boek, boeken, geboekt


Gisteren op het Groene boek was de verleiding weer groot. Je kon er tussen de lezingen en debatten door rondneuzen tussen de interessante boeken rond sociale en ecologische thema’s. Ik heb mezelf voorgenomen om zo veel mogelijk te weerstaan aan de verleiding, wat maar met mate gelukt is. Je kan hier de volgende weken dan weer wat boekbesprekingen verwachten.

Maar graag vandaag wat aandacht voor boeken die minder in de picture komen.

vos-eenoog‘Vos Eenoog doet niet meer mee‘ is een (voor-)leesboek voor jong en oud. Zeven dierenverhalen waar de het vooral voor het zeggen mensen amper aan bod komen, en waar een leeuw besluit om vegetariër te worden. Alle info kan je hier vinden.

Een boek van een andere aard is het ‘wandelboek’ van Nick Meyen. De titel is ‘wandelen met Flora’ en het gaat over een wandeling van twee mensen met hun tweejarige dochter de Pyreneeën. Op vraag van de auteur heb ik daarvoor volgende quote aangeleverd:

De omwentelingen waar we voor staan zullen zich niet enkel afspelen op vlak van energievoorziening, financiële systemen en voedselproductie. Minstens even belangrijk zijn de veranderingen in ons bewustzijn, in onze relatie met anderen, onze relatie met de natuur. Ik ben ervan overtuigt dat het opnieuw voelen van verbondenheid met het ecosysteem waarin we leven cruciaal zal zijn om een nieuw evenwicht te vinden. Tijd doorbrengen in de natuur, wandelen met onze kinderen zou wel eens even belangrijk kunnen zijn als het verkleinen van onze ecologische impact. Daarom hoop ik dat veel mensen geïnspireerd geraken door de beelden en gedachten uit dit boek

Wie zicht verder wil verdiepen in wondere wereld van wandelen en natuur en kinderen kan zich verdiepen in het werk van  Richard Louv . En wat natuureducatie integreren in het onderwijs betreft kan je meer vinden bij David Selby. Van het boek van Nick is er ook een facebookpagina met een filmpje enzo.

groene amateurs


Vandaag start de week van de amateurkunsten, en je mag drie maal raden wat het thema is van deze keer: natuur en milieu. Onder de noemer :  ‘Natuurtalent’ laten kunstenaars zich inspireren door natuur en leefmilieu in de week van 26 april tot 5 mei.

Organisatoren worden aangespoord om na te denken over de ecologische impact van hun kunst- en cultuurevenementen, en ‘aangeboren’ talenten krijgen opnieuw de kans zich van hun beste kant te laten zien. Gespreid over heel Vlaanderen en Brussel kunnen geïnteresseerden tien dagen lang proeven van niet minder dan 625 activiteiten. Naast de bestaande wedstrijd Klassekunst voor scholen en facebookfotowedstrijd Ooggetuige, reikt het Forum voor Amateurkunsten anno 2013 ook de titel ‘Groenste WAK’ uit aan de gemeente die de meest duurzame reflexen maakte.

Ik ben blij dat de mensen van WAK me gevraagd hebben wat mee te denken rond dit thema en de resultaten hiervan kan je lezen in een ‘inspiratieboekje’ dat interessante informatie en tips bevat voor iedereen die zich op een of andere manier met kunstzinnige activiteiten bezighoudt. Laat ons hopen dat deze week ertoe kan bijdragen dat het aantal Vlaamse ‘Grenzeloze groenen’ en ‘bezorgde burgers’ met enkele procentjes kan toenemen.

Dat kunst een belangrijke rol kan spelen in de overgang naar een andere samenleving, daar ben ik al langer van overtuigd, en dit blijkt ook uit initiatieven als Jonge Sla, Greentrack en andere. En wie weet krijgt de Vooruit (die woensdag 100 jaar wordt) ooit op deze manier energie.

vooruitwater

10% donkergroenen?


Volgens een bericht van enkele dagen geleden zou de Vlaming milieubewuster zijn dan 10 jaar geleden. Zo zijn de burgers uitstekend op de hoogte van welke acties goed zijn voor het milieu. Persoonlijk maak ik wel de bedenking dat weten wat je moet doen niet meteen wil zeggen dat het ook gedaan wordt.

Want ondanks dit hoera bericht (van Joke Schauvliege) rijden diezelfde Vlamingen elke jaar meer kilometer, nemen ze vaker het vliegtuig en is hun energieverbruik alleen gestegen.  De enquête die afgenomen is bij 1000 Vlamingen deelt de populatie in zes groepen in;

  • Grenzeloze groene (10%). Doet er alles aan om zo milieubewust mogelijk te leven en te consumeren.
  • Bezorgde burger (20%). Zijn goed op de hoogte, doen veel voor het milieu en zijn bereid er soms meer voor te betalen.
  • Realisten (29%). Doen hun best binnen de grenzen van hun eigen levensstijl, maar hebben er geen grote inspanningen voor over.
  • Onwetenden (15%). Zijn niet zo op de hoogte van milieubewust handelen.
  • Ongeïnteresseerde consumenten (16%). Hebben wel een behoorlijke kennis, maar vinden dat ze als individu niets kunnen veranderen. Het milieu is voor hen vooral de verantwoordelijkheid van de overheid.
  • Bewust passieven (10%). Weten dat ze meer kunnen doen voor het milieu, maar hebben daar geen zin in.

Interessant is wel dat hier gesproken wordt over 10% donkergroene burgers, terwijl dit in vroegere onderzoeken eerder of 2 tot 4% ging. Misschien is dit dan wel een tendens in de goede richting, die trouwens ook tot uitdrukking komt in de ferme groei van autodelen, letsgroepen, voedselteams, volkstuinen en andere zaken waar de grenzeloze groenen mee bezig zijn. hulkEr is ook een test die je zelf kan doen om te zien bij welke categorie je hoort. Over vliegtuigen en vlees wordt al niet gesproken, waarmee twee van de grote impacten verzwegen worden. Toen ik de test invulde bleek ik echter een bezorgde burger te zijn en geen grenzeloze groene.

Toch wat vreemd, maar toen ik de test opnieuw heb gedaan bleek dat dit te maken heeft met het antwoord op de vraag over de rol van de overheid.Als je vindt dat de overheid de belangrijkste rol te spelen heeft bij het aanpakken van ecologische uitdagingen, dan verlies je meteen je groene stempel. Pas als je de verantwoordelijkheid bij de burger legt mag je bij de club van grenzeloze groenen.

Ik vind natuurlijk dat de burger een verantwoordelijkheid heeft, maar zo lijkt het wel of de overheid zijn eigen verantwoordelijkheid niet wil opnemen. Dit zien we trouwens ook in het Vlaams beleid ter zake. Het lang aangekondigde klimaatplan is totaal ontoereikend. De minister geeft liever een milieuvergunning aan waanzinnige projecten als Uplace dan de afspraken rond bossen uit te voeren.

Wellicht hoopt ze dat de burger zo veel mogelijk de castagnes uit het vuur haalt, zodat zij toch vooral geen moedige en drastische beslissingen moet nemen. Volgens mij hoort ze in de categorie ‘ongeïnteresseerde politici‘.

tips voor onderweg


Zoals beloofd, nog wat tips uit het boek 2052 (waarvan je trouwens heel wat info kan vinden op de bijhorende site). In het laatste hoofdstuk ‘what should you do?’ gaat hij in op hoe we nu kunnen reageren op wat ons de lange lastige weg die ons te wachten staat. Vooreerst gelooft hij – net als ik – dat we nog alles op alles moeten zetten om het tij te keren door politici onder druk te zetten, actie te voeren en de eigen impact te verkleinen. Maar aangezien dit volgens hem niet voldoende zal zijn moeten we ons tegelijk voorbereiden op wat komen kan, een periode vol schokken, en hier in het rijke Westen zo goed als geen groei meer.

Ik ga niet alle 20 tips meegeven maar toch enkele opvallende.

  • verleg je focus van inkomen naar levenskwaliteit en tevredenheid
  • zorg dat je niet te veel afhankelijk bent van dingen die zullen verdwijnen (goedkope vliegreizen, goedkope energie, vlees in overvloed…)
  • bereid je voor op minder reizen
  • probeer in te schatten hoe kwetsbaar de regio waar je woont is voor gevolgen van klimaatverandering, verhuis indien nodig
  • verhuis naar een land waar men in staat in om lange termijn beslissingen te nemen (waar zou dat zijn?)
  • maak een lijstje van mondiale trends die je persoonlijk leven kunnen beïnvloeden
  • leer jezelf (en vooral je kinderen) Chinees
  • geloof niet langer dat groei goed is
  • vermijdt een slecht geweten in de toekomst (door nu je levensstijl aan te passen)

En dan staan er tot mijn vreugde ook enkele tips in voor politici. Dit is de eerste: als je wil herverkozen worden, neem alleen maatregelen die op korte termijn iets opleveren. Met een licht cynische ondertoon doelt Randers hier op het tekortschieten van het politiek systeem, waarbij burgers en politici bijna gedwongen worden op korte termijn te denken. Zelfs al wil je zelf vooral lange termijn effecten realiseren dan nog moet je de boodschap zo brengen dat het kiespubliek er op korte termijn de voordelen van ziet. Ik ben echter niet zeker of ik die strategie ga volgen. Ik hou er meer van om duidelijk te stellen waar we voor staan en dus ook onpopulaire maatregelen voor te stellen.

RandersWat volgens Randers ook onvermijdelijk is, de politieke marge die we hebben zal steeds meer gedomineerd worden door fysieke grenzen. Steeds meer zullen problemen te maken hebben met tekorten aan hulpbronnen enerzijds en effecten van vervuiling en uitstoot aan de andere kant. Daarbij zal de roep om gelijke toegang tot beperkte hulpbronnen steeds luider zal klinken. Anders gezegd, er komt een steeds groeiende beweging die eist dat het algemeen belang en het belang van de komende generaties boven het individueel belang van een elite moet staan. En dat zijn inzichten waar ik graag wil in geloven.

Tot slot zegt hij dat de allergrootste uitdaging van mentale aard is. Hoopvol blijven terwijl je weet dat het er niet goed uit ziet. Succes ermee!

een lange slechte weg voor de boeg


Ik heb hier enkele weken geleden geschreven over Jorgen Randers en zijn boek ‘2052’. Dank zij een lange treinrit heen en terug van Gent naar Genk heb ik het boek nu helemaal uitgelezen en wil ik daar toch wel en ander over kwijt.

Het boek biedt een grondige studie van wat volgens Randers het meest waarschijnlijke pad is dat de mensheid zal kiezen de volgende 40 jaar. Hij doet dit met de nodige omzichtigheid én met zo veel mogelijk op modellen gebaseerde inschattingen. Hij combineert een hele reeks factoren (bevolking, energie, klimaat, economische groei, voedselproductie, …) en bekijkt hoe deze zullen evolueren en elkaar beïnvloeden. In tegenstelling tot het befaamde boek ‘grenzen aan de groei’ waar verschillende scenario’s worden voorgesteld probeert Randers hier tot één voorspelling te komen.

Vooreerst het goede nieuws. Volgens Randers stevenen we niet echt af op een totale ineenstorting. De bevolkingsgroei zal minder groot zijn dan wat we nu denken. Hij verwacht een piek van 8,1 miljard rond 2040 waarna de wereldbevolking stilaan zal dalen. Er zal globaal gezien nog economische groei zijn, maar veel minder dan de 3,5% die er gemiddeld was in de periode 1970 tot 2010. De voedselproductie zal toereikend blijven, al blijft het voedsel zeer ongelijk verdeeld. Randers ondersteunt de stelling dat de conventionele olie op zijn piek zit, maar wijst erop dat de gevolgen zullen meevallen omdat er steeds meer onconventionele fossiele brandstoffen zullen gebruikt worden (samen met meer hernieuwbare energie). En dit maakt dan weer dat we wellicht rond 2050 de drempel van de 450 ppm CO2-equivalenten zullen bereikt hebben. Wat wil zeggen dat de gemiddelde opwarming van 2° rond die tijd zal bereikt zijn. Ondertussen ben ik blijkbaar bij het slechte nieuws beland.

wegslechtestaatHoe ziet de wereld er dan uit in 2052? Nog steeds zowat 3 miljard mensen zullen leven in armoede en ellende, het vraagstuk van de ongelijkheid zal nauwelijks zijn aangepakt. Er ontstaat wel een nieuwe groep van bijna 4 miljard (China en een tiental andere groeilanden) waar de levensstandaard flink is opgekrikt. De miljard mensen die nu in de rijke geïndustrialiseerde landen leven zullen er de  niet  meteen op vooruitgaan.  Randers gaat er van uit de volgende veertig jaar de inkomens en de koopkracht bij ons niet zullen stijgen, eerder zelfs verminderen.  Ook al omdat  steeds meer geld zal nodig zijn om de gevolgen van klimaatverandering aan te pakken en de overschakeling naar hernieuwbare energie te realiseren.

In het boek klinkt flink wat teleurstelling omdat er voor alle problemen oplossingen voorhanden zijn, maar de mensheid er niet zal in slagen de daadkracht te tonen om ze ook te implementeren. Dit omdat zowel de politiek als het economisch model in teken staan van korte-termijn denken. Met als gevolg dat er een serieus risico is dat de tweede helft van deze eeuw nog een pak dramatischer wordt als de feedback mechanismen in de klimaatverandering beginnen te spelen. Hoewel dit volgens Randers kantje boord zal zijn,  want de CO2 uitstoot zal wel dalen maar pas vanaf 2030 en trager dan zou moeten.  Kortom geen ineenstorting, maar een eeuw met veel schokken en ellende.

In laatste stuk heeft hij nog wat advies over hoe we nu kunnen omgaan met deze te verwachten toekomst. Maar dit hou ik voor morgen.

pamperen of luieren?


Gisteren op de gemeenteraad wat discussie over de reglementen voor het subsidiëren van herbruikbare luiers en elektrische (bak) fietsen. De oppositie vindt dit allemaal toch wat overdreven, precies alsof ouders die hun kleuters met katoenen luiers in de bakfiets vervoeren stinkend (!) rijk worden door deze steun.

Het gaat steeds om kleine bedragen, in die mate zelfs dat ik me niet kan voorstellen dat iemand zal beslissen een bakfiets te kopen alleen maar omdat daar 125 euro subsidie tegenover staat. Dergelijke subsidies zijn vooral van belang om mensen die zo’n keuze overwegen een duwtje in de rug te geven. Een bakfiets of een elektrische fiets kost flink wat geld en dan maakt de subsidie de aankoop ietsje makkelijker. Voor de luiers gaat het over maximum 100 euro per kind. De voorziene bedragen per jaar zijn beperkt, zodat zo’n reglement geen gat in de stadskas kan slaan.

Dat de herbruikbare luiers echt wel een verschil maken zal uit volgende cijfers wel duidelijk worden. Een gemiddelde baby gebruikt 5 luiers per dag, wat ongeveer neer komt op gemiddeld 4250 luiers alvorens de baby zindelijk is! Het gewicht van een gemiddelde pamper nappy-mountain-cropped(inhoud inbegrepen) is 250 gram, dus per kind met wegwerpluiers is dit 1062 kilogram restafval.  Voor Vlaanderen alleen al is dit goed voor 70 000 ton wegwerpluiers per jaar. Dat is een rij vrachtwagens van Gent naar Hamburg (600 kilometer vrachtwagens neus aan neus) of een rij volle bakfietsen van Gent tot in Porto.

Je begrijpt dat daarom alleen al een goede zaak is om te kiezen voor wasbare luiers. Uiteraard vraagt het wassen van de luiers ook energie en water maar alle studies tonen aan dat het veel ecologischer is om herbruikbare luiers te gebruiken.  Om wat duidelijker te zijn, de milieu-impact van katoenen luiers (wassen en drogen inbegrepen) is de helft van de impact van wegwerpluiers.

Andere voordelen zijn dat je per JAAR ongeveer 500 euro zal uitsparen door te kiezen voor katoenen luiers, en dat je nog meer kan besparen als je de luiers ook kan gebruiken voor een tweede baby. De vooroordelen over de ongemakken zijn ondertussen ook achterhaald. Je hebt tegenwoordig katoenen luiers die voorgevormd zijn, die er hip uitzien en zeer makkelijk te onderhouden zijn. En nog een voordeel, baby’s met katoenen luiers hebben minder last van huiduitslag én worden sneller zindelijk.

Als ik een baby zou zijn, ik zou wel weten wat te kiezen, een bakfiets én katoenen luiers.

de laatste show


Zaterdagavond heb ik de laatste avondvoorstelling van de Low Impact Man klimaatshow gebracht in de theaterversie. Ten minste de laatste avondvoorstelling, want er zijn nog twee schoolvoorstelling in Tienen en dat zit het tweede seizoen erop. In totaal zal ik de voorstelling samen met muzikant Flor 61 keer gebracht hebben (zo’n 12 000 toeschouwers). En dan is op zich al een heel pak meer dan ooit gedacht toen ik in 2010 ben ingegaan op de vraag van Dranouter om een ‘festival’ versie van mijn lezing te brengen. Dus ben ik op zoek gegaan naar een muzikant-entertainer, hebben we liedjes gemaakt, grapjes en teksten geschreven en waren we vertrokken.

Met de auto (op koolzaadolie) met daarin het materiaal en de instrumenten reden we naar De Panne en Hamond-Achel, van Leuven naar Torhout. Onderweg gesprekken over de toestand van de wereld, in het terugrijden nabespreking van de voorstelling en de ontvangst ter plekke. En net zoals in 2009 toen ik met Dimitri Leue en Jonas Van Geel op tournee ging heb ik weer een hele reeks culturele centra leren kennen. Waarbij toch opvalt dat er Vlaanderen toch wel een uitgebreide infrastructuur aanwezig is voor de kunstensector, en het begrip ‘vegetarische maaltijd’ soms erg ruim wordt opgevat.

Ik blijf natuurlijk wel nog lezingen geven en de aangepaste solo-versie voor OKRA is nog op veel plaatsen te zien. Anderzijds zorgt de politieke wending in mijn leven ervoor dat ik minder en minder de boer op ga om mijn verhaal te vertellen. Vooral ’s avonds is er minder mogelijk.

Vanavond en morgenavond is er bijvoorbeeld weer gemeenteraad, en daar wordt ook wel af en toe een stukje show opgevoerd, dus zo’n grote verandering is het misschien nog niet.

Picture 270

de prijs van afval


Net als de andere nieuwe leden van de raad van bestuur van Ivago was ik deze morgen uitgenodigd op de bedrijfsrondleiding. Ivago staat voor ‘Intergemeentelijke Vereniging voor Afvalbeheer in Gent en Omstreken’ en verzamelt jaarlijks zo’n 160 000 ton afval. Het ophalen en verwerken van dit afval kost zo’n 1 miljoen euro per week. Of anders uitgedrukt 195 euro per inwoner per jaar.

afvalivagoTwee derden van de kosten worden gedragen door de stad Gent, verder zijn er inkomsten van enkele andere aansloten gemeentes, Fostplus, de verkoop van huisvuilzakken (3,7 miljoen), opbrengsten van bedrijfsafval, energierecuperatie en verkoop van een aantal reststromen (zoals papier en metaal). Ivago heeft zo’n 400 werknemers, waarvan er honderd dagelijks de straat op gaan om zwerfvuil te verwijderen en straten en pleinen schoon te houden.

Veel cijfers om te zeggen dat iedereen die een peuk op straat gooit, of achterloos zijn blikje in een parkje gooit mee de kosten opdrijft. Idem voor wie de moeite niet doen om het afval te sorteren.

Het afval verhaal is al even complex als het energieverhaal en daarom is er geen eensgezindheid om de afvalberg te bedwingen. Sommigen leggen alle schuld bij de producten van het verpakkingsmateriaal, maar is het de schuld van Coca-cola als een consument zijn pet-flesje op de grond gooit? Sommigen vinden dat er te weinig vuilniskorven zijn, maar uit studies blijkt dat teveel van de bakken ervoor zorgt dat mensen er hun huisvuil in gaan kieperen en dus niet meer bijdragen aan de kosten. Anderen vinden dat vuilniszakken gratis moeten zijn, en dat mensen dan minder zullen sluikstorten, maar hoe zit het dan met het principe van de ‘vervuiler betaalt’? Dat de overheid ook een grote rol speelt is duidelijk, waarom hebben we hier geen statiegeldsysteem op blikjes en petflessen zoals wel het geval is in Zweden. Of waarom hebben we geen totaalverbod op plastic zakjes zoals ondertussen al vijf jaar met succes het geval is in Rwanda?

En dan is ook hier de vraag wat de rol van de stad in zo’n hele problematiek is, rekening houdende met vooral Vlaamse en Europese wetgeving.  Volgende week hebben we de volgende raad van bestuur van Ivago. Ik ben benieuwd of het zal lukken om daar wat Low Impact principes te introduceren.

geen goedkope energie


Gisteren was ik erbij op het debat van de Toekomstfabriek over energie. Onder de titel: ‘kan energie goedkoper in Gent, en kan de stad hier iets aan doen?’ gingen drie sprekers in op het thema. Aanleiding is het feit er een groeiende groep mensen in de problemen komt door de stijgende energieprijzen, zoals blijkt uit dit stukje uit het journaal. Anderzijds is er het burgerinitiatief voor een energiecoöperatie in Gent én staat er in het bestuursakkoord dat zal bekeken worden of een stedelijk energiebedrijf mogelijk is. Redenen genoeg voor een stevig gesprek.

Uit het debat bleek nog maar eens hoe ingewikkeld het energievraagstuk is. Er zijn de verschillende wettelijke bepalingen (Europees, Federaal, Vlaams), verschillende bevoegdheden (4 energieministers in ons land), er zijn de belangen van de grote energiebedrijven, van de industrie, er zijn de actiegroepen tegen windmolens, de actiegroepen voor windmolens, het nucleaire debat, de ontwikkeling van technologieën zoals goedkopere zonnepanelen maar ook schaliegas, geo-politieke dreigingen en de komende klimaatchaos die ons dwingt de fossiele brandstoffen los te laten. Stellen dat de stad dan maar moet zorgen voor goedkope energie is dan ook een beetje te simpel.

De eerste vraag is trouwens of dat wel een goede zaak is om energie zo goedkoop mogelijk te maken. Er is zeker een probleem van energiearmoede voor 15 tot 30% van de gezinnen, en daarvoor moet een stevig beleid gevoerd worden met onder andere structurele investeringen in de woningen, aanpakken van huisjesmelkers, aanpakken van armoede en eventueel financieel ondersteunen van mensen die hun rekening niet kunnen betalen.

Maar voor de andere 70% zou de prijs van energie misschien beter wat stijgen. We mogen niet vergeten dat het energiegebruik van een modaal gezin overeenkomst met 50 energieslaven die dag en nacht op een energiefiets zouden moeten zitten om de nodige energie te kunnen leveren. Voor veel mensen is blijkbaar energie nog te goedkoop als je ziet hoe steeds meer energieverslindende toestellen worden gekocht, hoe slordig omgesprongen wordt met verwarming en verlichting, hoe kostbare energie verloren gaat. En vooral, de reële milieukost van het fossiele en nucleaire energieproductie wordt nu niet doorgerekend maar doorgeschoven naar de volgende generaties. Trouwens veel zaken die ‘goedkoop’ zijn hebben zware gevolgen; goedkoop vlees voor het dierenwelzijn, goedkope kleren voor de naaisters enzovoort.

kerstlichtjesIk heb in het debat dan ook ingebracht dat we naast de strijd tegen energiearmoede vooral moeten inzetten op efficiëntie (isolatie) én sufficiëntie. Je kan wel zeggen dat energie een basisrecht is, maar stellen dat iedereen over steeds groeiende hoeveelheden goedkope energie moet kunnen beschikken is iets helemaal anders.

Vandaar dat ik in kader van ‘een idee per dag’ heb voorgesteld om het tarief te laten afhangen van het gebruik. Wie veel verbruikt betaald meer per kWh dan wie er zuinig mee omspringt. Dit moet natuurlijk op een goede manier worden ingeschat (rekening houden met gezinssamenstelling en situatie van de woning) maar het lijkt me toch een goede manier om het principe ‘de vervuiler betaalt’ ook toe te passen op het energieverbruik.