Plat Gantois, dag 7: op water en brood?


 

Na mijn  berichtje van gisteren kreeg ik meteen enkele reacties. Zo staan er ook in Ledeberg een aantal openbare groentenbakken van de transitiegroep (ik heb ze op mijn kaart gezet), en kreeg ik uit Laarne een kistje vol met heerlijke appelen en blauwe druiven.  Waarmee duidelijk wordt dat er misschien wel op meer plaatsen dan gedacht zeker groenten en fruit te vinden zijn.

Dag zeven is een beetje bijzonder omdat we vandaag de nieuwe Low Impact Man klimaatshow brengen tijdens een schoolvoorstelling in Nieuwpoort. Volgende week vrijdag 7 oktober is er de eerste avondvoorstelling in de Scala in Gent (nog een beetje sluikreclame dus). We zijn een flink stuk van de dag in Nieuwpoort en krijgen daar een veggie-maaltijd. Maar voor mijn andere maaltijden die ik op Gents grondgebied gebruik hou ik me netjes aan de regels.

Af en toe is er wel een moeilijk moment, als ik bijvoorbeeld in de winkel een koekje of snoepje koop voor de kinderen (hun tussendoortje voor op school). Regelmatig koop ik dan wereldwinkel repen en ik neem er steeds eentje voor mezelf mee. Maar nu kan dat niet. Een week lang geen enkel koekje of geen chocolade, het is lastiger dan ik dacht. ’s Avonds ben ik te gast op het Groen! café over de stad van de toekomst en neem voor de zekerheid een drinkfles mee met kraantjes water met en vleugje vlierbessenextract van Lucie.

Alleen, van waar komt het kraantjeswater dat ik al de hele week drink? Ik ben klant bij TMVW, een bedrijf dat voor de waterproductie samenwerkt met AWW. De AWW (Antwerpse waterwerken) produceert drinkwater vanuit oppervlaktewater van het Albertkanaal / Netekanaal. VMW heeft een productiecentrum in Kluizen-Evergem. Dit spaarbekken ligt net aan de rand van de perimeter, als ze het oppompen juist in het Zuidelijk hoekje is het ok. Maar ik vermoed dat het water vanuit beide centra samen door mijn leidingen stroomt. Dus strikt genomen zal het niet bij Plat Gantois passen.

Er is ook een oude waterput voor mijn deur, maar daar durf ik toch niet echt van te drinken. Toch verneem ik dat er in de Gentse ondergrond nog drinkbaar water zit. Op de volkstuinen in Sint-Amandsberg wordt grondwater gebruikt en volgens de mensen daar is het drinkbaar. We zijn dus toch niet helemaal verloren als de waterleiding een panne zou kennen.

Het is toch met enige opluchting dat ik vanavond ga koken volgens de PG-regels. Er is wel een behoorlijk aanbod, maar continu de vraag stellen waar je producten en ingrediënten vandaag komen is best vermoeidend. Anderzijds heb ik door deze vragen te stellen heel wat geleerd. Zoals:

1. We weten erg weinig of de herkomst van ons voedsel. Ook de verkopers (bijvoorbeeld van brood) hebben geen idee vanwaar hun producten komen. Beter info over de voedselkilometers kan de consument zeker helpen om juiste keuzes te maken.

2. Ik weet erg weinig van wat er allemaal eetbaar is van de ‘wilde planten’ die je ook in de stad in overvloed kan vinden. Een essentiële kennis over het voedsel rondom ons is op een paar generaties zo goed als volledig verloren gegaan.

3. We zijn erg afhankelijk. Als er een flinke staking is van de vrachtwagens dan zijn er in de winkels na drie dagen geen verse producten meer te vinden. Het zou niet slecht zijn mocht een overheid eens nadenken hoe we die afhankelijkheid wat kunnen verminderen. Wat graan betreft, – absoluut een basisproduct – staan we nergens.

4.Er zijn heel wat bedrijfjes, individuen en groepen die op beperkte schaal voedsel produceren binnen de perimeter. Het gaat om lekkere en gezonde producten. De vraag is hoeveel Gentenaars daarmee kunnen gevoed worden. In groot Gent gaat het over 350 000 monden te voeden. In de perimeter die ik gebruik zal het nog een pak meer zijn.

5. Voedsel productie is te belangrijk om over te laten aan de markten en de industrie. Zowel voor tewerkstelling, milieu, gezondheid en onafhankelijkheid zou het goed zijn na te denken over het versterken van lokale voedselproductie. Ook in en rond de steden is er veel mogelijk, stadslandbouw, voedselbossen, daktuinen en gebruiken van braakliggende grond zou een pak kunnen opbrengen.

6. Heb je ooit de uitdrukking ‘pompoen en spelen’ gehoord? Natuurlijk niet, het gaat niet toevallig over ‘brood en spelen’, en dat brood heb ik wel het meeste gemist de voorbije week. Tegelijk ben ik de vele tientallen mensen dankbaar die me tips en producten hebben gegeven. Als we gezamenlijk werk maken van meer lokale productie dan kunnen we ver geraken.

PS: uiteindelijk ben ik deze week 1 kilogram afgevallen (na de marathon was het 2 kilo, maar dit is een normaal tijdelijk gewichtsverlies). Nu voel ik me helemaal fit en gezond.

Plat Gantois, dag zes: zoutmijnen in Gent ?


Vandaag zit ik al om 6 uur op de trein. Ik ga een dag vorming geven aan de arbeiders van Daikin in Oostende. In mijn maag een portie geitenyohurtdrank van Destelbergen. In mijn rugzak enkele appelen en peren uit Gentbrugge. De maaltijd in Oostende zal wel veggie zijn, maar wellicht niet lokaal…

Voor vandaag heb ik mijn koste al bij elkaar gescharreld. Gisterenavond ben ik nog even langs geweest bij Ingrid en Etienne die een voorbeeld zijn wat betreft zelfvoorziening in de stad. In hun niet bijzonder grote tuin in Gentbrugge hebben ze een variëteit van producten. Aangezien mijn voorraad al behoorlijk uitgebreid is heb ik me beperkt tot enkele lekkernijen. Zo heb ik een pakje diepgevroren prinsessenboontjes meegekregen en een zak diepgevroren vruchtenmengeling (aardbeien, rode bessen en frambozen). Allemaal lokaal geproduceerd. Wie nu oppert dat de diepvries ‘toch niet in Gent is gemaakt’, kan ik zeggen dat de stroom voor de diepvries komt van zonnepanelen in dezelfde tuin als het fruit.  Jaja, de zonnepanelen komen vast ook van verder, maar in Plat Gantois gaat het nu vooral even over het voedsel. Daarnaast heb ik wat appelen en peren meegenomen, enkele tomaten (coeur du Beuf ofzo iets) en een potje frambozenconfituur. Als extraatje krijg ik van Etienne het verhaal over het graan.

Ik kreeg namelijk via enkele kanalen nog mogelijke info door van molens net binnen of net buiten de perimeter. Toch blijft de vraag waarom er in Vlaanderen nauwelijks nog graan wordt gezaaid voor menselijke consumptie. Ziehier het antwoord. Afhankelijk van de klimaatzone heb je diverse soorten kwaliteit van graan. Het graan dat hier groeit is best bruikbaar, maar minder geschikt om het luchtige sponsachtige brood te maken wat tegenwoordig voor veel mensen de norm is. Dus komt heel van graan uit meer Zuidelijke regio’s. Mochten wij consumenten tevreden zijn met wat minder luchtig brood dan zou het graan van hier best te pruimen zijn, net zoals 1 of 2 generaties geleden het geval was. Of kort samengevat, hoe industrialisering van de voedselproductie samen met het stroomlijnen van de smaak zorgt dat we waardevol basisvoedsel niet meer zelf produceren.

Ik heb nog genoeg voorraad om te koken, toch is er een andere lastige kwestie. Het kruiden van het voedsel… want het lukte tot hiertoe om lekkere lokale maaltijden klaar te maken, ook voor de kinderen. Alleen grijpen ze toch regelmatig naar het kruidenzoutvat op tafel. Het lukt me wel om met basilicum, munt of salie de gerechten een beetje bij de kruiden, maar om er een meer pittige smaak aan toe te voegen zijn simpele zaken als peper en zout toch ook handig. Ik vermoed dat dit ook niet te vinden is op eigen bodem. Natuurlijk, als we ons specerijen uit het Oosten opnieuw gaan halen met een zeilschip (en deftig betalen voor wat we meenemen), dan lijkt me dit nog te verantwoorden.

Om af te ronden het menu van deze avond. Princesseboontjes (uit Gentbrugge) met gefruite uitjes (uit Lovendegem), aardappelpannenkoekjes met wortelen (Destelbergen), aardappelen (Lovendegem) en stukjes geitenkaas (Destelbergen), en gestoofde witte kool met tuinkruiden (allen uit Destelbergen). Met als superdessert een fruitsla van rode bessen, aardbeien en frambozen (alweer Gentbrugge).  Als ik de kaart bekijk dan merk ik dat sommige buurten nog weinig bijgedragen hebben,  Wondelgem, Ledeberg en Rabot: laat je niet kennen hé, nog 1 dag te gaan.

Vandaag was er een korte reportage over Plat Gantois te horen op Radio 2 en Radio 1. Beluisteren kan via deze link. Morgen wil ik nog een belangrijke kwestie ophelderen… is er ook drinkbaar water in Gent.

Plat Gantois, dag 5: overvloed


Eindelijk wat variatie in mijn ontbijt, gisterenavond kreeg ik nog een flinke zak hazelnoten. Ik merk dat het wel wat tijd vraagt om een handvol noten te kraken en te pellen, toch geniet ik toch van mijn kommetje yoghurt met  noten. De kinderen houden het op de gebruikelijke muesli, maar deze keer met rauwe melk van Lovendegem.

Vandaag ga ik naar Antwerpen, voor de presentatie van mijn nieuwe boek ‘Het Klimaat verandert, wat kan je zelf doen’. (beetje sluikreclame tussendoor). De presentatie gaat door in het Ecohuis, met ’s middags een lunch met de andere auteurs en na de middag nog een paar besprekingen. Omdat er wat onduidelijkheden zijn in het reglement van Plat Gantois ga ik ervan uit dat ik nu in Antwerpen mag eten. Het zal een vegetarische maaltijd zijn, waarvan ik hoop dat hij toch een zeker gehalte ‘Plat d’Anvers’ heeft.

Alvorens ik naar Antwerpen vertrek heb ik nog een afspraak aan de Steinerschool om venkel en blauwe druiven in ontvangst te nemen van een Letser. Het gerief komt uit Drongen, dus helemaal in orde. De druiven zijn niet zo zoet als het ingevoerde spul, maar wel lekker. Morgen ontbijt met druifjes!

In het Ecohuis blijkt dat het restaurant daar dicht is we met zijn allen gaan eten in een Marrokkaans restaurant in de buurt. Ik kies voor de vegetarische Tajine, met worteltjes, erwtjes, ajuin, aardappelen en vijgen. Best lekker maar wellicht niet helemaal binnen de Antwerpse 10-kilometer grens. De jury moet maar uitmaken of ik hiervoor gediskwalificeerd wordt.

Op de terugweg naar Gent krijg ik in een trein nog een fantastisch telefoontje. Bij de voorbereiding van deze week stond ook het Wijveld op mijn lijstje, een zelfoogstboerderij op een 3-tal kilometer van mijn deur. Maar ik ben geen lid van deze groep (waarvoor er naar ik verneem een wachtlijst is), en vroeg me af of ik niet eenmalig eens kon gaan oogsten. Maar het telefoontje komt van Kathleen (een letser) die me aanbied een mandje groenten te oogsten, want haar kinderen zijn er niet deze week en dus kan ze wel een portie missen. Als ik een uurtje later thuiskom staat er een mandje klaar met salade, rode kool, wortelen, tijm, een soort chinese kool, prei, rode warmoes en selder….    Mooi om zien hoe iedereen me helpt om lokaal te eten. Ik stop nog even bij de bio-shop om de hoek, want mijn geitenkaas en yoghurt is uitgeput. Gelukkig verkopen ze daar ook de producten uit Destelbergen.

Ik maak deze avond een nieuwe soort soep:  pompoen-brandnetelsoep, een schot in de roos wat smaak betreft. Daarna eten we stoemp van prei en aardappelen met de heerlijke zalm-oesterzwammen. Als dessert wat yoghurt met aardbeien, want daarvan had Kathleen er ook nog een handje vol gevonden in het Wijveld. Eerlijk gezegd, dank zij de hulp van vele anderen lijkt het beter en beter te lukken. Ik heb nu alvast voldoende voedsel om de week rond te maken. Trouwens straks mag ik nog langs bij een adresje voor wat lokale delicatessen. Eerlijk gezegd, ik begin Plat Gantois steeds leuker te vinden.

hier groeien de zalm-oesterzwammen...

Nog wat meer toelichting bij de zalm-oesterzwammen. Deze champignonnen groeien op gigantische sigaren van plastiek, gevuld met stro, koffiegruis en broed. Het koffiegruis is verzameld in enkele Gentse café’s. Ik hoor u al denken, jamaar die koffie groeit toch niet aan het Rabot ofzo. Akkoord, maar het koffiegruis is eigenlijk een afvalproduct, dat hier gebruikt wordt voor lokale voeding. Volgens mij kan dit. Het stro komt uit de buurt, en het broed, dat zijn de sporen waar de champignons uit groeien komt uit Deinze. Ok, ook niet helemaal correct, maar neem toch het risico om vanavond deze lokaal geteelde lekkernij klaar te maken. Met dank aan Bruno en Carina. Trouwens Bruno hoopt ooit een wat grotere champignonekwekerij te starten in Gent. Mocht iemand nog een slordige 100 vierkante meter met hoge vochtigheidsgraad over hebben laat maar weten. Anders is het wachten tot de parkeergarages in Gent ter beschikking komen.

Plat Gantois, dag 4: explosief dessert


Met een beetje stramme benen sta ik op, maar voor de rest lijkt het er op dat ik al bij al goed gerecupereerd ben van gisteren. Na het ondertussen gebruikelijke ontbijt neem ik wat tijd om een lunchpakketje klaar te maken. Ik heb een vergadering in Brussel, en meestal neem ik in dat soort gevallen wat boterhammen mee, of koop ik ergens een broodje onderweg. Vandaag wil ik toch proberen dit te vermijden, en stap op de trein met 3 plastic kommetjes en een thermos flauwe thee van muntblaadjes.

Op de terugweg op de trein eet ik mijn lunchpakket. Een restje van de gebakken paprika met de wat overgebleven verse geitenkaas. Het overgebleven stuk van aardappelpannenkoek, een paar brokjes harde geitenkaas en een doosje rode bieten in blokjes. Op zich best wel lekker, al merk ik dat ik al in Melle ben als het laatste stukje rode biet is opgegeten. Dit soort voedsel vraagt meer gekauw, waarmee ik dus ook in de buurt van de Slow food aan het komen ben.

Vandaag komt er een uitdaging bij want straks zijn de kinderen thuis, en ik wil ze een lekkere Plat Gantois serveren. Omdat ik ze niet naar school kan sturen met een bakje rode bieten ga ik toch maar brood halen. Ik kijk even rond in de Spar en vraag het ook eens aan de vriendelijke mensen die deze buurtwinkel openhouden. Maar kijk, er is in de hele winkel niks dat ik kan kopen als ik me aan de regels wil houden.

Na de middag ga ik samen met een journalist van Radio twee opnieuw op zoektocht. Onder andere via Lets kreeg ik toch enkele goede tips.  We starten met een bezoekje bij ‘de Goede Zaak’ van Sylvie en Pieter. Ze zijn namelijk niet zolang geleden gestart met het maken seitan. Ik hoop nu maar dat ze daarvoor lokaal graan gebruik, maar het wordt snel duidelijk. De seitan wordt gemaakt van gluten uit het West-Vlaamse Ieper, net iets meer dan 10 kilometer van hier. Ik ben blij dat ik na deze week dit lekker product zal kunnen bestellen via het voedselteam. Maar de volgende dagen zal ik het wellicht zonder alle vormen van granen moeten doen.

Samen met Wim van Radio 2 fietsen we verder. In de bakkerij van Duet informeren we nog eens naar de herkomst van het graan, maar niemand weet het precies, behalve dat het van ver komt. De volgende halte levert meer op. Ik kreeg een mail van Lucie (van de natuurfrituur) die een reeks producten had verzameld. Met name rabarberconfituur en vlierbessen siroop van het Landhuis, sla, wortelen en een rode paprika van de Zonnekouter. Helaas kwam ik er bij thuiskomst achter dat dit buiten de perimeter ligt. Er waren ook 6 eitjes van de meest sympathieke kippenboer van het land: Chris Claeys, uit Evergem. Bij het terugfietsen ontdekte ik wat brandnetel langs het nieuwe fietspad achter de Dampoort. En bij het plukken daarvan zag ik ook appeltjes liggen, goed voor nog een kilogram vers lokaal fruit. Om de foerage tocht af te ronden kon ik nog kastanjes verzamelen in het Azaleaparkje, naast mijn deur.

Flink beladen kwam ik thuis om de starten met koken. Het wassen van de brandnetels is best prikkelend, maar de soep vonden de kinderen best eetbaar. Hoewel ik er ook wat kruidenzout heb aan toegevoegd. Dan de bekende aardappelpannenkoekjes (dat mag ik elke dag maken) en wat gestoofde groenten (prei en de foute rode paprika). Als dessert was mijn plan om de kastanjes te doen poffen. Ik heb – zoals velen onder jullie – nog mooie herinneringen rond een kampvuur met poffende kastanjes. In een pan moet dit ook kunnen, dus ik doe de kastanjes in een pan met een deksel op. Omdat het nogal lang duurt zet ik het vuur wat hoger en plots komen de ontploffingen. Hevig genoeg om het deksel van de pot te gooien en mezelf en de keuken onder de kastanjeprut te bedelven. Tja, heel veel kon ik niet redden van de kastanjes, dus heb ik maar plan B genomen als dessert. Gestoofde appeltjes met wat honing. De eerste dag Plat Gantois konden de kinderen in elk geval smaken. Explosief of niet.

Plat Gantois, dag 3, tevergeefs zondigen…


Ik neem om 7 uur mijn gebruikelijk ontbijt. Yoghurt van de geienboerderij Le Larry, met een geraspte appel  en een paar lepels honing. Ik heb met mezelf een afspraak gemaakt in verband met de marathon. Ik ga mij voor en na netjes aan het Plat-Gantois dieet houden, maar tijdens de marathon zal ik indien nodig toch beroep doen op het aanbod van drankjes en hapjes. Marathonlopers weten dat eten en drinken erg belangrijk is tijdens de 42 kilometer, en pompoen of prei onderweg is niet zo handig.

Voor de start doe ik nog een babbeltje met de Gentse burgervader. Hij heeft ondertussen gehoord of Plat Gantois en vindt het een goed project. Hij kan nog lachen met de titel ‘we zien Termont dit nog niet doen’ van de Gentenaar.

Ik besluit rustig te starten en sluit me aan bij een groepje dat een tempo kiest om uit te komen op 4uur. Vorig jaar haalde ik 4uur10, dus dat is misschien wel mogelijk. Er is nog geen zon als we starten om 10 uur, en we houden ons netjes aan ons tempo. Bij de bevoorradingsposten neem ik preventief een stukje banaan, wat rozijnen en energiedrank. Mijn eerste bewuste overtreding van de afspraken! Tot kilometer 25 loopt alles lekker, al stoor ik me wel eens aan de gigantische hoeveelheden lege drankflesjes die langs het parcours gegooid worden en de auto die met draaiende motor minuten lang wachten tot de lopers voorbij zijn.

Vanaf kilometer 26 gaat het moeilijker, de man met de hamer die normaal pas rond kilometer dertig opduikt is er al. Dat wil zeggen dat de voorraad koolhydraten in mijn lijf zijn opgebruikt en de enige resterende brandstof vet is. Daarvan heb ik ongetwijfeld nog een voorraadje,  maar de omschakeling naar vetten als brandstof heeft zware gevolgen. Het prestatievermogen zakt met 50% en ik merk een aantal symptomen zoals zware benen, honger en lichte duizeligheid. Bedankt GMF, een goede prestatie mag ik vergeten.

Ik laat het tempo-groepje verder lopen en haal met veel moeite de bevoorradingspost van de 30 kilometer. Ik stop om me te bevoorraden, maar zelfs een halve banaan eten is erg lastig op zo’n moment.  Ik wil niet opgeven, en de volgende kilometers moet ik afwisselend stappen en lopen. De zon schijnt nu volop wat het nog wat lastiger maakt.  Mijn benen roepen de hele tijd stop, met veel moeite kan ik ze af en toe nog een kilometer laten lopen (joggen is hier meer het gepaste woord). Ik kom uiteindelijk aan na 4u29minuten en een hoop seconden. Meer dan bij andere marathons voel ik me leeg en uitgeput, het kost me zelfs redelijk wat moeite om met de fiets thuis te geraken. Na het drinken van veel water en de rest van mijn geitenyohurt kom ik stilaan weer een beetje op krachten.

Ter info:  ik begon de marathon met een gewicht van 79,2 kilogram. Dit is al een kilo minder dan bij de start van Plat Gantois op twee dagen. Bij thuiskomst weeg ik nog 77,5 kilogram. Tussentijdse conclusie, het 10-kilometer dieet is een slecht idee in combinatie met een marathon maar kan in combinatie mét een marathon wel een super effect hebben op je gewicht. Misschien moet ik toch overwegen om er een boekje over te maken: ‘slank en fit met het LIM 10-kilometer dieet’.

Voor het avondeten heb ik erg veel zin in een stevige spaghetti met veel groenten, seitan en kaas en een chocomousse als dessertje.  Theoretisch zouden frietjes ook best smaken. Ik heb dan wel aardappelen, maar geen lokale olie, dus frietjes bakken in boter zal wellicht niet lukken. Vanavond zal heb ik het volgende klaargemaakt: een paar gegrilde paprika’s uit Lovendegem, pompoenmoes, aardappelpannekoek, een vers geitenkaasje en dank zij het goede weer van de voorbije dagen een handvol kerstomaatje uit eigen kweek. Om mezelf toch te verwennen zal een glas gekoelde Lousberg veel goed maken. Een lekkere maaltijd!

De volgende dagen zal ik minder tijd hebben om voedsel te zoeken, want er moet ook af en toe gewerkt worden. Daarom heb ik een oproep gedaan via de Gentse Letsgroep om me wat te helpen. Ik kreeg tot hiertoe een tiental reacties, dus er is nog hoop om voor het einde van deze week toch een of andere vorm van bloem of meel op de kop te tikken.

Plat Gantois, dag 2: 12 kilo pompoen


Voor ik ga ontbijten loop ik even naar de krantenwinkel, ik wil toch even zien wat er geschreven staat over Plat Gantois. Maar daar loopt het al fout, wegens dag van de klant krijg ik een doosje met zeevruchten-pralines mee. In andere gevallen zou ik die meteen proeven, maar gezien chocola niet kan zal ik het doosje een week lang moeten verstoppen. Ik had op voorhand ervoor gezorgd niet te veel verleidelijke producten zoals chocola in huis te hebben, maar ik ben er aan voor de moeite.

Het ontbijt zelf dan. Tja, ik heb yoghurt, appelen en honing, allen van Lovendegem. Dus dat zal het worden. Best lekker, maar toch heb ik nadien het gevoel dat ik niet écht ontbeten heb. De zak  met muesli mag de komende week niet geopend worden. Iets later in de voormiddag merk ik dat mijn maagdarm stelsels blijkbaar toch wat moet aanpassen aan het vezelarme voedsel. Ik maak me een beetje zorgen over de marathon van morgen. Zou ik morgenvroeg toch niet stiekem een portie pasta eten? Ik heb tenslotte 16 weken en meer dan 1000 kilometer getraind om de wedstrijd te lopen.

Ik hou op met piekeren en stap goedgemutst naar de boerenmarkt van Sint-Amandsberg. Helaas, dit is geen succesvolle onderneming. Ook hier staan geen landbouwers die voldoen aan de Plat Gantois criteria. Dan maar met de fiets naar het Hinkelspel. Ik weet dat de melk voor hun lekkere kazen afkomstig is uit het West-Vlaamse Lo-Renigne, maar ik wil toch zelf weten hoe de vork in de steel zit. Al fietsend valt me op hoeveel verleidingen er zijn waar ik nu niet kan op ingaan. Een bakker, een frituur, zelfs een café kan ik niet zomaar binnenwandelen deze week. Mijn hersenen beginnen terug te werken zoals mijn verre voorouders… waar kan ik iets te eten vinden?

Bij het Hinkelspel echter kan mijn geluk niet op. Ze hebben er lekkere kazen van geitenmelk uit Destelbergen. Ik neem een paar flinke stukken mee voor de volgende dagen, samen met een yoghurtdrankje van dezelfde producent (Le Larry) Wie weet kan ik daarmee de energie van een sportdrankje vervangen. Ik laat me uitleggen wat er nog in de winkel van het Hinkelspel haalbaar is, maar de confituren komen van de Ardennen, het brood – dat er zo aantrekkelijk uit zien – uit West-Vlaanderen. Ik neem wel nog een fles Lousberg bier mee. Gebrouwen in de proefbrouwerij in Lochristi. Ik besef dat wellicht niet alle ingrediënten ‘juist’ zullen zijn, maar na de marathon denk ik dat dit flesje bier wel zal smaken.

Mijn middageten bestaat uit pannenkoekjes van geraspte aardappelen, courget, geitenkaas en ei. Gebakken in boter van de Zwaluw, want mijn gewoonte om steeds olijfolie te gebruiken mag ik ook vergeten. Best een lekker receptje waarvan ik vermoed dat ik dit ook aan mijn kinderen kan serveren.

In de namiddag ga ik nog even langs de volkstuinen in Sint-Amandsberg. Ik wordt er hartelijk ontvangen, ze hebben daar ook gelezen waar ik mee bezig ben. Van Dave en Annick krijg ik een superpompoen cadeau. Daar kan ik wellicht een halve maand van eten. In de moestuintjes zie ik nog wel wat lekkernijen zoals tomaten, prei en spruitjes. Ik neem me voor hier een van de volgende dagen nog eens terug te komen. Het is niet simpel om het beest (van meer dan 12 kilogram) op de fiets naar huis te brengen.

Vanavond wordt het dus: puree van pompoen en aardappeltjes, gestoofde prei en geraspte rode biet. Volgens de voedingsdeskundigen niet te meest geschikte voorbereiding op een lange duurloop. De rest van de avond vermoed ik zal ik me bezighouden met het verwerken van deze pompoen. Wie wat pompoensoep wil, mag gerust langs komen (en liefst met een beetje Gents graan). Op de kaart zijn alvast weer enkele nieuwe punten aangegeven.

Dag 1 : Plat Gantois. In de pattaten


Ik begin de dag met de officiële weging. Bij de start van Plat Gantois weeg ik precies 80,2 kilogram, droog aan de haak zoals ze dat noemen. Aangezien het project start om 11u begin ik de dag met een ongewoon ontbijt. Een bord pasta met oersuiker. De belangrijkste reden is dat ik overmorgen de marathon van Gent wil lopen, en je dus in de dagen ervoor zoveel mogelijk pasta moet eten. En het ziet er niet naar uit dat ik deegwaren zal vinden gemaakt van Gents graan.

Voor de persconferentie fiets ik nog even langs de Groentenmarkt waar elke vrijdag een biomarktje plaatsvindt. Ik ga er van uit dat ik daar alvast wat lokale producten zal vinden. Jammer genoeg komt het groentekraam (met een heel mooi aanbod) van Sijsele toch een pak verder dan 10 kilometer. De verkoper van het biologisch brood van de Biobakkers heeft geen flauw idee vanwaar de bloem komt. Achteraf zie ik op de site ook geen informatie hierover. Dus vaarwel lekkere boterham.

Dan valt mijn oog op het vleeshuis! De plek voor streekproducten. Ik ga binnen en vraag de jongedame of ze me iets kunnen aanbieden dat echt van Gent is.  Het eerste voorstel is ambachtelijke chocolade. Als ik informeer of de cacaobonen dan ook van hier zijn, krijg ik geen antwoord. Verder stellen ze me nog Roomer voor en Tierenteyn Mosterd.

Nog steeds met een lege boodschappentas stap ik aan de overkant van het plein de mooie winkel van Tierenteyn binnen. Alle soorten mosterd zijn er te krijgen, en allen ‘made in Ghent’. Maar wie weet waar Abraham de mosterdzaadjes haalt? Tja, het gaat om een selectie van uitgelezen zaden die uit heel de wereld afkomstig zijn.  Maar goed, een week zonder mosterd zal ik wel overleven.

Ik kan het niet laten om even te stoppen bij een van de twee ‘neuzenkraampjes’ op het plein. Waar ze gemaakt worden? In Eeklo, meneer. En wat zijn de ingrediënten? Wel frambozen, aardbeien en natuurlijk echte Arabische gom. Deze gom wordt gemaakt van schors van bomen uit … Sudan. Daar gaat mijn illusie dat de Gentse neuzen een lokaal product zijn.

Na deze eerste rondvraag slaat de schrik me al een beetje om het hart. Waar ben ik nu aan begonnen. Zal ik een week moeten overleven met pompoen en aardappelen, aangevuld met wat appelen en een ei?

Gelukkig is er Murielle van De Avonden, ze ontvangt me hartelijk in haar gezellig restaurant en vertelt honderduit over de ingrediënten die ze bij elkaar heeft gezocht. De aardappelen van Merelbeke, de groenten uit Sint-Amandsberg en de eend uit Lovendegem. Eend! Blijkbaar was er niet doorgegeven dat ik vegetariër ben. We bespreken uitgebreid de levensloop van de bewuste  eend. Ze is opgegroeid in het wild (de brousse van Lovendegem), at enkel lokaal voedsel en is geschoten door een boer op rust (met jachtvergunning). Lovendegem valt net binnen de perimeter van 10 kilometer, dus besluit ik toch een stukje te proeven. Niet slecht, al is het volgens mij vooral de heerlijke saus van vlierbessen die het zo lekker maakt.

Wat drank betreft kan ik kiezen uit Gruut, het Gentse bier, of Roomer, het Gentse aperitief. Het is twijfelachtig of alle ingrediënten van beide dranken passen in de Plat Gantois straal, maar ik neem toch een glas Roomer.  De maaltijd smaakt voortreffelijk, al blijkt dat het toch niet helemaal volgens de regels verloopt. Zo blijkt het zout op de aardappeltjes uit Zuid-Frankrijk te komen, en hebben de vliesbessen een jaar lang in Franse wijn gelegen (vandaar dat ze zo lekker zijn).

Mijn eerste middagmaal was in elk geval in orde, al vraag ik me af wat ik vanavond zal eten. Door omstandigheden heb ik geen bestelling geplaatst bij het voedselteam, dus neem ik mijn fiets voor een ritje van 12 kilometer naar Lovendegem. Aha, hoor ik u al denken, dat is een kilometer te veel! Maar de bioboerderij De Zwaluw ligt volgens Google maps op 10,2 kilometer van mijn huis. De rit loont de moeite want ik kan terugfietsen met een flinke voorraad groenten, rauwe melk, boter, yohurt en zelfs honing.  Bij de terugkeer merk ik echter dat de fietspaden langs de N9 er ook altijd niet even goed bij liggen. Een flinke bubbel zorgt ervoor dat de zak met aardappelen openscheurt. Kan ik meteen stoppen om ze opnieuw te oogsten…

Maar goed, eind goed al goed, straks eet ik een lekker stoofpotje met veel groenten. Morgen ga dan maar op zoek naar een of ander vorm van eiwitten.

Op deze kaart kan je in elk geval de speurtocht volgen…

lastige keuzes op het bord


Zo ik ben net terug van de persconferentie van Plat Gantois. Behoorlijk wat belangstelling voor iemand die een week enkel voedsel wil eten uit een straal van 10 kilometer. Het verslagje van de eerste dag zal je morgen kunnen lezen op Gentblogt, het Gents milieufront en hier.

Wel kan ik melden dat er zich meteen een lastig dilemma stelde. Restaurant  De Avonden had de uitdaging op zich genomen om voor de start van Plat Gantois een eerste lokale maaltijd klaar te maken. Jammer genoeg was er niet doorgegeven dat ik vegetariër ben. En dus had Muriëlle (de kok) haar best gedaan om vlees te vinden uit de afgesproken perimeter. Met name  een eend uit Lovendegem. Het beestje is in het wild geschoten (geheel op legale wijze). Ik mag aannemen dat de eend een goed leven heeft gehad (behalve de laatste minuten) en ook steeds lokaal voedsel heeft gebruikt. Dus voldoet ze wel aan de regels van Plat Gantois.

Dus, en misschien zullen enkele lezers nu geshockeerd zijn, heb ik een paar hapjes van de eend genomen.  De saus was gemaakt van vlierbessen, verder waren er wortelen en pastikaak uit Sint-Amandsberg, aardappeltjes uit Merelbeke, appeltjes en walnoten uit de tuin en een snuifje zeezout uit Zuid-Frankrijk. Wat meteen duidelijk maakt dat het niet zo makkelijke is om 100% de regels van Plat Gantois te volgen. Het was in elk geval zeer lekker…benieuwd wat ik deze week nog op mijn bord zal krijgen

 

hoe ver zullen we gaan


In het tijdschrift ‘Oikos‘ las ik een behoorlijk verontrustende bijdrage van Djamila Timmermans over de zoektocht naar onconventionele energiebronnen. Aangezien de makkelijk te exploiteren olie en gasvoorraden stilaan opgeraken is er wereldwijd een wedloop begonnen naar deze andere moeilijk exploiteerbare energiebronnen. Het gaat bijvoorbeeld over de teerzanden in Canada of de olie via diepzeeboringen. Dat dit grote risico’s met zich meebrengt hebben we gezien bij de ramp in de Golf van Mexico.

Een andere manier om nieuwe gasvoorraden aan te boren is het ontginnen van achtergebleven methaanvoorraden in steenkoolbekkens. Aangezien er zich in de Kempen steenkool bevindt zijn er ook plannen om daar te starten met methaangaswinning. De Vlaamse regering heeft daarvoor een aantal decreten goedgekeurd die bepalen dat de staat eigenaar is van alle koolwaterstoffen op een diepte van meer dan 100 meter én het recht heeft om die te exploiteren, zonder toestemming van de eigenaar van de gronden. Dus of het nu over landbouwgrond of natuurgebieden gaat, alle mogelijke energiebronnen mogen geëploiteerd worden.

Het punt  is dat het winnen van methaangas uit die steenkoollagen een zware milieubelasting heeft, de opbrengsten helemaal niet zeker zijn en er grote risico’s zijn aan verbonden. Toch sprak minister Lieten na het ondertekenen van een overeenkomst hierover met een Australisch bedrijf van ‘groene energie’ voor 175 000 gezinnen. Groene energie!?

Om te beginnen is ook dit gas een niet-hernieuwbare bron en komen er bij de verbranding broeikasgassen vrij. Daarnaast is de techniek om het gas uit de ondergrond te halen erg belastend. Zo zijn er miljoenen liters water nodig om het methaangas vrij te laten komen. Bij dit water wordt een mix van toxische stoffen gevoegd (40 000 liter per 12 miljoen liter water), waarvan naar schatting 15 tot 80% kan gerecupereerd worden. De resterende giftige stoffen blijven dan onherroepelijk in de bodem. Daarnaast zorgt deze techniek voor gigantische hoeveelheden vervuild zout water waar ook nog iets moet mee gebeuren. Er zijn risico’s op grondverzakking, verzilting van landbouwgrond, kleine aardbevingen, vervuiling en uitputting van grondwaterlagen. Tenslotte zijn er boortorens, wegen en andere infrastructuur nodig. Om dit groene energie te noemen moet je toch wel lef hebben.

Deze techniek ‘fracking’ wordt reeds op grote schaal toegepast in de VS. De gevolgen ervan zijn te zien in de film Gasland. Dit belooft weinig goeds voor de stille Kempen…

Bij het lezen van dit soort artikels vraag ik me af hoe ver we zullen gaan? Nu de lucht, de bodem, het water en de oceanen al behoorlijk vervuild zijn, gaan we dan ook nog eens de ondergrond vullen met toxische stoffen? Ik kom net van een gesprek met een zestigtal jongeren, die zich hebben geëngageerd om wat meer rekening te houden met het milieu. Nu nog de politiek en de bedrijven zeker?