Zaterdag, boerenmarktdag


Ik ben de voorbije maand alvast een fan geworden van onze boerenmarkt, hier in de Halvemaanstraat in Sint-Amandsberg. Je kan er rustig winkelen, een babbeltje slaan met de verkopers en andere klanten. Ik neem niet enkel mijn boodschappentas mee, maar ook een bokaal voor verse melk en tuperwaredoosjes voor kaas en pudding. Fruit en groenten kunnen gewoon in de tas zonder verpakking. Het is een typisch voorbeeld van een duurzaam activiteit:

  • ecologisch: seizoensgebonden, lokaal, minder verpakking, minder transport
  • economisch: goedkoper voor de consument en ook beter voor de boer
  • sociaal: kindvriendelijk en meer contact dan in pakweg de supermarkt

Nog niet overtuigd, ga zelf op zoek naar een boerenmarkt in de buurt, er zijn er ondertussen een veertigtal. Er zijn ook enkele biologische boerenmarkten in Vlaanderen. Niks te vinden in je buurt? Zelf een boerenmarkt opstarten dan maar, neem voor praktische info contact op met de vzw Plattelandsontwikkeling. Een alternatief is de hoeveverkoop. Hier kan je de verkooppunten in je buurt vinden.

 Vanavond om 24 uur plan ik het eerste grote meetmoment om de resultaten van 1 maand Low Impact leven te registeren. De volgende dagen kan je hier uitgebreid de voorlopige conclusies lezen.

 

Over vrijheid en verslaving


Tot 1 mei was het nemen van de trein voor mij bijna een dagelijks ritueel. En daarbij kon ik het toch moeilijk laten om bijvoorbeeld ’s morgens samen met de krant een reep chocolade te kopen. Of ’s avonds na de werkdag een blikje uit de automaat te halen. Er was altijd wel een reden, ofwel had ik een goede werkdag achter de rug en mocht ik mezelf wel belonen, ofwel was het een lastige werkdag en had ik behoefte aan wat troost. En voor je het weet is het een gewoonte, en stop je zonder nadenken een muntstuk in de gleuf.

De voorbije weken ben ik nog steeds regelmatig in stations geweest. De verleiding is er nog altijd natuurlijk, maar het is me toch gelukt eraan te weerstaan. Enerzijds door me goed voor te bereiden. Ik heb steeds mijn flesje kraantjeswater bij me, en meestal ook een appel, en voor langere trips een paar boterhammen. Dit helpt alvast om de echte behoeftes indien nodig te stillen. Voor de virtuele of ingebeelde behoefte gebruik ik steevast de vraag: “heb ik dit nu echt nodig?”. Probeer maar eens uit, je zal merken dat je zelden een Cola of Mars écht nodig hebt. Een paar keer had ik het kleingeld al in mijn handen, maar als ik dan toch op de trein stap zonder aankoop, dan voelt het aan als een kleine overwinning. Voila, ik kan best zonder al die troep met teveel suiker en winst.

Bij een van de treinritjes kon ik trouwens meelezen in een cursus van een student naast me. Daar stond het als titel van een hoofdstuk: “wie slaafs zijn begeerte volgt is niet vrij”. Beter kan ik het niet uitleggen.

Met de belbus naar Zwalm


Over mobiliteit heb ik het nog niet zo vaak gehad hier. Het lukt dan ook prima om al mijn verplaatsingen te doen met fiets, bus, trein of voeten. Gisteren was het iets moeilijker, ik was uitgenodigd in de Kaaihoeve voor een babbel rond mobiliteit. De Kaaihoeve is een milieu educatie centrum in Meilegem (Zwalm). Via de routeplanners van Slim Weg en De Lijn kreeg ik twee alternatieve mogelijkheden voor de heenreis. Eentje met enkel bussen, en eentje met trein en bus, maar beiden met dezelfde reisduur. Belangrijk als je plannen hebt met de belbus; je moet op voorhand telefonisch je plaats reserveren en krijgt dan ook je eigen klantennummer. (fijn, dat had ik nog niet)

Ik ben thuis vertrokken met de fiets om 17u35 om in Gent Dampoort de trein van 17u48 te nemen. Na een overstap in Sint Pieters was ik in  Zottegem om 18u40. En dan was het wachten tot 19u30 voor de belbus. Tijdens het wachten heb ik op een terrasje een lekkere kruidenthee gedronken. En dan de belbus. Mooi busje, vriendelijke chauffeur en een vijftal mensen die afgeleverd moesten worden. De belbus volgt blijkbaar geen vaste route maar rijdt door de streek en zet her en der mensen af. Ik vermoed dat niet de kortste weg wordt genomen want sommige idylische kerkjes heb ik zeker 2, misschien wel 3 keer gezien. Maar uiteindelijk heeft de belbus me netjes afgezet om 20u. Totale reistijd 2u25. Prijs; 3,6 euro (mijn lijnabbonnement is ook geldig op de belbus)

Voor de terugreis was openbaar vervoer niet mogelijk. Gelukkig kon ik meerijden met Ria en Hedwig. Over de 22 kilometer deden we 25 minuten. Reeële prijs (alle kosten ingebegrepen) ongeveer 6 euro (voor de drie personen). De reeële kostprijs per kilometer van je auto (mocht je er een hebben) kan je hier berekenen. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat in dit geval de auto het snelst en het goedkoopst en wellicht het milieuvriendelijkst is… Volgende keer zal ik maar eens de fiets proberen, 22 kilometer in 2u25 moet me wel lukken.

De compostbak is aangekomen.


Ter gelegenheid van het feest van de buren hebben we gisteren het LIM compostvat officieel ingehuldigd. Katrien en Ilse van Ivago leverden het vat mét de beluchtingspook en houtsnippers. De buren brachten hun GFT van de voorbije dagen mee en kregen als dank meteen een glaasje zelfgemaakte ice-tea of zelfgekocht Lousberg bier.

Schepen Tom Balthazar kwam even langs met de fiets om eigenhandig het eerste emmertje groenten- en fruitafval te deponeren. Hij werd meteen gevolgd door een aantal van de buren.  Emma en Simonne keken met interesse en enige bezorgdheid toe, want dat mag toch niet gaan stinken. Maar aldus Simonne ‘vroeger durfde in de zomer geen appel eten, omdat ik niet weet wat ik met het klokhuis kan doen in mijn klein studiootje, vanaf nu kan ik het hier komen brengen.’ Katrien die compostmeester is kon met een uitéénzetting in sappig Gents de laatste twijfelaars over de streep trekken.

De winst van deze operatie:

  • een leuke babbel met enkele buren, die zich hopelijk regelmatig kan herhalen rond het compostvat
  • het vermijden van 15 euro ophaalkosten per jaar  (met een eenmalige investering van 17,2 euro voor het vat en de pook)
  • binnen 6 maanden; voedzame compost voor mijn moestuin (die ik tegen dan toch hoop te hebben)
  • en weer een iets kleinere voetafdruk (want nu moet mijn GFT niet meer opgehaald worden met de vrachtwagen)

Wat composteren betreft heb ik dus mijn deel van het werk gedaan, de rest laat ik over aan de wormen. Smakelijk.

De vreselijke verspilling der bankkaarten…


Weet je wat er gebeurt als een bankautomaat je bankkaart om één of andere reden inslikt? Neen? Ik sinds een half uur dus wel. In de bank waar de automaat staat wordt de kaart onderschept en enkele dagen bijgehouden. Als je dan langs komt om ze op te halen krijg je ze niet mee. Ondanks alle mogelijke identificatiebewijzen en dramatische gelaatsuitdrukkingen. Want de procedure moet gevolgd worden. De kaart wordt naar Brussel gestuurd. Daar wordt ze gecontroleerd (op vingerafdrukken??) en per definitie vernietigd, ongetwijfeld met een geavanceerd elektrisch apparaat. Dan moet de eigenaar een nieuwe kaart aanvragen bij de bank. Die kaart moet aangemaakt worden (ook in Brussel). Dan wordt ze opgestuurd, en in een andere brief krijg je dan de codes. (Soms krijg je eerst nog een brief om te melden dat je een brief met codes zal ontvangen). Tel maar uit hoeveel bewerkingen, papier, energie, afval en gezucht dit oplevert… Komaan Quickie, zo’n verspillende procedures aanpakken lijkt me een kolfje naar jou hand!

 

Met dank aan Dimitri Leue om bereidwillig zijn bankkaart te vergeten in het Fortis filiaal van Sint-Amandsberg.

De 20 000 kilogram afval van Brussel


Gisteren de 20 kilometer van Brussel gelopen, ik denk voor de laatste keer. Het evenement is ondertussen zo groot geworden dat je er alles kan doen, behalve goed lopen. De eerste 7 tot 8 kilometer is het vooral zigzaggen tussen veel te veel mensen die allen een ander tempo en ander T-shirt hebben. Dit jaar trouwens veel lopers met NMBS logo, wat voor extra vertragingen zorgde (ik weet het, er zijn betere woordspelingen).

Ik heb me vooral geërgerd aan de vele gadgets, de spandoeken, reclame, flyers, afval en drukte. Kortom, ik kies beter voor kleinere wedstrijden, die veel goedkoper zijn en waar ik wellicht sneller vooruit kom. Zelf heb ik vier flesjes 33cl water aangenomen en de Mars reep op het einde kon ik niet weerstaan. (al mijn afval heb ik wel netjes mee naar huis genomen) De medaille heb ik trots geweigerd. 

Wat de sportieve prestaties betreft, was het eerder de Slow Impact Man. Een tijd van 1u45 is tien minuten trager dan mijn beste tijd. Naast de nachtelijke gebeurtenissen met Don Kyoto de avond ervoor is een bijkomene verzachtende omstandigheid dat ik mijn loopbroek vergeten was! Ten einde raad heb ik met een schaar van het Rode Kruis mijn jeansbroek omgetoverd tot short. (Gelukkig had ik een broek aan die door en door versleten was.)

Zoals Belgen met een voetafdruk van 5,6 zichzelf troosten met het feit dat de Amerikanen 9,6 hectaren gebruiken, vind ik mijn troost in de tijd van minister-president Kris Peeters. Hij had 16 minuten meer nodig dan ikzelf.

Vodden met Don Kyoto…


Zaterdag heb ik een groot stuk van de dag doorgebracht met Dimitri Leue, alias Don Kyoto. Samen zijn we van Zele naar Gent gefietst (wat Dimitri betreft; met een bakfiets van 120 kilogram). Tijdens het fietsen hebben we het niet enkel gehad over de planeet en hoe die te redden, maar hadden we ook enkele interessante ontmoetingen. Bijvoorbeeld met een oude man die met twee ezels op stap was. De man, Charles, en zijn ezels, Toutout en Noenoe, maken al twaalf jaar wandeltochten. Nu was hij op weg van Bretagne naar Noord-Nederland, maar hij bezocht ook al Compostella en het Balkangebied. Tegen de avond zoekt hij een plekje waar hij zijn tentje kan zetten en de ezels kunnen grazen. Van Low Impact reizen gesproken.

In Laarne ontdekten we het bedrijf A.S.A. gerund door twee symphatieke jongens van Syrische afkomst. De firma is gespecialiseerd in Vodden. Als geroutineerde onderzoeksjournalisten hebben Dimitri en ikzelf de jongens de kleren van het lijf gevraagd, en nu weten van naald tot draad hoe de vork in de steel zit. Als je namelijk je afgedankte kleren in een container langs de weg stopt is de kans groot dat die dan bij A.S.A. terecht komen. Daar worden ze gesorteerd en ofwel worden de kleren verwerkt tot poetslappen, ofwel tot dashboarden voor auto’s (als het om synthetische stoffen gaat). Als de spullen van goede kwaliteit zijn gaan ze naar Afrika. Bij de inzamelingen zitten ook regelmatig gordijnstoffen. Met de hulp van Dimitri (doet ook kleuradvies!) heb ik ter plekke 10 kilogram dikke gordijnstof gekocht voor 15 euro. Dit in kader van het grote isolatieplan. De 10 kilogram mochten meteen mee op de bakfiets richting Gent.

Er valt nog meer de vertellen over onze avonturen op de fiets, en de nacht die Don Kyoto doorbracht bij de Low Impact Man.  Dit zal je moeten ontdekken in december als de Canvas reportage op de buis komt. (let dan vooral op de scéne waar Dimitri de voetbalkleedkamermethode toepast)  Je krijgt nu enkel een foto te zien van Dimitri die om 7u ’s morgens geniet van de zelfgemaakte confituur van Lucie.

 

De strafste lamp zit in de oven…


Om je verbruik te beperken moet je precies weten hoeveel je waarvoor gebruikt. Wat verlichting betreft heb ik een overzichtje gemaakt van de situatie in huis. Mijn totaal vermogen om te verlichten bedraagt 120 Watt. Een gemiddeld gezin heeft ongeveer 30 lichtpunten, waarvan het grootste deel gloeilampen of halogeenlampen zijn. Snel een totaal vermogen voor licht van 1000 Watt, of een jaarlijks verbruik van 500 tot 750 kWh per jaar (80 tot 120 euro).

Zelf heb ik 11 lichtpunten, waarvan 1 TL lamp en 10 spaarlampen. Er zijn ook twee halogeenspots in huis, maar die zijn afgekoppeld. Het overzicht van de verlichting:

  • leeslampje aan bed (halogeen-spotje): 20 Watt
  • TL-lamp keuken: 18 Watt
  • spaarlamp keukentafel: 12 Watt
  • 6 spaarlampen (wc, badkamer, kinderkamers, piano, bureau): 11 Watt
  • bureaulampjes kinderen: 7 en 8 watt

Wat ik bij mijn zoektocht ook ontdekt heb. Het lampje van de frigo gebruikt 14 Watt én het lichtje in de (gas)oven zo maar even 40 Watt (zie foto). Gelukkig bakken mijn koekjes ook in het donker.

Met dit lichtvermogen zal ik per jaar maximum 80 kWh per jaar gebruiken voor verlichting (14 euro). Ik doe pas af en toe een kaarsje branden, want het milieu-effect van kaarsen is zwaarder dan van een spaarlamp.

Analyseer zelf je verlichting op de site energievreters.

Don Kyoto, niet te missen.


Gisterenavond heb ik in Beveren Dimitri Leue aan het werk gezien. Als Don Kyoto brengt hij een meeslepend verhaal over ecologie, Jantje Panda, een heilige stier en windmolens. Bijzonder aan de voorstelling is dat Dimitri zorgt voor zijn eigen belichting via een energiefiets. Meer nog, hij fietst met een bakfiets van 90 kilogram van voorstelling naar voorstelling. Tot hiertoe reeds meer dan 1400 kilometer.

De voortstelling start dan ook met een hilarisch overzicht van de fietstocht door de 5 Vlaamse provincies. Jammer genoeg is er geen voorstelling in Gent, maar hier vind je de data van de komende voorstellingen. Don Kyoto zal echter wel in Gent langs komen, aangezien hij maandagochtend vertrekt in Stabroek en zondagmiddag een voorstelling moet geven in Diksmuide. Ik heb de eer een stukje met hem te kunnen meefietsen en hem dan te laten logeren in mijn nederige Low-Impact woning.

Wil je als Gentenaar een stukje meefietsten? Don Kyoto en LIM zullen om 16u30 de scheldedijk oprijden ter hoogte van de Meerstraat (zie RODE PIJL). Zo gaat het dan onder de brug van de E17 richting Gentbruggebrug. Zeg het voort en smeer je kuiten en fietsketting voor de plechtige intocht van Don Kyoto in Gent!