Het is iets rustiger wat lezingen betreft tijdens de paasvakantie, dus ideaal om te genieten van enkele dagen rust en natuur op het prachtige biobedrijf de Kollebloem. Nog mooier wordt het als de verplaatsing kan met een elektrische deelwagen van Dégage mét een geleende plooifiets (ook van Dégage) in de koffer. Er was ook wat tijd om te lezen en daar wil ik vandaag iets meer over vertellen. Eind vorig jaar is het boek ‘Alles wordt anders… en beter’ van Koen Schoors met veel media aandacht gelanceerd. Hier een bespreking, iets kritischer dan Bart Schols in de afspraak.
Het hele boek draait om het idee dat elke zeventig jaar de wereld op een kantelpunt zou staan. Dit is bewering die zeer beperkt wordt gestaafd in het boek. In elk geval minder onderbouwd dan de Kondratiev-golven, een theorie ontwikkeld door de Russische econoom Nikolai Kondratiev in de jaren ’20 van de vorige eeuw. Hij probeerde aan te tonen dat kapitalistische economieën lange cycli van ongeveer 50 tot 60 jaar doormaken. Andere patronen zijn de Kuznets-cycli (ongeveer 15-25 jaar, gerelateerd aan demografische veranderingen en investeringen in infrastructuur) en de Juglar-cycli (ongeveer 7-11 jaar, gerelateerd aan bedrijfsinvesteringen). Deze cycli zijn korter dan de Kondratiev-golven en worden over het algemeen breder geaccepteerd binnen de economische wetenschap. De vondst van Schoors is vooral handig voor de promotie van het boek en maakt dat hij zich kan richten op hoe de wereld er uit zal zien in 2100.
In het eerste deel bespreekt hij het kernprobleem. We betalen niet de juiste prijs voor voeding, energie, grondstoffen, wonen en zelfs geld. Het is een oude klacht, die Schoors voor elk van deze domeinen goed illustreert. Dus voor alles de juiste prijs betalen en het komt goed. Het probleem is echter als je daar even op doordenkt de consequenties gigantisch. Voor voedsel zou de prijs minstens maal twee of drie gaan, voor energie en grondstoffen zijn de schattingen van 50 tot 350 % duurder. (Ik laat me hier even assisteren door Gemini). En hoe dit zou moeten gebeuren lees je niet in het boek. Een kleine anekdote. Zo’n 15 geleden kreeg ik na een debat een lift van Johan Van De Lanotte. We hebben tijdens het gesprek de kwestie van de geëxternaliseerde kosten besproken. Toen ik hem vroeg hoe dit moet gebeuren was het antwoord iets in de zin van. ‘De politiek durft en zal dit niet invoeren, dat is politieke zelfmoord’. Als we het principe van juiste prijzen echt gaan toepassen is dit volgens mij het einde van het kapitalisme. Van bij de start was dit model gebaseerd op uitbuiting (kolonisatie, slavernij, plundering) en het doorschuiven van kosten naar de gemeenschap. Tot op vandaag is dit het drijvend principe achter het kapitalisme. Jammer genoeg zegt Koen Schoors wel A, maar volgt er geen B.
In het stuk over voeding pleit hij terecht voor meer kleinschalige en agro-ecologische landbouw en voor het eten van minder vlees. Jammer genoeg maakt hij hier de fout om gevogelte te promoten, en daarmee een van de meest afschuwelijke vormen van dierenleed. Regelmatig gaat hij in zijn redeneringen nogal kort door de bocht. Zo zijn tegenstanders van de uitbuiting van kinderen in Kobalt mijnen lobbyïsten van de fossiele industrie (p.40) want ze houden de doorbraak van elektrische auto’s tegen. Op andere plekken is hij bijzonder optimistisch, zo wordt blijkbaar het meeste papier niet meer gemaakt van bomen maar van oud papier. Na drie minuten opzoekwerk lees ik op verschillende plekken dat het nauwelijks 50% is, en de papierproductie alleen maar toeneemt. Jammer genoeg zijn er bij dit soort beweringen geen bronvermeldingen (slechts 8 voetnoten in een boek van 220 pagina’s).
De bottomline van zijn toekomstbeeld blijft dat vooruitgang vooral komt via technologische innovatie en productiviteitswinst. Het concept van sufficiëntie is hem onbekend. Nochtans als we zouden beslissen dat Kobalt enkel mag gebruikt worden voor kleine elektrische deelwagens zouden er veel minder Kobalt mijnen nodig zijn. Ook sociale innovatie krijgt heel weinig aandacht.
Nog opvallend, het klimaatprobleem is tegen 2100 vanzelf opgelost! Er wordt wel regelmatig naar verwezen (met als obligate oplossingen: energie transitie, AI en circulaire economie) alleen is er in de toekomst blijkbaar geen impact te verwachten. Terwijl we zo goed als zeker tegen dan flink boven de twee graden zitten en een zeespiegelstijging van één meter mogelijk is, adviseert Koen bedrijven om zich zo dicht mogelijk bij de kust te vestigen! Zo is het natuurlijk makkelijk om te stellen dat het beter zal zijn in 2100. Over geopolitiek geweld is hij ook behoorlijk optimistisch, uiteindelijk zullen er minder oorlogen zijn omdat de wereldbevolking zal krimpen. Tja, waarom we dan zo veel geld aan wapens moeten uitgeven is me ook niet duidelijk.
Ik heb Koen Schoors al een paar keer ontmoet en het is een slimme man met het hart op de juiste plaats. Hij ondersteunt energiecoöperaties en is fan van zelfoogstboerderijen en deelsystemen. Toch valt het boek tegen. In de inleiding pleit hij voor systeemdenken, maar in dit boek is daar weinig van te merken. Hij wil wel onderdelen van het systeem veranderen (vergroenen) maar het systreem blijft in wezen hetzelfde. Alleen is het nu elektrisch, circulair en natuurlijk met heel veel AI. Wellicht blijft het voor economen moeilijk om buiten het gekende kader te denken.
Eingelijk is het een beetje een lui boek. Het is een opeenstapeling van vooral bestaande ideeën, vlot en snel bij elkaar geschreven. Het ontbreken van een bibliografie en voetnoten doen me vermoeden dat er niet zoveel research is gedaan. Ik ben het helemaal met hem eens dat we zelf de toekomst maken, en toekomstbeelden daarbij een rol spelen. Alleen is niet zo moeilijk een aantrekkelijk toekomstbeeld te schetsen als je niet vertelt hoe we daar moeten geraken en de grootste uitdagingen vanzelf verdwijnen.
Ik heb het ook even geprobeerd: maak een toekomstbeeld van een circulaire, duurzame en groene, digitale stad (ik kan ook lui zijn).

