Vorige zaterdag was er de laatste try-out van ‘Tegen de Lamp’ en daarmee is de fase van de productie afgelopen. Tijd om een tussentijdse ecologische stand van zaken op te maken. In totaal waren er 38 repetitiedagen bij Rataplan. In een grote, maar slecht geïsoleerde ruimte, verwarmd met gas waren we ongeveer 6 uur per dag bezig met het repeteren. Daarbij gebruikten we in het begin de bestaande verlichting (4 straffe halogeenspots), ongeveer vanaf de helft van het repetitieproces konden we gebruik maken van LED-spots. Verder is er ook wat transport geweest, in de eerste plaats mijn verplaatsingen met de trein van Gent naar Antwerpen, en ook een aantal ritten met de auto, o.a. voor de kostuums, de decors en de energiefietsen. Als deze gegevens worden ingevoerd in de calculator van Ecolife zorgt dit voor volgend resultaat:

De productie is dus goed voor 1,7 ton CO2. Ter vergelijking, dit is ongeveer de helft van wat een gemiddelde Belg jaarlijks uitstoot voor verwarming en elektriciteit in huis. Het grootste deel van de uitstoot komt door de verwarming, met op de tweede plaats het vervoer. Een aantal zaken zijn echter niet meegerekend:
– de energie van de computer waarmee de teksten zijn geschreven
– de impact van de kantoorruimte van Rataplan die de productie coördineert
– de impact van de materialen die gebruikt zijn voor decor, energiefietsen en kostuums
– de impact van het kantoor van Thassos die instaan voor de verkoop van de voorstelling
Stel dat deze niet meegerekende gegevens ook 1,7 ton CO2 inhouden dat komen we op een totaal van 3,4 ton voor de productie van het stuk. Als je dit gaat verdelen over 50 voorstellingen dan moet aan elke voorstelling een uitstoot van 68 kilogram CO2 worden toegekend, enkel voor de productie. De voorstellingen zelf zullen natuurlijk ook hun impact hebben. De zaal waar wordt gespeeld zal meestal verwarmd zijn, er wordt elektriciteit gebruikt (foyer, theaterzaal), bezoekers gaan er naar het toilet, iedereen krijgt een programmaboekje. Tenslotte is er nog een individueel stukje. Dat heeft vooral te maken met de manier waarop de bezoekers naar de zaal afzakken.
Theater maken zonder ecologische impact is vooralsnog niet mogelijk, maar we gaan er wel van uit dat de duizenden bezoekers die de voorstelling zullen zien meteen zelf aan de slag gaan om hun eigen voetafdruk te verkleinen.
Die halogeenspots zijn echte energievreters, eigenlijk zijn het straalkacheltjes. Voor werfverlichting gebruikte ik tijdens onze verbouwingen TL. Gaf ook veel licht, minder gevoelig voor schokken, niet heet en minder verblindend.
Ik herinner me nog goed de prijsuitreiking van de energiewijken in het Gravensteen enkele jaren geleden. Daar hingen (hangen?) in die grote zaal zo veel halogeen spotjes dat de presentator zelf met een kwinkslag zijn schaamte toegaf.
Ik begon de spots te tellen maar was snel de tel kwijt. Het ging om ettelijke kW. Ook in andere zalen: http://image60.webshots.com/60/8/98/88/2294898880084994469NOKTbH_ph.jpg
LikeLike