Ik zie vanuit mijn raam hoe twee koolmeesjes op de takken van de olm rondfladderen. Gisteren was een koppel eksters er aan de slag om takjes te verzamelen om de bouw van een nest te starten. Het is mooi om zien hoe planten en dieren wakker worden – al is de temperatuur eerder verontrustend dan positief. Wat ik vandaag kan observeren is slechts een fractie van wat er nog niet zo lang geleden was. En daarover gaat het schitterende boek ‘Archief van een mogelijk verlies’ van Tine Hens.
We kennen Tine als vakkundige journaliste met topboeken als ‘het klein verzet’ en ‘het is de schuld van de Chinezen‘ maar dit nieuwe boek is van een ander niveau. In twaalf verhalen beschrijft ze met veel kennis én emotie wat er rondom ons aan het gebeuren is. De gletsjers die verdwijnen – terwijl bedrijven veel geld verdienen met sneeuwkanonnen. De zoektocht naar de leeuwerik uit onze kindertijd, die samen met zoveel akkervogels met uitsterven is bedreigd. In een hilarisch en tegelijk pijnlijk contact met de straatlampentelefoon probeert ze de nacht terug te heroveren. We maken kennis met het wonderlijke leven van de paling, de genocide op de spreeuw, het verlies van de stilte. Over de korenbloem maakt ze een kwetsbare slam-poetry tekst en ‘vuurvlieg’ is niet toevallig haar alias als ze in kader van een Code Rood actie in de gevangenis terecht komt.
Naast de zeer krachtige beschrijving van het ongekende verlies waar we vandaag midden in zitten is het boek een ode aan verwondering, aan liefde voor al wat leeft. Wie weet kan het helpen om ons even krachtig in te zetten voor wat nog overblijft. Het is bijzonder literair boek, op hetzelfde niveau als het prijswinnende ‘een vlam Tasmaanse tijger‘ van Charlotte Van den Broeck, en met eenzelfde diepe wijsheid als ‘Een vlecht van heilig gras‘ van Robin Wall Kimmeren.
Het is ook meer dan een boek, er is een tentoonstelling, een muziekcompositie en er zijn een aantal evenementen rond het boek. Je kan hier de agenda bekijken. Om af te sluiten, een klein fragmentje.
’s Avonds stuurde hij me nog een filmpje. ‘Ik sta aan een militair vliegveld’. Hij liet de camera over de prikkeldraad glijden die hem scheidde van de weidse heide voor hem. ‘Er is nu prikkeldraad nodig om de leeuwerik te laten broeden. Maar het helpt wel, want het wemelt hier van de leeuweriken. overal zie ik paartjes over de grond heen en weer schieten. Wat ik je wilde zeggen, Tine’, besloot hij. ‘Er is nog zo veel schoonheid en zo lang de leeuwerik zingt, is er hoop.’ ‘Zo lang er sneeuw is, is er hoop’, dichtte Herman de Conink. Maar de leeuwerik heeft minstens hetzelfde effect.”
