Om je verbruik te beperken moet je precies weten hoeveel je waarvoor gebruikt. Wat verlichting betreft heb ik een overzichtje gemaakt van de situatie in huis. Mijn totaal vermogen om te verlichten bedraagt 120 Watt. Een gemiddeld gezin heeft ongeveer 30 lichtpunten, waarvan het grootste deel gloeilampen of halogeenlampen zijn. Snel een totaal vermogen voor licht van 1000 Watt, of een jaarlijks verbruik van 500 tot 750 kWh per jaar (80 tot 120 euro).
Zelf heb ik 11 lichtpunten, waarvan 1 TL lamp en 10 spaarlampen. Er zijn ook twee halogeenspots in huis, maar die zijn afgekoppeld. Het overzicht van de verlichting: 
- leeslampje aan bed (halogeen-spotje): 20 Watt
- TL-lamp keuken: 18 Watt
- spaarlamp keukentafel: 12 Watt
- 6 spaarlampen (wc, badkamer, kinderkamers, piano, bureau): 11 Watt
- bureaulampjes kinderen: 7 en 8 watt
Wat ik bij mijn zoektocht ook ontdekt heb. Het lampje van de frigo gebruikt 14 Watt én het lichtje in de (gas)oven zo maar even 40 Watt (zie foto). Gelukkig bakken mijn koekjes ook in het donker.
Met dit lichtvermogen zal ik per jaar maximum 80 kWh per jaar gebruiken voor verlichting (14 euro). Ik doe pas af en toe een kaarsje branden, want het milieu-effect van kaarsen is zwaarder dan van een spaarlamp.
Analyseer zelf je verlichting op de site energievreters.
Hm, het lichtje in mijn oven is al jaren kapot, misschien laat ik dat dan maar zo 🙂
LikeLike
Hey Steven
Daarnet je website ontdekt (danku Knack). Héél interessante uitdaging heb je daar. Ik heb me dadelijk de RSS feed eigen gemaakt. We proberen hier thuis ook een beetje ecologischer te leven. Niet altijd gemakkelijk. Zowel qua keuzes die je moet/kan maken, als oplossingen die je moet zoeken. Je afweging van tijd versus ecologische keuzes is bijvoorbeeld erg herkenbaar.
Groetjes
Koen
LikeLike