Gisteren was ik een dagje in de Zoo om samen met tante Kaat filmpjes op te nemen voor een nieuw Antwerps project. Onder de naam van Ecostraten zullen binnenkort de Antwerpenaren worden opgeroepen om werk te maken van energiebesparing en ecologisch poetsen. In de Zoo gingen we op zoek naar voorbeelden uit de natuur die ons daarbij kunnen inspireren. De zeeotter die met zijn bijzonder dichte vacht zonder probleem de thermostaat een graadje lager kan zetten. De bruine beer die tijdens de winter in slaapstand gaat, of de olifant die met zijn slurf een douche neemt in plaats van een bad. Dat soort dingen dus.
Het was trouwens een prachtige dag met heel veel volk in de Zoo. Het is met gemengde gevoelens dat ik kijk naar de dieren die er in hun kooien en kleine parkjes dag in dag uit moeten leven. Je vraagt je toch af wat het moet zijn voor een tijger of een giraf die normaal over een leefgebieden van verscheidene vierkante kilometer beschikt om te moeten leven op een paar tientallen vierkante meter. Dieren in gevangenschap, het is en blijft onnatuurlijk, al geloof ik wel dat de dieren op een meer verantwoorde manier worden gehouden dan enkele decennia terug. Anderzijds kan de Zoo een plek zijn waar mensen bewust worden van de schoonheid van de natuur en van de kwestbaarheid van soorten. Ook in de informatiepanelen is aandacht voor milieuproblemen en worden mensen opgeroepen om om een aantal zaken te letten. En het is fascinerend om van dichtbij naar pakweg een Tapir of Kea te staan kijken. Maar omdat zo’n Zoo ook binnen de economische logica valt is het ook een soort pretpark waar consumptie een grote rol speelt. Zeeleeuwenshow, overal ijsjes en terrasjes, shops enzovoort. Voor of tegen dieren in gevangenschap, ik weet het alvast niet goed. Al goed dat het niet nodig is om alles te weten.