fijn op de trein!


De voorbije dagen weer behoorlijk wat treinritjes gedaan, en het valt me toch op dat reizen met de trein toch heel wat voordelen heeft.

Zo ben ik de voorbije dagen heel wat bekenden tegen gekomen bij het opstappen. Mensen die ik al jaren niet meer gezien heb en ik waarmee ik dan meteen een hele rit kan bijpraten. Bij een van die babbels begon een onbekende dame trouwens spontaan mee te praten, want ze vond het jammer dat mensen op de trein zo weinig met elkaar in gesprek gaan.

funtrainIn het station van Antwerpen Centraal werd ik dan weer aangesproken door een enthousiaste jongeman: “mag ik u feliciteren met wat u doet, want u bent toch de Low Impact Man hé”.  En hij voegde er nog aan toe dat hij samen met zijn vriendin ook allerlei acties onderneemt om de voetafdruk te verkleinen.

In de trein van Gent naar Antwerpen hadden we te maken met een vrolijke treinbegeleider die afsluit met de woorden: ‘uw treinbegeleiders Jan, Piet, Joris en Corneel wensen u nog een prettige dag’. Wat meteen heel glimlachende gezichten opleverde, een bejaard koppel begon zowaar te zingen over mannen met baarden.

Tenslotte nog deze. Ik zat op de trein naar Brussel en was een boek aan het signeren voor Meryem Almaci (die me trouwens beloofd heeft binnenkort enkele ideeën uit het boek naar voren te schuiven) toen de conducteur langs kwam om mijn kaartje te knippen. Hij sprak me meteen aan: “ah, dat boek, dat ken ik, ik heb er iets van gelezen in de Jommekeskrant.”  (jawel, ik heb mijn hoogtepunt in mij carrière nu echt wel bereikt: een artikel in de Jommekeskrant. Hij begon meteen te vertellen hoe belangrijk het milieu wel is en dat het goed is dat meer en meer mensen er aandacht voor hebben. Hijzelf bijvoorbeeld at 1 dag per week geen vlees. (Ik maak van de gelegenheid gebruik om te vermelden dat Dirk De Wachter, auteur van een schitterend boek over de liefde, me toevertrouwde dat hij al van bij de start meedoet met Dagen Zonder Vlees. Maar die ontmoeting was niet op de trein.)

Om maar te zeggen, wie open staat voor ontmoetingen en babbels zal in het openbaar vervoer beter aan zijn trekken komen dan in de file!

zie ginds komt de stroomboot


Ik was deze week op een studiedag van de Vreg over ‘disclosure’, een moeilijk woord voor ‘stroometikettering’, of gewoon hoe kan je weten waar je stroom vandaan komt en hoe groen die is. Behalve dat het heel ingewikkeld is heb ik nog wat interessante dingen geleerd. Zo maakt brandstofmixgroende Vreg elk jaar een rapport met de brandstofmix van onze groene stroom. Je kan hier het meest recente rapport vinden. Zo blijkt dat in 2013, 27 % van onze groene stroom uit Noorwegen komt, en 15% uit Ijsland. Nu moet je weten dat er GEEN connectie is tussen het Ijslandse elektriciteitsnet en het vasteland en dit fysiek dus onmogelijk is. Wat iemand de schampere opmerking ontlokte, die stroom komt met de stroomboot.

Het voorbeeld toont duidelijk aan dat het systeem van ‘garanties van oorsprong (GVO)’ een paar vreemde neveneffecten heeft. De  bedoeling is om ervoor te zorgen dat een kWh groene stroom geen twee keer verkocht wordt (en daarin slaagt het systeem), maar omdat de GVO zo goedkoop is kan iemand met een vervuilende centrale in ons land goedkope GVO’s kopen uit pakweg Noorwegen en aan de klant zeggen dat hij groene stroom koopt. Een praktijk die Greenpeace al een tijd aan de kaak stelt. Daarbij komt dat het hele GVO systeem geen impuls blijkt te geven aan de ontwikkeling van meer groene stroomproductie.

Wat ik nog geleerd heb; naast de effectieve productie en consumptie van stroom is er ook een hele markt van traders die GVO’s kopen en verkopen, en toekomstige stroom (futures) verhandelen op de beursvloer. Omdat dit ‘traden’ om een of andere reden in ons land gratis is, blijken we een land te zijn waar veel van dat soort transacties zijn. Daardoor blijken we een grote uitvoerder te zijn van waterkracht stroom (die we niet hebben dus). Het doet een beetje denken aan de financiële markten die los van de reële economie een eigen handeltje opzetten.

Het goede nieuws is wel dat de Vreg het in de toekomst mogelijk wil maken dat je  kan zien op je factuur van waar de stroom komt, en op welke wijze die wordt geproduceerd. Dan zou je kunnen kiezen voor Belgische stroom van pakweg wind of zon. (Op dit moment kan je enkel zien of je energie groen is of niet via deze groenchecq)  Maar verder had ik vooral de indruk dat hier een gigantisch systeem is opgezet dat vooral de grote marktspelers ten goede komt en het moeilijk maakt voor de consument om echt duurzaam te kiezen. Er is ook gepleit voor een label dat die keuze makkelijker moet maken, zoals dit van Ekoenergy.

Een ingewikkelde kwestie, dat is zeker, waar de politiek verantwoordelijken toch ook eens moeten nadenken wat de prioriteit is. Marktopportuniteiten creëren voor grote spelers of echt de transitie inzetten naar hernieuwbare energie. In afwachting kunnen we als consument maar best kiezen voor de coöperatieve lokale producenten zoals Ecopower, Beauvent, Wase Wind en Energent.

natuurborsten


Voila, met zo’n titel zal dit blogstukje wel goed gelezen worden vermoed ik. Maar, beste lezer, niets is wat het lijkt, want ik ga het hebben over een tandenborstel. Dank zij een cadeaubon kon ik wat bestellen bij eco webshop Kudzu, en naast de scheermesjes die ik daar altijd aanschaf 2015-02-25 10.13.01heb ik ook deze ecologische tandenborstel besteld.                                  Het is een Duitse borstel gemaakt van natuurlijke grondstoffen, en met een gepast opschrift. Wat bij mijn kinderen alvast voor enige hilariteit zorgde.

Wat het thema uit de titel aangaat ga ik toch niet specifiek uitweiden. Maar iedereen zal begrijpen dat ik wat dit betreft ook de voorkeur geef aan natuur boven kunststof…

Moraal van het verhaal; klik nooit op een berichtje omwille van een verleidelijke titel én een betere wereld begint bij je tandenborstel (en voor gevorderden: bij zelfgemaakte tandpasta).

 

samen wonen in de lift


cohousinggentIk was eigenlijk van plan het vandaag niet over Gent te hebben, want er gebeuren ook ongelofelijk veel boeiende zaken op heel veel andere plaatsen.

Maar ja, dan publiceert de Gentenaar een stuk over hoe co-housing aan het boomen is, en kan ik het weer niet laten. Het is volgens mij een zoveelste illustratie van hoe mensen zelf op zoek gaan naar alternatieven. En natuurlijk, een samenhuizen project opzetten is een pak complexer dan pakweg een geveltuintje aanleggen. Daarom lijkt het op dit vlak nogal traag te gaan, maar is de trend nu duidelijk aan het groeien.

Toen ik in 1997 bij een eerste project betrokken was (Luchtkasteel in Doornik) was het behoorlijk zoeken (enja, we waren wel een beetje hippies). Ondertussen zien we dat groepen zich beter organiseren, dat er ondersteuning is van organisaties zoals Samenhuizen en Coho9000, ook ondernemers zoals Cohousingprojects en Abbeyfield zetten projecten op, en ook overheden starten op verschillende manieren met de ondersteuning.

Het blijft een moeilijk proces en jammer genoeg duur (een cohousing woning is van prijs vergelijkbaar met een andere woning). Hier is nog ruimte voor nieuwe experimenten zoals CLT, waarbij de grond niet kan gekocht en verkocht worden en woningen een stuk goedkoper worden. Graag meer van dat dus.

En plechtig beloofd, morgen schrijf ik geen woord over wat in Gent aan het gebeuren is (dus nu nog snel even deze link naar succesvolle groene ondernemers van het nieuwe tijdperk). En natuurlijk in ons cohousingsproject gaan we niet samenwonen in de lift, maar er is wel een lift – op vraag de brandweer.

hoe steden mee het verschil kunnen maken


Gisteren is op de gemeenteraad in Gent het bestek goedgekeurd voor de aankoop van schoolmaaltijden. Het gaat daarbij om ongeveer 850 000 maaltijden per jaar voor scholen en kinderdagverblijven. Omwille van de wetgeving zijn dergelijke bestekken bijzonder complex. Om een idee te geven, in de inleiding van het bestek wordt verwezen naar een vijftigtal wetten, koninklijke besluiten en Europese vorderingen die strikt moeten gevolgd worden. Gaande van het Koninklijk Besluit van 22 januari 1988 betreffende het gebruik van eetbare oliën en voedingsvetten bij het frituren van voedingsmiddelen, tot de verordening 1139/98/EG van de Raad betreffende de verplichte opneming in de etikettering van bepaalde met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen, gewijzigd door de verordening 49/2000/EG van de Commissie van 10 januari 2000 (niet te verwarren met de verordening 50/2000/EG van de Commissie van 10 januari 2000 inzake de etikettering van voedingsmiddelen en voedselingrediënten die genetische gemodificeerde of met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde additieven en aroma’s bevatten). Vijftig van die wetten dus, waarbij meteen al de vraag kan gesteld worden hoeveel juristen de bedrijven in dienst moeten hebben om hierop te kunnen inschrijven.

Daarbij komt dat het gigantische aantal, de krappe budgetten én het type van keukens in de instellingen ook zorgt dat het niet evident is dagelijks tot 4500 maaltijden te latenleveren door kleinschalige lokale bedrijfjes. Dus hebben de diensten hard gewerkt om – binnen de contouren van de wetten en praktische bezwaren – zo veel mogelijk duurzaamheid in het bestek op te maaltijdenvoetafdruknemen. Dit kan door bij de gunningscriteria eisen te stellen op vlak van sociale en ecologische duurzaamheid. In dit geval wordt rekening gehouden met ecologische voetafdruk van de maaltijden, verpakking, voedselverspilling & transport/transportplan, biologisch, fair trade, duurzame vis, vleesvermindering, sociale economie en socio-economische duurzaamheid. Hoe beter de indieners daaraan voldoen, hoe meer punten ze krijgen (naast prijs, kwaliteit en menu-aanbod). Daarnaast is elke inschrijven verplicht om te voldoen aan minimale criteria.

Zo moet minstens 15% van alle ingrediënten voldoen aan de bio-criteria. Gezien het totaal volume komt dit overeen met  127 500 biologische maaltijden per jaar. Er moeten andere menu’s zijn per seizoen, rekening houdend met de seizoenskalender, Tonijn, Pangasius en Tilapia zijn niet toegestaan en alle vis moet een MSC of ASC label hebben.  De leverancier moet aantonen in welke mate zijn producten een fair trade label hebben en een plan tegen voedselverspilling uitwerken. Naast donderdag veggie vraagt het bestek bij alle menu’s rekening te houden met de ecologische voetafdruk, moet een duurzaam vervoerplan worden opgesteld en stimuleert de stad samenwerking met sociale economie en alle vormen van ecologische en sociale innovatie.

Door dit soort keuzes te maken (en het is zeker nog niet perfect) probeert de stad op zijn minst om de producenten en leveranciers in een meer duurzame richting te duwen. Dit wordt ook wel het inzetten van het aankoopbeleid voor het bereiken van strategische doelstellingen genoemd. Alweer een stapje in de goede richting, en een reden waarom ik trots ben hieraan mee te mogen werken.

kunst helpt de wereld redden


impossible futuresHier alweer wat mooie dingen uit het nieuwe tijdperk. Van 11 tot 29 maart zal Vooruit een blik werpen op de toekomst met het festival: impossible futures. Het festival wil op zoek gaan naar de grenzen op van wat (on)mogelijk is. Want door de confrontatie met het onmogelijke, creëer je ruimte voor het mogelijke. We zetten dus alle oogkleppen af, breken denkkaders open, schakelen stoorzenders uit en beslissen niet wat mogelijk of onmogelijk is. Het is aan het publiek en aan de artiesten om dat uit te maken. Boeiende denkoefeningen dus over TAPAS (There Are Plenty of Alternatives) en NINA (Now is the New Alternative).

Dat het onmogelijke steeds meer aan het gebeuren is zie je ook aan initiatieven die overal opduiken. Zo zal na Antwerpen en Leuven, Gent binnenkort ook zijn eigen verpakkingsarme winkel hebben. En om te zorgen dat al die nieuwe sociale ondernemers aan wat middelen kunnen geraken start de stad Gent binnenkort met een eigen Crowdfunding platform.  Nog een nieuw economisch model dat zich situeert tussen de klassieke spelers ‘de markt’ en ‘de overheid’, waarbij de burgers zelf een belangrijke rol spelen. En natuurlijk is dit geen pleidooi voor het verminderen van investering van de overheid. Integendeel, er zou meer moeten geïnvesteerd worden in zorg, onderwijs, hernieuwbare energie, openbaar vervoer, armoede bestrijding en zoveel meer. Daarnaast is het wel zinvol om nieuwe economische modellen (zoals complementaire munten en crowdfunding acties) verder te ontwikkelen.

Dat dergelijke oproepen wel degelijk werken bewijst het succes van de actie voor het nieuwe permacultuur tijdschrift waar ik hier eerder over schreef. Op enkele weken tijd hebben meer dan 400 mensen het nodige bedrag bij elkaar gelegd. Wie weet komen op (im)possible futures nog nieuwe grote ideeën naar boven, die ons inspireren en motiveren om iets te doen.

 

levenslessen in DS


Gisteren mocht ik in de Standaard enkele levenslessen delen. Ik heb gekozen voor het refrein van het slotnummer uit de voorstelling. Hier is de tekst voor wie de krant niet heeft gezien.
1. word activist

‘Iedereen heeft het in zich om activist te worden, om op zijn of haar manier iets bij te dragen aan het beter maken van de wereld. Activist worden hoeft niet per se te betekenen dat je op de barricades moet springen, ook met kleine acties kun je veel bereiken: een buurtfeest organiseren, of wat minder vlees eten. Het gaat erom dat je niet afwacht en ondergaat, maar dat je actie onderneemt. Zelfs door gewoon na te denken over wat je wel of niet koopt, kun je al een groot verschil maken. De consument heeft meer macht dan je hij denkt.’

2. bevrijd jezelf

‘Bewust of onbewust hebben we het gevoel vast te zitten aan alles wat gangbaar is: dat status afhangt van de spullen die we hebben, van de reizen die we maken, van onze carrière en van een groeiende economie. Durf jezelf te bevrijden van die veronderstellingen en van de druk te conformeren.’ ‘Ja, zelfs voor mij vergt dat oefening. Ook in omgekeerde zin: ik had vroeger de neiging me op te winden als mensen een heel andere visie hadden dan ik, maar dat doe ik niet meer. In 2008 ben ik begonnen met mijn voetafdruk zo klein mogelijk te maken, wat resulteerde in het boekLow impact man. Achteraf besefte ik dat ik er wat te obsessief mee bezig was, ik zou het melkje bij de koffie geweigerd hebben omdat dat verpakt was. Van die rigide manier van leven heb ik me ook bevrijd.’

3. zoek ­bondgenoten

‘Ik zie nogal wat mensen rondom mij die heel erg bezig zijn met het milieu, die ieder nietje uit de krant halen alvorens ze ze bij het oud papier te gooien en die heel erg hun best doen om ecologisch verantwoord te leven. Op een bepaald moment krijgen ze dan een soort ecoburn-out, omdat ze het gevoel hebben dat ze in hun eentje de wereld moeten redden. Ze voelen zich machteloos en denken dat het toch niks uithaalt.’ ‘Daarom is het belangrijk bondgenoten te vinden, mensen die met vergelijkbare dingen als jij bezig zijn, zodat je je interesse kunt delen. Richt een coöperatieve op, deel een tuin, doe samen dingen. Dat is ook veel plezanter dan thuis in je eentje gefrustreerd te raken over de CO 2 -uitstoot van de buren of van je huisgenoten.’

4. deel alles

‘Materiële spullen worden gelukkig steeds vaker gedeeld (auto’s, tuinen, enzovoort), maar delen slaat ook op het delen van waar we mee bezig zijn. Dromen delen zorgt ervoor de dat ze veel meer kans krijgen om werkelijkheid te worden.’

eekhoornzon5. doe het met ­liefde

‘Doe al de voorgaande dingen met liefde. Er is al genoeg agressie en haat in de wereld. Als ik mijn verhaal breng, word ik niet kwaad als ik tegenstand krijg. En geloof me, die krijg ik regelmatig. Ik zit in de Gentse gemeenteraad, onder meer met Siegfried Bracke. Ik ben het absoluut niet eens met wat hij zegt en waarvoor hij staat, toch probeer ik zelfs mijn politieke tegenstander met liefde te bejegenen. Ik heb het hem onlangs gewoon gezegd, dat ik hem respecteer. Blijkt dat het wederzijds is. Dat klinkt wel wat soft, maar ach. We hebben een verschillende stijl en visie, maar daarom is hij geen slechte mens. Er is trouwens niemand die ’s ochtends opstaat en zegt: vandaag ga ik eens extra veel CO 2 uitstoten! Ik ben geëvolueerd in het niet proberen te veroordelen, ook dat is liefde.’

(jdb)

Steven Vromman is de Low Impact Man. ‘Stop met klagen, doe-het-zelfgids voor een vrolijke nieuwe wereld’, werd uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts. (het boek kan je nog steeds bij mij bestellen)

En wie de gezongen versie van de levenslessen eens wil bekijken, hier een try-out opname van een try-out vorig jaar. De tekst ken ik nog niet helemaal van buiten. (vanavond ook live in Eeklo, en ondertussen ken ik de teksten helemaal van buiten)

seven summits op duurzame wijze


Tijdens de krokusvakantie zijn er wellicht heel wat mensen op vakantie vertrokken. Het is iedereen gegund natuurlijk, al is de impact van het reizen niet te onderschatten, zeker als daar een vliegtuig bij gebruikt wordt. Neem bijvoorbeeld eens een kijkje op deze site, en dan zie je in real time hoeveel vliegtuigen er in de lucht flighttrackerhangen. En het worden er jammer genoeg steeds meer. Het valt me trouwens op dat er actiegroepen en campagnes zijn rond vlees, autorijden, plastic, bontjassen en papier maar niet rond vliegen. Wie start de eerste ‘dagen zonder vliegen’ of ‘stop flying’ campagne?

In afwachting even aandacht voor een campagne die zich richt op duurzaam reizen. Met ‘seven summits’ willen de Natuurvrienden alvast het duurzaam bergbeklimmen promoten. Zeven teams gaan de uitdaging aan om zo duurzaam mogelijk te reizen en een berg te beklimmen in Europa. De zeven teams zullen moeten samenwerken om te slagen in hun opzet. Het onderweg zijn, respect voor elkaar en de natuur zijn enkele kernwoorden. Het gaat dus niet om het bedwingen van de hoogste bergen, maar het combineren met een mooie natuurervaring met respect voor diezelfde natuur.

Tijdens het hele project worden ervaringen en verhalen van de deelnemers uitgewisseld. : welke keuzes en afwegingen spelen er mee, welke compromissen zijn nodig. De reisverhalen en resultaten van het experiment worden verzameld in een magazine dat dit najaar verschijnt.

De deelnemers gebruiken een  ‘checklist’ om de duurzaamheid van hun reisplannen af te toetsen. De zeven teams zijn op basis daarvan bezig met de voorbereidingen: keuzes in transport, teambuildingdagen, opleiding, andere keuzes,… Op 27 juni is er een groot afscheidsfeest in Antwerpen waar alle trips worden voorgesteld. Op deze blog en op facebook kan je ondertussen het project op de voet volgen.

het nieuwe vasten


Al ruim 36 000 mensen nemen vanaf vandaag deel aan Dagen Zonder Vlees, en niet vergeten, je kan nog altijd inschrijven. Dit maakt wel duidelijk dat er steeds meer mensen zijn die begaan zijn met ecologische en sociale kwesties. Het is een vraag die ik vaak krijg, gisteren nog op TV Limburg, ‘heb je niet het gevoel dat je alleen staat met je oproepen en acties?’. Neen dus, steeds meer mensen schieten in actie.

Wie het idee van de vasten mee nieuw leven wil inblazen kan ook nog wat inspiratie opdoen op de site van Bewust Verbruiken, daar zijn nog enkele andere acties voorgesteld. Lees hier alles over 40 dagen ontrommelen, 40 dagen geven, 40 dagen fietsen of 40 dagen zonder suiker. Het leuke van deze acties is niet enkel dat ze goed zijn voor het milieu, maar tegelijk je sociaal leven en je gezondheid ten goede komen.

In kader van de millenniumdoelen en het klimaatverhaal is nog een campagne gestart van de coalitie 2015. Een reeks organisaties die aandacht vragen voor een ambieuse opvolger voor de millenniumdoelstellingen.

groenestrooomNaast je aansluiten bij diverse acties is ook goede informatie van groot belang. Rond groene stroom bijvoorbeeld is er regelmatig wat verwarring. Hoe kan je nu weten of de stroom die je aankoopt echt groen is (zie ook Greenpeace), hoe zit dat met die certificaten, en klopt het dat de leveranciers hun klanten te veel laten betalen hiervoor? Over deze en andere vragen is er volgende week een studiedag van de VREG. Daar mag ik het standpunt van de (groene) consument vertolken.

Dan kan ik meteen ook een oproep doen voor veertig dagen energievasten.