van verandering die zelfs pessimisten niet konden voorspellen?
Toch een poging. Ten eerste: alles verandert. Deze regering, net als die in Washington, is niet voor eeuwig. Ooit komen er andere leiders, en misschien kunnen we zelf ervoor zorgen dat ze hun taak serieus nemen. Twee: we hebben nog altijd elkaar. De tijden zijn onzeker, wij zijn onzeker, de toekomst is onzeker. Wie zich staande wil houden in onzekerheid kan het beste uitreiken naar anderen. Veel mooie gedachten over onzekerheid vind je in deze podcast van de Correspondent. Dus spreek met je buren, engageer je in welke club dan ook, spreek af met mensen, deel je zorgen en je dromen, leer elkaar kennen. Wat er ook gebeurt, zolang we bereid zijn samen te werken is er hoop. En misschien kunnen we ons toch nog verbeelden hoe het anders kan. Daarom een fragmentje uit ‘Zwarte Zwanen‘. In dit verhaal komt een groepje mensen komt samen om te toosten op 2050.
‘Ik wil inderdaad een toost uitbrengen. Ik denk dat de jonge mensen hier niet genoeg beseffen hoe we uiteindelijk veilig en wel in 2050 geraakt zijn. Toen ik de leeftijd had van Médard, was het perspectief donker en werd ons een apocalyptische toekomst voorspeld.’ Hij heft zijn glas plechtig de hoogte in. De anderen wachten nog even af.
‘Op de moedige mensen die de voorbije decennia hard hebben gestreden voor onze toekomst. De politici die rechtstonden en tegen de stroom in gingen pleiten voor een andere economie. De coöperaties en overheden die massaal hebben geïnvesteerd in betaalbare huisvesting en zinvolle jobs. De natuurbeschermers en de boeren die voor de bodem en het landschap gingen zorgen. De ondernemers die besloten om op een andere manier hun bedrijven te runnen. De nieuwe coalities die erin slaagden gemeenschappelijke goederen en diensten uit de greep van de vrije markt te halen. Evengoed op de volksbeweging die er twintig jaar geleden is in geslaagd een echte belasting op grote winsten en vermogens in te voeren. Het was een zeer lastige en lange weg, maar uiteindelijk is de omslag gemaakt. Een nieuwe fiscaliteit waardoor gebruik van materialen en energie duurder werd, en arbeid goedkoper. Plots was de trein minder duur dan het vliegtuig, plots was gezonde voeding goedkoper dan ongezond fabriekseten. Plots was herstellen voordeliger dan kopen.’
Kyoko port haar man even in de zij. ‘Pas op, mensen, als Tom op dreef is, kan hij uren doorgaan.’ Een lachje welt op uit het groepje. ‘Ik krijg dorst!’ roept Lucie.
‘Oké, ik zal afronden.’ Tom knipoogt naar zijn vrouw.
‘We mogen ook de verhalenvertellers niet vergeten, de burgerbewegingen, de activisten die op de bres stonden en soms in de cel verdwenen en de advocaten die rechtszaken aanspanden. De wetenschappers die bleven aandringen op een langetermijnbeleid, de duizenden mensen die op straat kwamen, de kunstenaars, zij die affiches maakten of soep, zij die liederen zongen en slogans scandeerden, zij die staakten en zij die in stilte samenkwamen om te mediteren en te bidden.’ Hij haalt even diep adem. Lif maakt met haar handen een afrondend gebaar. ‘Vandaag werken we solidair samen, vaak in moeilijke omstandigheden. Er moet nog heel veel hersteld worden en het zal nog even duren voor iedereen een goed leven kan leiden. Maar we bouwen verder op het werk van de ontelbare mensen die zich de voorbije decennia hebben ingezet. Een toost op onze goede voorouders!’
‘Op onze goede voorouders!’ klinkt het in koor en een applausje is hoorbaar.
Ik heb vorige zaterdag trouwens al eens kunnen proeven van spelen van voorstellingen bij 35 graden… Met een wapperend publiek dus.
